Column

Een zwaar jaar

Voor het eerst sinds tijden hoorde ik weer eens blije geluiden uit de benarde veste van de PvdA. Niet dat de onmetelijke afstand tot de PVV in de peilingen ook maar met één zeteltje was verminderd, maar het scheen dat de PvdA een lange neus had gemaakt naar de VVD. Tjonge!

Mijn vrouw was er als loyaal, maar kritisch, lid erg over te spreken. Zij liet mij vorige week verheugd een nieuwsbrief van haar partij zien, waarin een motie tegen het kustbeleid van VVD-minister Schultz werd aangekondigd. Ik veinsde ook enig enthousiasme, maar diep in mijn hart vond ik het eerder een vanzelfsprekende dan een moedige daad van de PvdA.

Ik moest denken aan het hilarische interview dat minister Schultz aan Nieuwsuur had gegeven kort voordat haar plan in de Tweede Kamer zou worden behandeld. Waarom wilt u toch de opheffing van dat bouwverbod langs de kust, moest Mariëlle Tweebeeke enkele keren aan de minister vragen. En elke keer kwam de minister weer met die strandpaviljoens aanzetten, waarvan het zo zonde was dat ze na elke zomer moesten worden afgebroken.

Als je de minister moest geloven was er sprake van een bijna komisch misverstand. Wij, het volk, zagen steeds weer die clichématige, sigarenrokende, kustlijnverwoestende projectontwikkelaars achter haar oprijzen, terwijl zij alleen maar de hardwerkende strandtenthouder wilde helpen bij het zo voordelig mogelijk bereiden van zijn hotdogs en kipsateetjes.

„Als iedereen tegen Schultz is, durven jullie ook”, zei ik. „Ik heb jullie weinig horen zeggen over al die andere kneuzen met wie de VVD deze regering heeft verrijkt. Opstelten, Teeven, Van der Steur…”

„Dankzij de PvdA is dit plan nu toch maar mooi afgeschoten”, zei ze schouderophalend.

„Tel je zegeningen”, zei ik. „Zijn jullie over het Oekraïne-referendum even bezorgd als over dat strandgedoe?”

„Hoezo?”

„Nou, er staat nogal wat op het spel. Als Jan Roos het wint van Rutte – en zo moeilijk is dat nou ook weer niet – wacht ons volgens Juncker ‘een grote continentale crisis’.”

„De PvdA zegt já tegen het EU-associatieverdrag met Oekraïne”, zei ze bijna plechtig.

„Dat weet ik. Maar als Jan Roos het per ongeluk wint, wil de PvdA keurig zijn onzalige plan uitvoeren. Dan doen jullie het in je broek voor Jan Roos en het falderappes achter hem. Alleen Koenders is tegen, heb ik begrepen. Ik ben heel benieuwd hoe Samsom dat straks gaat uitleggen.”

„Laten we dat maar even afwachten”, zei ze zuinig, „ik ben trouwens ook vóór dat verdrag…”

„Voorlopig heeft Samsom andere zorgen”, zei ik.

„Zoals?”

„Wilders natuurlijk. Een parlement dat zich door hem laat domineren, is geen nepparlement, maar een gekkenhuis. Wat wil Diederik daar zijn? Ziekenverpleger of patiënt?”

Weer zag ik de beelden voor me van Wilders, ‘verzetsspray’ uitdelend in Spijkenisse, terwijl enkele blonde vrouwen in het publiek hem een ‘selfie’ afsmeekten. Wilders op de bres voor de Nederlandse vrouw, inclusief Kim Holland.

„Het wordt een zwaar jaar”, zei ik, „ook voor de PvdA.”

Het viel me op dat ze me niet tegensprak.