Column

Schrijnend geval

De ‘hulpdienst’ van de SP kwam naar Betondorp om ons te helpen. Vorige week gingen ze van deur tot deur om onze armoede te inventariseren. Ze troffen minder ellende en meer tweeverdieners dan verwacht, maar toen er uiteindelijk bij een schrijnend geval was aangebeld werd dat uitgebreid gecommuniceerd.

 Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

Zaterdag streken ze neer in het buurthuis. Bord voor de deur: ‘Kleine beurs? Die kan misschien wat groter!’

De rij voor de deur waar gemeenteraadslid Peter Kwint over twitterde was verdwenen toen ik er kwam, maar dat kon door het grote aantal SP-vrijwilligers komen dat aanwezig was om te helpen met het aanvragen van armoederegelingen.

„We hebben tachtig miljoen weg te geven aan de allerarmsten”, zei Peter Kwint, een jongen met een mutsje op het hoofd en het hart op de goede plaats. „Dat geld blijft misschien liggen. In deze wijk is het echt nodig, je moet er maar eens rondkijken.”

Dat ik er al bijna twee jaar woonde maakte diepe indruk.

„Wil jij een lekkere boterham?”, vroeg een vrijwilligster in een extra dikke trui.

„Dit is met kaas, maar we hebben ook met worst.”

Er was „te ruim gesmeerd”, gaf ze toe. De meeste armen hadden net als ik geen honger, wat natuurlijk niet wilde zeggen dat ze niet arm waren. Had ik bijvoorbeeld al dubbel glas?

Zelf woonde ze in de arme wijk Jeruzalem, in een huis met enkel glas, vandaar die dikke trui.

Ik trof een buurvrouw, haar wasmachine was stuk.

„Bij het centrifugeren begint het, dan slaat die kut-toerenteller op hol.”

Zelf zat ik met een auto die niet wilde starten.

„Dan moet je hem hebben!” wees ze naar een jongen met een bril die net een hap uit een boterham nam.

Een buurtbewoonster had voor de lol eens uitgerekend hoeveel zij de afgelopen tien jaar aan huur had betaald en vond dat de boel daarvoor best nog eens een likje verf kon krijgen, maar ze kwam er bij de woningbouwvereniging niet door heen.

„Zij werpen een drempel op, niet jij!”, werd haar voorgehouden.

SP-wethouder Arjan Vliegenthart kwam een praatje maken. Hij had zojuist lange tijd op het schrijnende geval dat ze vorige week hadden aangetroffen ingesproken. Dat alleen al gaf zo’n middag zin. „Maar het is hier natuurlijk geen Nairobi.”

Hij werd overstemd door een vrijwilligster die vond dat uit een gebrek aan echt schrijnende gevallen geen overhaaste conclusies mochten worden getrokken. Ze schetste een nieuw probleem: verborgen armoede die zo goed verborgen was dat het zelfs voor de SP onzichtbaar bleef.