‘De illusie ontstaat in jouw hoofd’

speelt als illusionist met het brein van de kijker in zijn tv-programma Mindf*ck. Hij is opgeleid als arts.

Victor Mids: „De illusie penetreert jouw veilige werkelijkheid. Op dat moment sta jij in mijn verhaal”Foto Marc Deurloo

Victor Mids zet een blauwe en een rode plastic beker op tafel en zegt: „Wil je die rode beker gebruiken, of wegdoen?” Ik antwoord: „Gebruiken.” Vervolgens slaat Mids met de vlakke hand de blauwe beker plat. En zegt: „Wat ben ik blij dat je de rode niet hebt gekozen.” Onder de rode beker staat een mes rechtop. Een echt mes. Hoe wist hij dat ik de rode zou kiezen?

Victor Mids (28) heeft sinds een jaar een eigen goochelprogramma bij NPO 3: Mindf*ck. Hij wisselt visuele trucs af met trucs waarin hij de deelnemers verbaal of geestelijk misleidt. Zelfs noemt Mids zich liever illusionist. „Bij goochelaar ziet iedereen een hoge hoed met een konijn voor zich. Als geen ander weet ik: perceptie is alles.”

Als je een goochelaar op tv ziet, weet je dan altijd hoe hij het doet?

„Helaas wel. Soms zie ik een nieuwe truc, dan weet ik niet meteen hoe het werkt. Maar dan bedenk ik vijf methodes die ik zelf zou gebruiken en waarschijnlijk is het één van die vijf. Op zich geeft het niet. Als het verhaal eromheen maar mooi genoeg is, dan kan ik me toch laten meeslepen. Wanneer we nieuwe items voor Mindf*ck maken, denken we ook allang niet meer alleen na over de trucs. In het verhaal zit de werkelijke kracht. De truc kun je er later tussen schuiven.”

Het gaat dus niet om de truc?

„Op een gegeven moment ken je alle basistechnieken, dan gaat het om de combinaties. Daar zit het geheim in. Als je verschillende methodes door elkaar gebruikt, wordt het steeds lastiger te achterhalen hoe ik de valse werkelijkheid presenteer. Er zitten meerdere lagen van misleiding op elkaar.”

Wat is goochelen dan?

„Illusionisme is de kunstvorm waarin je een verdraaide werkelijkheid demonstreert. Waarin je het ‘niet echte’ heel even ‘echt’ maakt. Bij een toneelstuk of film kan de toeschouwer ook even vergeten dat het nep is. Maar je kunt er altijd uitstappen. Illusie gaat één stapje verder. Ik speel ook een rol, maar bij mij kun je er als toeschouwer niet uitstappen. Op het moment dat je iets hebt zien verdwijnen, kun je wel zeggen: ‘het was niet echt wat ik heb gezien’. Maar je kunt het nog steeds niet plaatsen. De illusie penetreert jouw veilige werkelijkheid.”

Speel je wel eens vals? Met acteurs?

„Nee. Wij zitten tegen het medium televisie aan te hikken. Je kunt altijd zeggen: ‘Maar dat is televisie. Televisie is nep’. De kijker ziet niet dat we voor een illusie soms maanden bezig zijn iets uit te denken, te polijsten en te perfectioneren. Ik snap het wel: als je Harry Potter over je scherm hebt zien vliegen, dan is het niet boeiend als ik een muntje laat verdwijnen op straat. Dus je moet zo veel mogelijk aan de kijkers laten zien dat het écht gebeurt.”

En de montage? Moet je eigenlijk niet alleen maar lange totaalshots laten zien, om het eerlijk te houden?

„Dat kan helaas niet. De camera ziet namelijk alles scherp. De illusie draait altijd om het afleiden. Strek je hand uit en kijk naar je duimnagel. Die nagel is het enige wat je scherp ziet. De rest van wat je denkt te zien, is wazig, dat vult je brein zelf in. In dat gebied van ingekleurde waarneming kan ik de deelnemer afleiden en meenemen in mijn verhaal. Maar dit is alleen relevant voor visuele illusies. Ik ben meer geïnteresseerd in cognitieve illusies.”

Bent je echt arts?

„Ik heb nooit als arts gewerkt, maar ik ben wel geregistreerd basisarts. Ik ben afgestudeerd, heb mijn co-schappen gedaan. Ik leerde in mijn studie veel dingen die ik als illusionist kon gebruiken. Zo heb ik toen Neuromagic bedacht. Een mengsel van hypnose, overtuigingstechnieken, non-verbale communicatie. Inattentional blindness: dat jouw aandacht zo zeer op iets is gericht, dat je blind bent voor al het andere. Je bent bijvoorbeeld zo gefocust op wat basketbalspelers, dat je niet meer ziet dat een gorilla langsloopt.”

Je liet een paar mensen op straat hun voornaam vergeten. Hoe deed je dat?

„Ik vermengde die gedachte – dat ze hun voornaam waren vergeten – met een lichamelijke sensatie: dat ze niet meer konden slikken. Hypnose is niets anders dan een verhoogd rollenspel. Het is een placebo-effect met woorden. Je geeft de deelnemers een zin en vervolgens vertellen zij zichzelf dat die zin waar is.”

Wat kunnen we ervan leren?

„De illusie ontstaat maar op één plek, en dat is in het hoofd van de toeschouwer. Alles draait om hoe ik het aan jou presenteer. Onze perceptie is gekleurd door allerlei normen en waarden en ervaringen. Ik leg de wetenschap erachter uit. Nou ja, tien, twintig procent ervan, een kijkje in de keuken, dat is juist leuk.”

En wat gebeurde er nu met die bekers?

„Dat is geen goochelarij, dat is gewoon sturing. Ik vroeg niet: ‘welke zal ik stukslaan?’ Ik vroeg je: ‘wilt u die rode beker gebruiken, of wegdoen?’ De woorden ‘wegdoen’ en ‘gebruiken’ zijn ambigu, die handelingen had ik nog niet gekoppeld aan die bekers. Het gaat om suggestief vragen stellen en om suggestief navertellen. Zo kun je iemands beleving buigen. Pas nadat ik de beker had stukgeslagen, zei ik dat jij dat had besloten. Op dat moment sta jij in mijn verhaal.”

Dus wat ik ook had geantwoord, je had altijd die blauwe platgeslagen?

„Inderdaad. Daarom ben ik zo gek op mijn vak. Je kunt iemand het gevoel geven dat er sprake is van een vrije keuze, terwijl die er niet is.”