Column

Een god

Je moet nooit naar de Australian Open kijken als je bezig bent met het gedachtegoed van de Amerikaanse mythologie-expert Joseph Campbell. Terwijl ik zondag met een half oog de match tussen Roger Federer en David Goffin volgde, las ik Campbells The Power of Myth, waarin hij op een gegeven moment uitlegt waarom het moeilijk is om van goden te houden. In veel religies staat het perfecte gelijk aan het goddelijke, waardoor het heel lastig is om een opperwezen lief te hebben. De mens hecht zich veel makkelijker aan entiteiten die foutjes bevatten en dus minder bedreigend zijn. Geen wonder dat het Griekse pantheon, met alle incest, overspel en geruzie, al eeuwenlang het populairste godendepot is.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen

Terwijl ik daarover nadacht, verloste Federer Goffin net uit zijn lijden. Volgens Campbells theorie zou het makkelijker zijn om van de verliezer te houden, maar de tribune brulde Federers naam. En dat terwijl hij toch wel erg in de buurt van het perfecte, en dus het onuitstaanbare, komt. De man spreekt vier talen foutloos en verwekt uitsluitend tweelingen. Er zijn mensen om minder goddelijk verklaard. Federer speelde bovendien afgelopen week zijn driehonderdste grand slam-wedstrijd, op een leeftijd waarop de meeste spelers al zijn weggegleden in de anonimiteit van het dubbelspel of in het opzetten van een ondergoedlijn.

Volgens Campbells theorie zou R-Fed ons juist vanwege zijn succes koud moeten laten, maar het opmerkelijke is: dat doet hij niet. Misschien omdat hij ondanks zijn leeftijd nog steeds aan de tennistop staat. Waar Rafael Nadal op zijn 29ste al gesloopt is, hupst de vijf jaar oudere Zwitser nog vrolijk van toernooi naar toernooi. Misschien is de echte aftakeling nog niet nabij, maar er staan steeds meer jonge, sterke spelers op, om nog maar te zwijgen van de bloedvorm verkerende Djokovic en Murray. Ieder seizoen kan zijn laatste zijn.

Terwijl ik hierover nadacht, zond Eurosport een interview met Federer uit. Hij kreeg complimenten voor zijn spel en hij vertelde dat hij veel beter speelt als hij merkt dat het publiek op zijn hand is. Potverdrie, dacht ik. Daarom houden we van hem. Hij doet gewoon alsof hij het zonder de fans niet zou redden! En dat terwijl iedereen weet dat de man perfect is en het ook best zonder ons applaus kan. Wat een eikel.

En toen zond Eurosport de hoogtepunten uit van de wedstrijd, en kon ik om elke machtige rally en smash van Federer alleen maar juichen. Ik ben gehersenspoeld en koester het ondanks alles. Zo moeten mensen die in een sekte zitten zich voelen. Mijn borst stroomde over van liefde voor Federer, de god die zo perfect is, dat je ondanks alles, wel van hem moet houden.