Inspiratie hoog in het bergparadijs

In de Zwitserse alpen bij Davos begon schilder Ernst Ludwig Kirchner in 1917 aan een tweede leven. Singer Laren toont bonte schilderijen en onbekende (naakt)foto’s uit die tijd.

Foto van Kirchner van de dames Rüesch, circa 1925.

De mooiste schilderijen op de tentoonstelling Kirchner. Paradijs in de bergen in Singer Laren zijn de grote kleurige Zwitserse berglandschappen zoals Het Sertigdal in de herfst (1925/26) en Het Wiesenviaduct (1926). De kleuren zijn prachtig, blauwe en paarse bergen, gele, oranje en groene dennen, roze paden, allemaal geschilderd in een losse, nerveuze maar trefzekere penseelstreek. Het lijdt geen twijfel dat Ernst Ludwig Kirchner, die bekend staat als grote stadsschilder en medeoprichter van de Duitse expressionistische schildersgroep Die Brücke (1905-1913), in de bergen rond Davos inspiratie vond.

Hij kwam uit Berlijn om er als zenuwpatiënt te kuren, in 1917, maar bleef tot zijn dood in 1938. Hoogtepunt op de expositie is ook een doek als De drie oude vrouwen (1926), een ten voeten uit portret van drie oude dames in zwart paarse kledij met een hoedje op en roze-groene gezichten, voor groen-paarse bergen.

Van die drie dames is, in eenzelfde opstelling als op het schilderij, een foto te zien die Kirchner maakte (Margareth, Dorothe en Elsbeth Rüesch voor een schuur, 1925). Kirchner blijkt een verwoed fotograaf. Singer Laren toont verschillende wanden van zijn foto’s van berglandschappen, bergbewoners, interieurs en veelal naakte danseressen, die bloot in de Alpenwei en de bossen dartelen.

Kirchner zelf beschouwde zijn foto’s als geheugensteuntjes voor zijn werk, documentatie, niet als zelfstandige kunstwerken. Het Kirchner Museum in Davos, dat over zijn grote collectie originele glasnegatieven beschikt heeft die op het formaat afgedrukt dat Kirchner ook gebruikte, 24 bij 18 cm. In de goed verzorgde catalogus bij deze expositie zijn die foto’s gelukkig groter afgedrukt, zodat je goed kan zien hoe mooi ze zijn. Daardoor kun je ook vaststellen dat Kirchner een begenadigd fotograaf was, en zijn foto’s wel degelijk kunstwerken zijn.

Kirchner was in Berlijn al verzwakt door drank- en morfineverslaving. Hij stortte in toen hij zich als ‘onvrijwillig vrijwilliger’, zoals hij het zelf noemde, zich aanmelden moest voor actieve dienst in het Duitse leger in de Eerste Wereldoorlog. Hij moest kuren in een sanatorium bij Davos.

Inspiratie voor Groninger schilders

Het beviel hem zeer in de Zwitserse Alpen: de kleurige natuur, de rust, de ‘democratische’ vredige mensen die in harmonie met de natuur leefden, inspireerden hem. Hij ging er wonen en liet zijn vrouw overkomen uit Berlijn. Hij richtte in zijn huis tussen de lariksbomen op de berg zij atelier in, als in Dresden en Berlijn, met eigen schilderijen, wandkleden en uit hout gesneden beelden, geïnspireerd op de ‘primitieve’ kunst van bewoners van de Palau-eilanden in Oceanië, toen een Duitse kolonie.

Die ‘primitieve’ kunst vonden Kirchner en zijn collega expressionisten natuurlijker en beter dan de academische kunst in Westerse wereld waar de industrialisatie oprukte. Kunst en leven waren daar nog harmonisch geïntegreerd, en dat is wat Kirchner in zijn kunst en leven zocht – en ook min of meer terug vond in de Zwitserse bergparadijs.

Vandaar ook dat hij danseressen die hij aanvankelijk in Dresden en Berlijn naakt dansend tekende (‘Vaak stond ik midden in de coïtus op om een beweging, een uitdrukking te noteren,’ schreef hij in zijn dagboek) uitnodigde om naar zijn Zwitserse berghut te komen en te tekenen en schilderen. Hij begon vrouwen in Zwitserland meer als kameraad dan als erotisch object te zien. Hij wilde los komen van zijn expressionistische Brücke-imago, en zich verder ontwikkelen. Hij publiceerde zelfs onder een andere naam kunstkritieken over zijn eigen werk om zijn nieuwe Alpenkunst onder de aandacht te brengen.

Zoals de expositie in Singer Laren laat zien bereikte hij rond de jaren 1925 een nieuw hoogtepunt in zijn werk, en inspireerde ook gasten als de Nederlandse schilder Jan Wiegers (ook voor een kuur in Davos), die op zijn beurt de Groningse Ploeg inspireerde. Henk van Os schrijft daarover in de catalogus.

In de jaren dertig raakte Kirchner in de ban van het surrealistische werk van Picasso en legde hij zich toe op meer gestileerde schilderijen, hiërogliefen, zoals hij ze zelf noemde. Ook die wat vlakke, minder geïnspireerde meer grafische schilderijen toont Singer Laren, zodat je een compleet beeld van zijn late oeuvre krijgt.

De idylle in het bergparadijs hield niet aan. De nazi’s in zijn geboorteland verboden zijn werk, als Entartete Kunst (ontaarde kunst). Hun invloed groeide. Kirchner raakte weer in een depressie. Hij schoot zichzelf dood op een Zwitserse berghelling in 1938, niet lang na de annexatie van Oostenrijk door Duitsland. Hij werd 58 jaar.