Column

Hoe de vis schielijk verdwijnt uit de wereldzeeën

Om 32 miljard kilo vis boven water te krijgen waren er maar 200 wetenschappers nodig. Vorige week bracht een Canadees onderzoeksteam gegevens naar buiten over de wereldwijde visserij. Die verschillen niet alleen sterk van de officiële cijfers, maar geven ook een nogal zorgwekkend beeld van de visstand in de wereldzeeën. Daar wordt veel meer gevangen dan geregistreerd wordt. Geen 77 miljard kilo vis en schaaldieren, maar een derde meer: 109 miljard kilo. Bovendien lukt het vissers al twintig jaar niet meer om hun vangsten op peil te houden, zo concludeerde het onderzoeksteam, geleid door de invloedrijke visserijbioloog Daniel Pauly.

Die neergang in vangsten is opmerkelijk, omdat de wereldwijde vraag naar vis alleen maar kan zijn toegenomen. In de afgelopen twee decennia groeide de wereldbevolking en nam de welvaart in Azië toe. Toch wordt er jaar in jaar uit niet méér gevangen, maar minder. Dat voorspelt weinig goeds voor de toekomstige visserijopbrengsten, die veel mensen in de wereld van waardevolle eiwitten moeten voorzien.

Maar de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, heeft die neerwaartse lijn niet opgemerkt. Zij blijkt een substantieel deel van de wereldvisserij te negeren, zoals de miljarden kilo’s vis en schaaldieren die jaarlijks overboord worden gegooid. En misschien wel het belangrijkste: de FAO corrigeert de cijfers die de lidstaten aanleveren nauwelijks.

Tekenend is de toestand in China, veruit het grootste visserijland ter wereld. De Chinese vloot vist steeds verder weg, maar wat die schepen opvissen, is volkomen onbekend. Hun vangsten zouden wel tien maal zo groot kunnen zijn als de FAO-cijfers suggereren.

De FAO reageerde vorige week afwijzend op de kritiek van de Canadezen. Hun analyses zitten vol onzekerheden, zei het hoofd visserijstatistiek. Ja, dat geven de onderzoekers zelf ook toe. Die onzekerheid betekent ook: het kan nog veel erger zijn dan de visserijbiologen inschatten.

Visserij kán met quota binnen de perken gehouden worden. In Noordwest-Europa gebeurt dat, en de visstand verbetert er voorzichtig. Maar industriële visserij is de afgelopen twintig jaar een mondiale sector geworden, met China, Indonesië, de VS en Peru als grootste spelers. Internationale afspraken komen nauwelijks tot stand.

Als er nu overbevist wordt, zal dat nog decennia, wellicht eeuwen, een schaduw werpen.

Juist de FAO, een organisatie die voedsel voor de wereld wil waarborgen, zou van die visserij een zo compleet mogelijk beeld moeten schetsen. En de lidstaten delen in die verantwoordelijkheid.