Column

Draghi, doping en meer ongelijkheid

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Ongelijkheid in Nederland...? Dat is een ondernemer die in Amsterdam een appartement koopt van 14 miljoen euro of meer. Bovenin een futuristische woontoren die nog gebouwd moet worden. Maar wat voor ondernemer. Won Yip, een horecaman, wiens Chinese vader in de jaren zestig van de vorige eeuw via Cuba naar Nederland vluchtte.

Yips appartement is het duurste ooit in Nederland. Ter vergelijking: de hoogste prijs vorig jaar voor een bestaand huis was bijna 6,2 miljoen euro, bleek uit de top-10 van weekblad Elsevier. 

Vanaf zijn appartement op de bovenste verdieping krijgt Yip een spectaculair uitzicht over Amsterdam. Dat is een stad die decennia voorrang gaf aan sociale woningbouw. Dat creëerde schaarste op de koopwoningenmarkt en dat zie je terug in de huizenprijzen.

Ongelijkheid van inkomen en vermogen bestrijden was jarenlang een linkse hobby. Spreiding van inkomen, kennis en macht was het credo van het kabinet Den Uyl (1973-1977) het meest linkse kabinet van na de oorlog. Maar nu? Nu is ongelijkheid weer iets van iedereen. Dankzij de Franse econoom Thomas Piketty die verwacht dat het rendement op aandelen en ondernemingsvermogen stelsmatig de loongroei overtreft. De stapel rapporten over ongelijkheid op mijn bureau groeit. Vorig jaar denktank WRR. Dit jaar: Oxfam over internationale ongelijkheid. Het Centraal Planbureau over vermogensongelijkheid. Het CBS over inkomensongelijkheid in Nederland.

De herontdekking van ongelijkheid is om te beginnen een crisisverschijnsel. Ongelijkheid is een zondebok. Wie heeft ons in de narigheid gestort? Een economische crisis maakt ongelijkheid onrechtvaardiger.

Maar er is meer. De herontdekking van de ongelijkheid is ook een inhaalmanoeuvre. Een afrekening bijna. De wereld is de afgelopen drie decennia tussen landen wel veel gelijker geworden, kijk maar naar de opgekomen middenklasse op een continent als China. Maar binnen landen is het beeld radicaal anders. Je hoeft alleen maar te kijken naar de cijfers die het CPB verzamelt over het aandeel van winst en kapitaalinkomen in wat wij jaarlijks verdienen. Dat percentage ligt vrijwel constant op 20 procent of meer en dat zijn historisch hoge percentages. Crisis of niet.

De consequenties daarvan dringen maar langzaam door tot economen en politici. Zolang werkgevers in Nederland volhouden dat een onderneming een samenwerkingsverband is van kapitaalverschaffers, werknemers en management moeten de opbrengsten evenwichtig worden verdeeld. Anders krijg je scheve ogen. Of je valt als werkgever door de mand als iemand die A zegt, maar B doet...

Het gekke is: je ziet om je heen wel die scheve ogen. Maar dat vertaalt zich niet in sociale strijd of groeiende vakbondsmacht. De ongelijkheid draagt met andere onbeheersbare trends (vluchtelingen, werkloosheid, zorg om gezondheidszorg) wel bij aan permanente steun voor een anti-elite stemming, maar niet louter anti-werkgevers.

De gegroeide ongelijkheid is de afspiegeling van fantastische decennia, althans voor wie een onderneming heeft. Voor het topkader met een beloning die gekoppeld is aan de beurskoersen en ondernemingswinsten. En voor aandeelhouders zelf. De ultralage rente die de centrale banken dicteren werkt daarbij als doping. De suggestie van president Mario Draghi van de Europese Centrale Bank dat de rente nog langer laag moet blijven, zorgde vorige week weer voor een koersspurt op de aandelenmarkt.

Fijn voor de beursvloer, maar voor de werkvloer?