In Solo hebben ze begrip voor moslimterreur

De provincieplaats op Java is thuishaven van veel moslimterroristen zoals Bahrun, de vermoedelijke opdrachtgever van de recente aanslag in Jakarta.

Indonesiërs rouwen om de doden na de islamitische aanslag anderhalve week geleden in Jakarta. Foto Darren Whiteside/Reuters

Zodra Dahlan Zaim hoort dat er bezoek beneden staat, vliegt hij de trap af. Dahlan is de jongere broer van Bahrun Naim, de man die volgens de Indonesische politie vanuit IS-bolwerk Raqqa opdracht gaf voor de aanslagen op 14 januari in Jakarta. Net als Bahrun heeft Dahlan een heldere blik, met scherpe ogen. Zijn bril wankelt op zijn neus. Zijn rechter brillenpoot is kapot. Net als Bahrun heeft Dahlan een salafistisch vlasbaardje.

Dahlan zegt dat zijn broer onschuldig is. Hij wil dat zijn familie met rust gelaten wordt. Zijn ouders bestieren al ruim tien jaar een buurtwinkel. Aan de muur hangt een foto van de Grote Moskee in Mekka naast een poster voor sportvissen in Sarasota Beach, Florida.

De schappen zijn leeg. Toen de politie verkondigde dat de 32-jarige Bahrun het brein is, moesten zijn ouders vluchten. Dan heeft Dahlan er genoeg van. „Ga weg”, zegt hij beleefd maar direct. Dahlan gooit de zware schuifdeur dicht.

Bahrun Naim houdt de gemoederen bezig in Indonesië. Dat de vermoedelijke opdrachtgever van de aanslag in Jakarta (acht doden, onder wie vier daders) uit Solo komt, is geen verrassing. De Javaanse provinciestad geldt al decennia als een broeinest van extremisme gevoed door radicale moskeeën en kostscholen.

Zelfs het succesvolle burgemeesterschap van Joko Widodo, inmiddels opgeklommen tot president, kon daar niks aan veranderen. De parken zijn aangeharkt, de stoepen vrij van zwerfvuil maar een groot aantal extremistische organisaties zien Solo als hun thuis.

Het baart de Indonesische autoriteiten meer zorgen dat Bahrun vanuit Syrië de aanslag regelde. Het zou aantonen dat het gedachtegoed van IS aantrekkingskracht heeft op lokale extremisten en dat de afstand tussen Syrië en Indonesië simpel te overbruggen is. Bahrun zou ongeveer 2.000 euro hebben overgemaakt aan de aanslagplegers. Hij zou hun opdrachten hebben gegeven via een chatprogramma.

Buurtmoskee

Wijkhoofd Sugeng is niet verbaasd dat Bahrun Naim de hoofdverdachte is. Wel wil hij iets kwijt. „Zijn ouders zouden dit nooit goedkeuren. Zijn vader is een gepensioneerd ambtenaar die met zijn geld een winkel is begonnen en actief is in de gemeenschap. Ze zijn streng gelovig maar gingen gewoon naar de buurtmoskee”, zegt Sugeng in zijn kantoor in een steeg.

Buurtbewoners gaan naar wijkhoofd Sugeng voor documenten als ze willen trouwen of vergunningen nodig hebben. In 2010 werd Bahrun veroordeeld wegens illegaal wapenbezit. In de tweeënhalf jaar dat hij in de gevangenis zat, kwam zijn tweede vrouw op bezoek om toestemming aan te vragen voor gevangenisbezoeken. „Zij droeg kleurrijke hoofddoeken, geen zwarte chador, net als de andere vrouwen in de familie. Ik dacht dat ze niet geradicaliseerd waren.”

Onduidelijk is hoe Bahrun precies radicaliseerde. Op de SMA Al Islam, de middelbare school van Bahrun, wil niemand praten. Op de Pesantren Al-Mukmin is het schoolhoofd wel bereid tot een gesprek. Beruchte Indonesische terroristen als Amrozi bin Nurhasyim en Huda bin Abdul Haq, beiden geëxecuteerd wegens hun rol in de aanslagen op discotheken op Bali in 2002, behoren tot de alumni van Al-Mukmin. Ook goede vrienden van Bahrun zaten op de kostschool.

In zijn ontvangstkamer moet Wahyuddin goed nadenken. De islamgeleerde is rector van Pesantren Al-Mukmin. Hij wil graag praten over de 1.500 leerlingen die in veel gevallen kunnen studeren aan gerenommeerde Indonesische universiteiten. De meisjes worden vaak leraar of verpleegkundige, tot instemming van Wahyuddin want vrouwen zijn zorgzaam. De jongens worden vaak advocaat of ambtenaar. Maar bij de vraag of hij IS goedkeurt, aarzelt hij. „Ingewikkeld.”

De Amerikaanse hegemonie zorgt voor een oneerlijke wereld vol fysieke en geestelijke armoede, zegt de geleerde. „Indonesische jongeren komen te veel in aanraking met drank, porno en internet. Dus kan ik voorstander zijn van een kalifaat”, zegt Wahyuddin. „Dat IS geweld gebruikt, is niet verkeerd. Kwaad mag met kwaad bestreden worden. Wel vraag ik me af: zijn hun middelen proportioneel? Gaat het de strijders om de zuivere islam of om eigen gewin? Daar ben ik nog niet uit.”

De afgelopen jaren, terwijl het Midden-Oosten in brand stond, dacht de Indonesische regering dat de terreurdreiging onder controle was. De kopstukken van Jemaah Islamiyah, die tussen 2002 en 2009 voor het laatst een serie dodelijk aanslagen pleegde, waren vastgezet of doodgeschoten.

Ook zou de gematigde sunnitische islam die de meeste Indonesische moslims aanhangen ruimte bieden voor pluraliteit. „De islam van de archipel is anders dan die van het Arabische schiereiland. Wij koesteren tolerantie”, zegt Helmy Faishal, lokale voorzitter van Nahdlatul Ulama, een belangrijke gematigd islamitische beweging met circa 40 miljoen leden. „Dat zorgt ervoor dat IS nooit serieus voet aan de grond krijgt in Indonesië.”

Autohandelaar

Als geestelijken, zoals schoolhoofd Wahyuddin en Abu Bakar Bashir, de 77-jarige ideologisch leider van Jemaah Islamiyah, toch besluiten steun te betuigen aan IS en dat te prediken in hun moskeeën en kostscholen, geeft dit nieuw elan aan de gedesillusioneerde Jemaah Islamiyah-aanhangers. Vergeleken daarbij steken gematigde organisaties als Nahdlatul Ulama dan nogal flets af. Zelfs NU-voorzitter Helmy geeft toe dat rond Solo „duizend, misschien wel tweeduizend” mannen zijn die een radicale vorm van de islam aanhangen.

Twee jaar geleden sloot Firman Al Bukhori, een gezette veertiger, zich aan bij Front Jihad Islam. Overdag handelt hij in auto’s. „Maar wel op islamitische wijze. Een kapotte auto mag je niet als een nieuwe verkopen”, zegt hij. We nippen laat op de avond in een openluchtcafé van hete thee. Waarom hij lid werd van een radicale organisatie? „De gewone man wordt onderdrukt. Politie en politici zijn corrupt. Wij blijven arm. Dat is het gevolg van de democratie. Alleen als Indonesië een kalifaat is waar de hoogste leider ook namens de islam handelt zal dat stoppen”, zegt hij.

Ook noemt hij de dreiging van communisme en de macht van Chinese Indonesiërs. Twee keer per week trainen ze in de bossen en op het strand. Ze lopen hard, doen aan boogschieten. „Voor de komst van pure islam naar Indonesië ben ik bereid te sterven”, zegt hij.

Handzollah (42), een bonkige en ronde man, wil vertellen hoe hij Bahrun Naim kent, maar eerst moet hij zijn vrouw bellen. Als hij laat thuis is, denkt zijn derde vrouw dat hij aan het flirten is met een ander. Een sms met een selfie met de buitenlandse journalist dient als bewijs van trouw.

Ook Handzollah ging naar de radicale Pesantren Al-Mukmin. Al voor zijn eindexamen werd hij in 1993 gerekruteerd door Jemaah Islamiyah. Hij doorliep trainingskampen van Filippijnse islamitische rebellen op Mindanao, runde kampen in Poso en Atjeh en zat in de gevangenis.

Bahrun Naim kent Handzollah uit het radicalencircuit. Dat was voordat Bahrun naar Syrië reisde, net als circa vijfhonderd tot duizend landgenoten. Een aantal Indonesiërs keerde teleurgesteld terug. Ze mochten niet vechten, moesten poetsen. Niet Bahrun Naim. Volgens inlichtingendiensten klom hij op tot leider van Katibah Nusantara, een IS-divisie bestaande uit Zuidoost-Aziaten.

In april vorig jaar zou Katibah Nusantara territorium hebben veroverd op Koerdische troepen. Ze stegen in aanzien. Tegen persbureau Reuters waarschuwde Bahrun daarna dat hij een aanval in Indonesië wilde uitvoeren.

Voor vertrek experimenteerden de twee met opgevoerde luchtdrukgeweren. „Ik denk dat Bahrun nu niet meer geïnteresseerd is in luchtdrukwapens. Maar het viel mij toen op dat hij gedreven was en de grenzen opzocht. Hij had wilskracht”, zegt Handzollah.

Het gevaarlijkste is niet dat Bahrun in Syrië een IS-eenheid leidt, maar dat hij zijn ervaring wil overbrengen naar Indonesië. „Een van de aanvallers van de aanslag in Jakarta heb ik kort getraind in een kamp in Atjeh. Je ziet aan hun manier van schieten dat ze niet ervaren zijn. Het gevaarlijkste is als Bahrun terugkomt met zijn mannen en jihadisten hier gaat trainen”, zegt Handzollah. „Dan kunnen er aanslagen plaatsvinden die dodelijker zijn dan die in Jakarta.”