Deze film toont het belang van onderzoeksjournalistiek

Deze week is Spotlight te zien: een film over journalisten die misbruik in de katholieke kerk in de Verenigde Staten onthulden. Er zijn gelijkenissen met vergelijkbare onthullingen in Nederland.

Spotlight, het onderzoeksteam van de Boston Globe. In 2002 legde de krant na intensief onderzoek kindermisbruik in de katholieke kerk bloot.

De krant met het nieuws over het kindermisbruik door katholieke priesters was net bezorgd of de telefooncentrale van The Boston Globe stond roodgloeiend. Bij NRC was het na het eerste bericht over het kerkelijk misbruik in Nederland niet anders. Honderden slachtoffers reageerden.

Het is een van de overeenkomsten die Spotlight biedt met de Nederlandse situatie. Het scenario vertoont gelijkenissen met het onderzoek dat NRC vanaf 2010 (met de Wereldomroep) deed naar het kerkelijk kindermisbruik in Nederland. Het team van de Globe won in 2003 een Pulitzer Prize; NRC werd onderscheiden met journalistieke prijzen in Nederland.

Opvallend is dat bij beide kranten iemand van buiten de aanzet tot het onderzoek gaf. Bij de Globe was dat een nieuwe hoofdredacteur, Marty Baron. Hij verbaasde zich tijdens zijn eerste werkdag erover dat een column over kindermisbruik door een priester niet geleid had tot het inzetten van Spotlight, het onderzoeksteam van de Globe.

Bij NRC was het Robert Chesal, toen verslaggever van de Wereldomroep. Hij belde in januari 2010 met de krant na de eerste berichten over misbruik op een kostschool van paters salesianen in Duitsland. Chesal had een interview gehad met een oud-internaatsleerling, met wie NRC ook had gesproken. Chesal wilde weten of de man – die zei misbruikt te zijn – een incident was of symbool stond voor een breder probleem. En dat was de juiste journalistieke vraag, en de aanleiding om samen te werken.

NRC had al in 2002 geschreven over kindermisbruik in katholieke parochies. Pas in 2010, na de onthulling van het kindermisbruik in katholieke kostscholen, ontstond er een mediastorm. Dat kwam omdat in Nederland het misbruik vooral dáár had plaatsgevonden. Slachtoffers herkenden zich daarin en bleken massaal bereid te getuigen.

Bovendien was kort vóór de onthullingen de publieke opinie gesensibiliseerd. Dat gebeurde door het nieuws dat priesters weigerden hosties te geven aan homoseksuele gelovigen. Toen kort daarna NRC onthulde dat priesters in het internaat Don Rua van de salesianen in ’s Heerenberg aan kinderen gezeten hadden, en dat kerkleiders dat hadden toegedekt, was het land al snel te klein.

Databank met kerkdienaren

Spotlight laat het succes zien van systematisch journalistiek speurwerk, waaronder het aanleggen van een databank met namen van verdachte kerkdienaren. Ook NRC verwerkte de gegevens over honderden daders en locaties op die manier, wat leidde tot inzicht waar en wanneer kinderen misbruikt waren, en door wie. Daarbij bleken, net als in Boston, pedofiele priesters regelmatig overgeplaatst door de kerkleiding, met nieuwe slachtoffers tot gevolg.

In meer opzichten lijken de onderzoeken op elkaar. Zo was er de tegenwerking van kerkelijke autoriteiten en waren er vaak emotionele gesprekken met slachtoffers wier vertrouwen gewonnen moest worden.

De film toont ook hoe bij de Globe niet iedereen op de redactie de urgentie inzag van een diepgaand onderzoek naar het kindermisbruik. Bij NRC was dat niet anders, voorafgaande aan de eerste onthulling. Later zou dat veranderen, al bleef de zorg dat een langdurig onderzoek (met veel artikelen) wel eens op een ‘campagne tegen de Kerk’ zou kunnen lijken. De les die valt te trekken uit de film is dat journalisten klokkenluiders vooral serieus dienen te nemen, en moeten blijven doorspitten en publiceren.

Het grote zwijgen

Rode draad in de film is het doorbreken van het grote zwijgen door het winnen van het vertrouwen van de slachtoffers en het minutieus zoeken naar bewijzen. Die zwijgzaamheid was er tot de publicaties van NRC ook in Nederland. De Kerk behandelde misbruikzaken achter gesloten deuren, waarbij de reputatie van de Kerk zorgvuldig werd bewaakt. Naar slachtoffers werd niet of nauwelijks omgekeken.

Beide onderzoeken hadden grote gevolgen voor de plaatselijke kerkleiding. De imagoschade was enorm; de financiële strop groot. Bisdommen in de VS betaalden 1 miljard euro aan schadevergoeding en kosten. In Nederland zal de Kerk, als de procedures zijn afgerond, zo’n 40 miljoen euro kwijt zijn.