Het vredesproces loopt nu al stroef

Hoe groot is de kans dat er vrede komt in Syrië? Vrijdag beginnen gesprekken, maar buitenlandse partijen hebben hun eigen agenda en Syrische partijen willen niet met elkaar aan tafel.

De macht in Syrië ligt in vele handen

Van het voorzichtige optimisme dat vorig jaar onder diplomaten heerste over de Syrische vredesbesprekingen is weinig meer over. De gesprekken tussen het Syrische regime en de oppositie zouden maandag beginnen. Maar ze zijn uitgesteld tot vrijdag vanwege onenigheid wie er aan tafel mag zitten.

Dat optimisme was gebaseerd op drie bijeenkomsten van de zogeheten Internationale Steungroep voor Syrië, die wordt geleid door de Verenigde Staten en Rusland. In de groep zijn alle externe spelers in de oorlog vertegenwoordigd: de aartsrivalen Saoedi-Arabië en Iran, Turkije, en verschillende Arabische en Europese landen.

Tijdens die bijeenkomsten werd een plan opgesteld voor een vredesproces, dat moet leiden tot een nationale wapenstilstand en vrije verkiezingen binnen achttien maanden. Het plan werd in december omarmd door de VN-Veiligheidsraad. Het werd alom gezien als het meest serieuze diplomatieke initiatief in jaren om de oorlog in Syrië te beëindigen.

Maar nog voordat de onderhandelingen goed en wel zijn begonnen, is er al ruzie over welke groepen de oppositie mogen vertegenwoordigen en wie worden bestempeld als ‘terroristen’. De VS willen dat bijna alle invloedrijke Syrische partijen aan tafel zitten, met uitzondering van terroristische groepen zoals Jabhat al-Nusra (de Syrische tak van Al-Qaeda) en Islamitische Staat. Maar daar zijn Saoedi-Arabië en Turkije op tegen.

Iedereen zijn eigen agenda

Het conflict illustreert hoe moeilijk het is om vredesbesprekingen te organiseren terwijl de oorlog in Syrië nog in volle gang is en de strijdende partijen denken dat ze kunnen winnen. Het vredesproces wordt weliswaar gesteund door alle belangrijke externe spelers in het conflict. Maar het probleem is dat die allemaal hun eigen agenda blijven nastreven.

De speciale VN- gezant voor Syrië, Staffan de Mistura, wil net als de VS dat er een brede afspiegeling van de oppositie vertegenwoordigd is in Genève. Formeel heeft hij ook het laatste woord over wie er wordt uitgenodigd.

Maar in een toespraak voor de Veiligheidsraad vorige week klaagde hij dat zijn mandaat aan alle kanten wordt ondermijnd. „Ik verwacht dat alle partijen mijn verantwoordelijkheid erkennen in het opstellen van een lijst met genodigden, en dat ik iedereen toevoeg die ik nodig acht.”

De Mistura verwijt Saoedi-Arabië dat het probeert uit te maken welke groepen tot de oppositiedelegatie horen. In aanloop naar de vredesbesprekingen heeft Saoedi-Arabië een alliantie van 34 politieke en gewapende groepen gesmeed die de oppositie moet vertegenwoordigen in Genève. Maar die alliantie bevat lang niet alle Syrische oppositiegroepen.

Niet in dezelfde kamer

De alliantie wordt gesteund door Frankrijk, Turkije en Qatar. Maar Rusland heeft er bezwaar tegen dat radicaal islamitische groepen als Ahrar al-Sham en Jaish al-Islam deel uitmaken van de alliantie. En het eist dat enkele figuren die Moskou gunstig gezind zijn juist worden toegevoegd aan de alliantie. Een voorbeeld is Saleh Muslim, de vicevoorzitter van de Syrisch-Koerdische partij PYD, die de macht heeft in de Koerdische gebieden in Noord-Syrië.

Maar Turkije dreigt de vredesbesprekingen juist te boycotten als de Syrische Koerden worden uitgenodigd. Want zij zijn nauw gelieerd aan de Turkse guerrillabeweging PKK – een terreurgroep in de ogen van de Turkse regering.

„Sommige partijen willen de oppositie beschadigen door de [Syrische Koerden] toe te voegen, die collaboreren met het regime en de gematigde oppositie aanvallen”, zei de Turkse premier Ahmet Davutoglu. „Geen enkele terroristische groep moet vertegenwoordigd zijn aan tafel.” Het feit dat de Syrische Koerden tegen IS vechten geeft ze volgens Davutoglu geen legitimiteit.

De Mistura zou dinsdag de uitnodigingen voor de vredesbesprekingen versturen. Wie er uiteindelijk aan tafel mogen zitten, was maandagavond nog niet duidelijk. Wel duidelijk was dat de partijen elkaar niet zullen ontmoeten. „We weten nu al dat ze niet in dezelfde kamer willen zitten”, zei De Mistura vorige week tegen de Veiligheidsraad. „Ze erkennen elkaar niet. Maar we moeten ze allemaal uitnodigen. En wie weet zullen de Syriërs op een dag zelf via verkiezingen bepalen wie hen vertegenwoordigt.”

Nog kansen op het slagveld

Een andere complicerende factor is dat er voorlopig gewoon wordt doorgevochten. Een deel van de oppositie wil pas praten als het regime stopt met het bombarderen van burgers, het blokkeren van humanitaire hulp, en gevangenen vrijlaat. „We zullen niet onderhandelen zolang onze mensen lijden onder beschietingen, uithongering en belegeringen”, zei Riad Hijab, een Syrische oud-premier die fungeert als coördinator van het Hoge Onderhandelingscomité.

Sinds Rusland in oktober vorig jaar een luchtoffensief lanceerde om de opmars van rebellen te stuiten, denkt het regime dat de kansen op het slagveld zijn gekeerd. „Rusland heeft de machtsbalans op een dramatische manier gewijzigd”, schreef Joshua Landis, directeur van het Centrum voor Midden-Oosten Studies aan de Universiteit van Oklahoma, vorige week in Foreign Affairs. „De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken en de VN kunnen er wel op aandringen dat Assad onderhandelt met zijn tegenstanders, maar de Syrische president heeft niet de intentie om hun eisen te accepteren. Zijn adviseurs zeggen dat hij deze maand naar Genève gaat om ‘te luisteren, niet om te onderhandelen’.”

De toekomst van de vredesbesprekingen ligt uiteindelijk in handen van de Syriërs, verklaarde Kerry vorige week tijdens een bezoek aan Laos. „Ze moeten serieus zijn. Als ze niet serieus zijn, dan zal de oorlog voortduren. Het is aan hen. Je kunt het paard naar het water leiden, maar je kunt het niet dwingen om te drinken.”