Een machine kan ook best slim zijn 

Computerpionier Marvin Minsky (1927-2016) is overleden.
Marvin Minsky in 2008.

“Kunstmatige intelligentie is de wetenschap van het maken van machines die dingen doen die intelligentie vereisen wanneer mensen ze zouden doen.” Zo zag de computerpionier Marvin Minsky (1927-2016) zijn vakgebied. Hij overleed afgelopen zondag. 

Minsky was een van de pioniers en drijvende krachten van het vakgebied kunstmatige intelligentie. Daarbij gaat het om zoekmachines, automatische vertalingen, automatische herkenners van spraak, tekst en beeld - allemaal voorbeelden van kunstmatige intelligentie waar we nu in onze informatiemaatschappij bijna niet meer zonder kunnen. Minsky werkte sinds 1957 aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Hij overleed aan de gevolgen van een hersenbloeding in zijn woonplaats Boston, zo heeft zijn familie bekend gemaakt.

Samen met John McCarthy, Claude Shannon en Nathaniel Rochester organiseerde Minsky in 1956 het Dartmouth Summer Research Project on Artificial Intelligence. Die conferentie staat te boek als de geboorte van het vakgebied. Hier werd ook voor het eerst de naam ‘artificial intelligence’ gebruikt. Minsky en de andere pioniers formuleerden een ambitieus en stellig uitgangspunt: „Elk aspect van leren of elk ander kenmerk van intelligentie kan zo precies worden omschreven dat een machine gebouwd kan worden om het te simuleren.”

Intelligentie als uitdaging

Minsky, opgeleid als wiskundige, vond in het fenomeen ‘intelligentie’ de wetenschappelijke en filosofische uitdaging die hij zocht. Wat het menselijk brein kan, dat zou een computer ook moeten kunnen, was zijn overtuiging. Intelligentie is niet voorbehouden aan biologische wezens. Het ontstaat op een emergente manier uit de interactie tussen een heleboel eenvoudige, niet-intelligente cellen. Dat uitgangspunt kwam centraal te staan in zijn invloedrijke boek The Society of Mind uit 1985.
Kijk hier naar een collegereeks van Minsky over dit boek, uit 2011

Veel eerder al, in 1951, bouwde Minsky een kunstmatig neuraal netwerk geïnspireerd op een netwerk van hersencellen in het menselijk brein. Decennialang bleven de resultaten van die kunstmatige neurale netwerken ver achter bij de verwachtingen van de pioniers, maar juist in de afgelopen jaren boeken ze - nu onder de nieuwe naam Deep Learning - grote successen. Vooral dankzij de exponentieel toegenomen rekenkracht van computers en de beschikbaarheid van grote databergen aan teksten, foto’s en video’s via het internet.

In 1968 ontwikkelde Minsky een voor de robotica baanbrekende ‘tentakel-arm’, een soort octopus-achtige robotarm met twaalf gewrichten. Twee jaar later won hij de Turing Award, die wordt gezien als de Nobelprijs voor de informatica, voor zijn pioniersrol in de kunstmatige intelligentie.

Inspiratie

Minsky inspireerde ook generaties studenten, waaronder uitvinder Ray Kurzweil. En Stanley Kubrick, regisseur van de sciencefiction-klassieker 2001 - A Space Odyssey uit 1968, legde voor het maken van die film zijn oor trouwens te luister bij Minsky om te horen hoe de intelligente computer HAL 9000 er uit zou moeten zien. HAL kwam er zo veel minder sprookjesachtig uit te zien dan Kubrick in eerste instantie voor ogen had, maar volgens Minsky wel veel mooier en realistischer.

Hieronder een sleutelfragment uit 2001, waarin de opstandige HAL 9000 uitgezet wordt.

 

In een interview met Discover Magazine antwoordde Minsky op de vraag wat het verschil zou zijn tussen een perfect kunstmatig brein en een echt mensenbrein: ,,Nou, het zou niet sterven. Sommige mensen denken dat we dood moeten gaan, andere vinden de dood een overbodige last. Ik behoor tot de tweede categorie. Dus ik denk dat we van de dood af moeten raken.”

Vorig jaar gaf Minsky nog een interview aan MIT Technology Review, bij hem thuis.
Bekijk het hieronder.