Frankrijk gebruikt noodtoestand als politiek middel

Hollande wil rechts de wind uit de zeilen nemen met de speciale bevoegdheden na de aanslagen in Parijs.

Een Parijse politiepatrouille vlakbij de entree van de VN-klimaatconferentie, twee weken na de terroristische aanslagen waarbij 129 mensen omkwamen. Foto Reuters

Bereidde Halim Abdelmalek een aanslag voor toen hij zich in mei 2015 bij het huis van de hoofdredacteur van Charlie Hebdo ophield? Politieagenten die vanuit een busje de voordeur van tekenaar Riss in de gaten hielden, dachten van wel en namen observatiefoto’s. De 35-jarige fors bebaarde moslim, die volgens inlichtingenrapporten een radicale moskee frequenteerde, zou met zijn mobieltje beelden van het appartement van de bedreigde tekenaar hebben gemaakt.

Twee dagen na de Parijse terreuraanslagen van 13 november stonden bij Abdelmalek agenten voor de deur. De lokale autoriteiten hadden besloten hem preventief huisarrest op te leggen. Sinds president François Hollande in de nacht van de aanslagen de noodtoestand uitriep, is daar geen tussenkomst van de rechter meer voor nodig. Er moeten „serieuze redenen” zijn die aantonen dat iemand „een bedreiging vormt voor de veiligheid en de openbare orde”.

Ondanks toenemende kritiek liet het Élysée afgelopen vrijdag weten dat Hollande de noodtoestand, die normaal gesproken 26 februari zou aflopen, met drie maanden wil verlengen. Op dezelfde dag kreeg garagehouder Abdelmalek van de Franse Raad van State in een door hem aangespannen procedure gelijk: het bewijs tegen hem was flinterdun en zijn huisarrest niet terecht.

Abdelmalek had de pech dat zijn moeder bijna naast Riss woont. Foto’s had hij nooit gemaakt: nadere bestudering van de bewijslast leerde dat hij zijn telefoon weliswaar niet aan zijn oor had, maar dat hij sprak via de speakerfunctie. En de radicale moskee? Daar kwam hij sinds 2005 niet meer. De raad veroordeelde de Franse staat tot 1.500 euro schadevergoeding. „Daar moet ik om lachen”, zei garagehouder Abdelmalek op televisie. Maar: „Vrijheid heeft geen prijs.”

Terwijl in november het parlement bijna unaniem akkoord ging met het instellen van de noodtoestand, zwelt de kritiek door dergelijke incidenten nu aan. Niet dat Hollande zich direct zorgen hoeft te maken om zijn meerderheid: slechts enkele leden van de linkervleugel van zijn partij en van de groene partij EELV dreigen tegen verlenging te stemmen, de rechtse oppositie heeft hij aan zijn zijde.

Maar toen het erop leek dat premier Manuel Valls voor het weekend tegen de BBC had gezegd dat de noodtoestand moet voortduren „totdat IS verslagen is”, reageerde links Frankrijk gebeten. Dat zou „het eind van de rechtsstaat” inluiden, twitterde EELV-leider Cécile Duflot. Later bleek dat hij wat vrij geciteerd was. De noodtoestand, die Hollande grondwettelijk wil verankeren, moet „zolang als nodig” voortduren, zei Valls.

Vooral mensenrechtenorganisaties zijn kritisch op de plannen die volgens hen een „permanente uitzonderingssituatie” inluiden. De noodtoestand is een „inbreuk op meerdere fundamentele vrijheden”, schrijft de Franse Ligue des Droits de l’Homme in een klacht bij dezelfde Raad van State. Die buigt zich vandaag over de eis om de noodtoestand te stoppen.

Mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties laakten vorige week „het gebrek aan precisie” van de noodtoestand en riepen Frankrijk op de strijd tegen terrorisme met meer conventionele middelen aan te pakken. Maandag sprak de secretaris-generaal van de Raad van Europa zijn „bezorgdheid” uit.

Hollandes keuze is bovenal politiek, om rechts de wind uit de zeilen te nemen, analyseert Libération. Een anonieme minister omschrijft het in die krant als een voorzorgsmaatregel: „Als er een nieuwe aanslag komt, valt iedereen over ons heen omdat we de Fransen niet beschermd hebben.”