Britse indiebands en dat lastige tweede album

Wat is er geworden van de Britse indiegeneratie van 2013? De nog altijd jonge bands Savages, Daughter en Fat White Family zijn alle toe aan de opvolger van een succesvol debuut. Dat tweede album geldt als ‘moeilijk’, omdat het niet altijd meevalt het prille succes uit te bouwen of omdat een band op album nummer twee meer risico durft te nemen en zichzelf dan vergaloppeert aan een overdosis zelfvertrouwen.

Het Londense trio Daughter zoekt de expansie op Not To Disappear in het geluid, breder dan op het debuut If You Leave. Met The War On Drugs-producer Nicolas Vernhes is hun muziek opgeschoven naar trage, galmende gitaarmuziek met omfloerste zang en persoonlijke teksten van zangeres Elena Tonra. Songs als ‘Howl’ en ‘To Belong’ zijn zo doordrenkt van liefdesverdriet dat de luisteraar zich een voyeur waant in Tonra’s gekwetste ziel. „And they’re making children / Everyone’s in love / I just sit in silence...” zingt ze in ‘Doing the Right Thing’, een pijnlijke bekentenis van een zangeres die van kwetsbaarheid haar kracht heeft gemaakt.

De liefde staat op een andere manier centraal bij het tweede album Adore Life van Savages, vier meiden die zich krachtig afzetten tegen het beeld van de vrouw als lijdend relatievoorwerp. De band brengt met nieuw zelfvertrouwen bas, drums en gitaren in de aanslag om als een hedendaagse Siouxsie & the Banshees van leer te trekken in confronterende, inventieve rockmuziek. „What is the point to cry about love?” vraagt zangeres Jehnny Beth in ‘The Answer’. Liefde is weliswaar het antwoord op veel vragen, maar als jonge ondernemende vrouw ga je niet zitten wachten op de ware. Titelnummer ‘Adore Life’ neemt muzikaal wat gas terug om een des te krachtiger statement te maken over de schoonheid van het leven, op een album dat bruist van fiere vrouwelijkheid.

Daarbij vergeleken is de morsige glamrocksound van Fat White Family’s tweede een typisch product van mannelijke overmoed. Songs For Our Mothers blaast hoog van de toren over druggebruik en verraadt een ongezonde obsessie met totalitaire regimes ( ‘Goodbye Goebbels’). Op tournee laat Fat White Family een spoor van chaos achter. Op de plaat vertaalt zich dat in gammele elektrobeats, jengelende gitaren en lijzige zang. Fat White Family’s hooliganpop is zo nonchalant opgenomen dat de rafels er nog aan zitten en er een grauwsluier over het totaal lijkt te hangen.