Nieuwe onthulling rond Teevendeal pleit ICT’ers vrij

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) heropent onderzoek naar zoekgeraakt bonnetje. De kwestie is politiek explosief.

Ard van der Steur (VVD) in de Tweede Kamer. Foto Fred Steenman / Dirk Hol / Novum / ANP

Het onderzoek naar de ‘Teevendeal’ wordt opnieuw geopend. Televisieprogramma Nieuwsuur beschikt over e-mails waaruit blijkt dat in het voorjaar van 2014 opdracht is gegeven om het zoeken naar het afschrift van de schikking met drugscrimineel Cees H. te staken.

Het hernieuwde onderzoek gaat vooral over de vraag wíe opdracht gaf om te stoppen met het zoeken in de systemen naar ‘het bonnetje’. En wie verder van die opdracht afwisten. Dat bonnetje, daarmee wordt het bankafschrift van de 4,7 miljoen gulden bedoeld die Cees H. van een rekening van het Openbaar Ministerie kreeg overgemaakt in 2000. Volgens toenmalig minister van Justitie Ivo Opstelten was het onvindbaar. Later bleek dat onjuist.

Lees ook wat onze columnist Tom-Jan Meeus hierover schrijft: "deze doofpot is niet eens een incident".

Huidig minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) heeft de voorzitter van de onderzoekscommissie, oud-Ombudsman Marten Oosting, vorige week vrijdag gevraagd om zijn onderzoek te hervatten. Hij zei dinsdagochtend tegen de NOS dat hij de zaak „zeer ernstig opneemt”. „Het is duidelijk dat de suggestie lijkt alsof er opdracht is gegeven tot het stoppen van het onderzoek. Uit onderzoek moet blijken of dat ook zo is.

Uit de e-mails uit juni 2014 die Nieuwsuur heeft bemachtigd, blijkt dat ICT’ers een back-upsysteem hadden gevonden waar mogelijk ook het afschrift van de 4,7 miljoen gulden die naar Cees H. werd overgemaakt, op te vinden was. Van der Steur stuurde de mails gisteravond naar de Tweede Kamer, nadat hij had gecheckt of ze ook voorkwamen op de servers van de Rijksoverheid. Dat bleek inderdaad het geval. 

De meer ‘politieke’ vraag

Uit deze opgedoken mails blijkt dat in juni 2014 een opdracht is gedaan aan de ICT’ers om het zoeken te staken. Dat is in tegenspraak met de beweringen van Opstelten, maar ook met wat Van der Steur later over de zaak heeft gezegd. In één van de mails, gedateerd op 5 juni 2014, staat dit: „De reden voor het stopzetten van de werkzaamheden is dat het op dit moment voldoende is als feitelijk is vastgesteld dat er een backuptape beschikbaar is. Hiermee is (blijkbaar) voldaan aan de meer ‘politieke’ vraag of er inderdaad een back up beschikbaar is.”

Probleem is dat toenmalig minister Ivo Opstelten de Tweede Kamer in een brief op 3 juni 2014 laten weten dat hij „alles in het werk had gesteld om de gang van zaken van destijds te achterhalen”. Maar, schreef Opstelten: „Ik moest accepteren dat ik de ultieme duidelijkheid niet kon verschaffen.” Het door hem onvindbaar verklaarde bonnetje bleek later toch te vinden te zijn – op 9 maart 2015 trad Opstelten daarom af als minister en staatssecretaris Fred Teeven ging met hem mee.

Wie die opdracht heeft gedaan en wie daarvan wisten is nu de vraag, zegt Marten Oosting in zijn schriftelijke reactie aan Nieuwsuur. Zijn commissie kreeg voor het onderzoek inzicht in e-mailbestanden en dossiers van betrokken ambtenaren van het ministerie van Veiligheid en Justitie, schrijft Oosting. Maar daarin „is niets aangetroffen dat wijst op een opdracht of verzoek [...] tot het stopzetten van werkzaamheden” zoals in de mails staat.

Als zij die informatie wél hadden gehad, had Oosting hier „ongetwijfeld” op doorgevraagd, schrijft hij, „om op basis daarvan te beoordelen of hier daadwerkelijk en op goede gronden kan worden gesproken van een situatie van een doofpot”.

De ICT’ers bleken wel de juiste

Juist die suggestie van een doofpotaffaire is wat deze nieuw opgedoken mails tot zo’n gevoelige kwestie maakt. Op 16 december vorig jaar, in het debat over de bevindingen van de commissie-Oosting, kreeg het kabinet een motie van afkeuring van bijna de hele oppositie tegen zich ingediend. Informatie was te lang op het ministerie van Justitie verborgen gebleven, oordeelde de oppositie, en Rutte had te weinig gedaan om wel duidelijkheid te krijgen.

Ard van der Steur zei in dat debat dat zijn ambtenaren het bonnetje eerder hadden kunnen vinden: „Dat had een jaar eerder al gekund, als ze de juiste mensen voor de ICT hadden gehad.” Maar de ICT’ers bleken het probleem dus niet. Van der Steur schoof bij netelige kwesties al vaker de schuld richting zijn ambtenaren. De verhouding met die ambtenaren is ook een lastige, omdat het een publiek geheim is dat de VVD hem aanstelde om orde op zaken te stellen aan de top van het ministerie.

Om moedeloos van te worden

Vanuit de Tweede Kamer kwamen gisteravond moedeloze en negatieve reacties. Justitiewoordvoerder van coalitiepartij PvdA Jeroen Recourt zegt tegen de NOS: „Er is een minister op afgetreden, er is een commissie die onderzoek heeft gedaan. Nu is de modderpoel weer groter dan die al was.”

Ook andere partijen zijn kritisch, bijvoorbeeld Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) trekt de vergelijking tussen het ministerie van Justitie en de film Groundhog Day: „Keer op keer hoort de Tweede Kamer blijkbaar alleen via de media de waarheid.”

Door nu snel een nieuw onderzoek van Oosting te vragen doet Van der Steur wat hem eerder werd verweten dat hij naliet, namelijk proberen de feiten boven tafel te krijgen. Maar of houdbaar blijft wat Rutte zei in de Tweede Kamer? „Er is op geen enkele manier een poging gedaan om iets toe te dekken. Dat zegt de commissie-Oosting ook niet”, zei Rutte. Dat gaat de commissie opnieuw bekijken.