Opstelten ‘verbijsterd’ over nieuwe feiten Teevendeal

Opstelten wil dat de commissie-Oosting de nieuwe feiten over de Teevendeal tot op de bodem uitzoekt.

Opstelten in zijn tijd als bewindspersoon bij het ministerie van Algemene Zaken. Foto ANP / Bart Maat

Oud-minister Ivo Opstelten is „verbijsterd” dat onder zijn politieke leiding opdracht gegeven blijkt te zijn om de zoektocht naar het beruchte ‘bonnetje’ van de Teevendeal te staken. Dat zegt Opstelten in reactie op de heropening van het onderzoek naar de schikking. „Verbijsterd, ik ben verbijsterd. Het is heel goed dat de commissie-Oosting dit oppakt en tot op de bodem uitzoekt.”

Ivo Opstelten trad in in maart 2015 af als minister omdat hij de Tweede Kamer onjuist had geïnformeerd: het afschrift van de overschrijving van het Openbaar Ministerie naar drugscrimineel Cees H. bleek wél op zijn departement te liggen, terwijl hij dat steeds tot onvindbaar had verklaard.

Opstelten zegt aan de telefoon dat hij er vanuit gaat dat de onderzoekscommissie nu ook bij hem zal langskomen. Wie de opdracht om het zoeken naar het afschrift te staken gegeven kan hebben, daar heeft hij „geen idee van”:

„Ik heb al die tijd maar één belang gehad, dat het afschrift zo snel mogelijk werd gevonden. Dat heb ik één en andermaal gezegd, intern en publiekelijk.”

Oud-staatssecretaris en huidig VVD-Kamerlid Fred Teeven kiest dezelfde bewoordingen als zijn oud-minister. „Verbijsterd, zeg dat wel. Wij wisten hier helemaal niks van.” De oud-bewindspersonen zijn vorige week vrijdag door huidig minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) van het nieuws op de hoogte gesteld.

Kamer wil snel duidelijkheid van Oosting

De commissie-Oosting heropent nu haar onderzoek om de vraag te beantwoorden of sprake is geweest van een doofpotaffaire. Via Nieuwsuur kwamen gisteren mails naar buiten waaruit blijkt dat ICT’ers hun zoektocht naar het afschrift hebben gestaakt, terwijl ze het juist bijna gevonden hadden.

De Tweede Kamer wil dat oud-Ombudsman Marten Oosting opschiet met zijn onderzoek. Dat moet korter dan twee maanden duren, vindt coalitiepartij PvdA. Ook de VVD wil zo snel mogelijk helderheid. „Dit is slecht voor het aanzien van de politiek, slecht voor het ministerie en slecht voor de VVD”, zei VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra.