Wilders ziet alleen vrouwen

Wilders deelde in Spijkenisse verdedigingsspray uit. Er waren demonstranten en fans. ‘Ik bén ook een racist’, zegt Riet (76).

Op de markt van Spijkenisse werd PVV-leider Geert Wilders zaterdag opgewacht door voor- en tegenstanders. Tien tegenstandsters werden gearresteerd. Foto ANP

Met een beetje geluk, zegt Wouter Struijk (27) uit Spijkenisse, is er in een half uur 500 euro opgehaald voor de Stichting Vluchteling. „Bedankt, meneer Wilders.”

De PVV-leider is dan net weg van de markt in Spijkenisse. Daar deelde hij op zaterdagmiddag, samen met partijgenoten, zo’n zeventig rode busjes ‘criminal identifier’ uit: verfspray die mensen niet snel van hun gezicht krijgen. Geert Wilders zegt dat vrouwen de spray nodig hebben om zich te verdedigen tegen asielzoekers die hen kwaad zouden willen doen – zoals in Keulen. Of nog beter, vindt hij: de echte pepperspray die in Nederland verboden is.

De vriendin van Wouter Struijk en zo’n twintig of dertig andere vrouwen die juist niets van de PVV-actie moesten hebben, stonden óók op de markt en staken steeds hun hand uit voor een busje. „Meneer Wilders, mag ik er een?”

Ze haalden er zes op en verkopen die via Facebook. De opbrengst is voor de Stichting Vluchteling. Op zaterdagmiddag werd er al flink geboden, op zondagavond is er 839 euro toegezegd.

Struijk is gemeenteambtenaar in Schiedam en PvdA-fractievoorzitter in de gemeente Nissewaard, waar Spijkenisse bij hoort. Vorige week kwam hij op het idee van de inzamelingsactie, samen met zijn vriendin Kim van de Kant die media- en entertainmentmanagement studeert. „We zaten op de bank en dachten: kunnen we niet iets doen om de actie van Wilders te neutraliseren?”

Op de markt van Spijkenisse staan om twaalf uur, als Wilders er bijna is, wel vooral PVV-fans. In een zijstraat van de markt staat een groepje tegendemonstranten met spandoeken en megafoons. Ze roepen: „Wilders racist, geen feminist.” Ze worden bij Wilders weggehouden. De politie arresteert later tien vrouwen die niet wilden weggaan en zich niet wilden legitimeren.

Wilders zelf slaat geen televisiecamera over om zijn verhaal te kunnen vertellen en gaat tussendoor glimlachend op de foto met vrouwen en een paar kinderen die bij hem in de buurt kunnen komen. Hij wordt omhelsd door een oudere vrouw en praat even met een vrouw in een rolstoel. Voor de mannelijke PVV-aanhangers is het duidelijk: zíj bestaan nu even niet voor Wilders. De boodschap gaat over de veiligheid van de Nederlandse vrouwen.

Twee vrouwen die uit een dorp in de buurt zijn gekomen en alleen hun voornaam willen geven, Lia (50) en Annemarie (48), stonden al om kwart voor twaalf klaar. „We lopen alles af van de PVV”, zegt Annemarie. „En ook de Pegidabijeenkomsten.” Ze zegt dat ze bang is dat haar dochter iets overkomt. Die werkt in een verpleeghuis in Den Haag, naast een vluchtelingenopvang. „Er zitten alleen mannen. Maar er is nog niks gebeurd.”

Lia: „Wel in een zwembad in Wateringen. Daar is een meisje van twaalf door een asielzoeker aangerand. Daar hoor je niks over in de media. Op Facebook durf ik niet mijn woonplaats te vermelden. Als je uitkomt voor je mening, ben je meteen een racist.”

Een vrouw van 76, die ook alleen haar voornaam wil geven (Riet), zegt: „Ik bén een racist. Ik kom er gewoon voor uit.” „Ik ook”, zegt Lia. Riet gaat verder: „Ik heb mijn leven lang hard gewerkt in de gezinszorg en heb altijd alleen maar moeten betalen. Nu wordt alles weggegeven aan die mensen uit al die landen.”

Wilders deelt zelf maar zo’n vijf busjes uit. De tweede vrouw die er een van hem krijgt, is Leontine Maris (53), telefoniste bij een postorderbedrijf. Ze stopt het busje snel in haar tas. „Ik ga thuis op mijn gemakje kijken hoe het werkt.”

Leontine Maris zegt dat ze bang is, ja. „Ik ben heel schrikkerig.” Maar niet voor vluchtelingen. „Ik ben het meest bang voor ons eigen volk, door wat er in de maatschappij gebeurt.”

Ze stemt op de PVV. „Wilders zegt het allemaal heel goed en ik wil graag eens zien wat er gebeurt als hij regeert.”

Maar ze is er niet tegen dat vluchtelingen komen. „Spijkenisse is groot genoeg. Er kunnen hier wel vijftig of zestig worden opgevangen. Mijn opa en oma zijn ook ooit gevlucht, maar ik weet niet meer waar vandaan. Door de oorlog kan dat gebeuren, toch? Dat je weg moet?”

    • Petra de Koning