PVV in de ban sinds ‘minder, minder’

Bij de kiezer staat de partij in alle peilingen al maanden bovenaan, maar in politiek Den Haag heeft de PVV sinds de beruchte Wilders-toespraak na de gemeenteraadsverkiezingen alle krediet verspeeld. Het aantal gesteunde moties daalde tot 4 procent.

Deze motie indienen heeft eigenlijk „niet zo veel zin, want ze zal toch niet worden aangenomen”, zei Tweede Kamerlid Harm Beertema (PVV) afgelopen woensdag in een debat over onderwijs. „Wetende dat de Partij van de Arbeid elke motie van de PVV ongelezen in de prullenbak gooit”, aldus een geïrriteerde Beertema. Nou was zijn oproep aan het kabinet om de Cito-toets in ere te herstellen sowieso kansloos. Maar Beertema’s aanname dat de PvdA elke PVV-motie blokkeert, is juist.  

De statistieken illustreren zijn frustratie. Uit inventarisatie van alle PVV-moties uit de afgelopen drie jaar, blijkt dat steun daarvoor in 2013 al niet ruim was, maar dat sinds 19 maart 2014 nog slechts 17 van de 451 moties zijn aangenomen (3,8 procent). Net als de PvdA tekende ook de VVD nooit mee met een PVV-motie, maar die partij gaf wel 17 keer de doorslaggevende steun aan moties waarover werd gestemd. 

De gemeenteraadsverkiezingen in maart 2014 zijn de waterscheiding. Die avond liet Geert Wilders zijn aanhang ‘minder minder’ Marokkanen scanderen. Daarop zei de PVV-voorman: „Dan gaan we dat regelen.”

Voor de PvdA was deze opmerking „over de grens”, zegt Attje Kuiken, vicevoorzitter van de fractie. „Er was voor ons inhoudelijk al weinig reden om hun moties te steunen, nu doen we het helemaal niet meer.”

VVD: geen samenwerking meer

Tamara van Ark, vicefractievoorzitter van de VVD, bevestigt dat ook in haar partij is afgesproken dat „we sinds die uitspraak van Wilders niet met de PVV samenwerken”. Dat wil zeggen: niet samen regeren, niet samen optrekken bij het indienen van moties, amendementen of initiatiefwetsvoorstellen. „We blokkeren ze niet. Als een PVV’er een zinnige motie indient, stemmen we voor. Maar van samenwerking kan pas weer sprake zijn als Wilders zijn uitspraak terugneemt.” Wilders’ minder-oproep heeft dus vooral tot minder parlementaire samenwerking geleid.

Rond de verkiezing van een eigen voorzitter van de Tweede Kamer begin dit jaar gonsde de term ‘cordon sanitaire’. De werkelijkheid is iets genuanceerder. Behalve de coalitiepartijen weigeren fracties niet principieel samen met de PVV moties in te dienen. Met D66, GroenLinks en de ChristenUnie heeft de partij inhoudelijk nauwelijks raakvlakken. Met SGP en CDA werd sinds 2014 niet veel minder samen opgetrokken dan daarvoor. Volgens Raymond Knops, fractiesecretaris van het CDA, staat zijn partij „er pragmatisch in”, maar is de toenadering uit de PVV zelf schaars. „Vaak formuleren PVV’ers een motie expres zo extreem dat ze weten dat niemand die zal steunen. Terwijl dat met een andere woordkeus wel had gekund. Ze maken dan liever een statement dan dat ze steun verwerven.”

SP-Kamerlid Ronald van Raak deelt die analyse. Zijn fractie werkte in 2013 nog 19 keer met de PVV samen, maar de afgelopen 22 maanden nooit. „In een samenwerking is het belangrijk dat je elkaar vertrouwt, dat is na die uitspraak moeilijker geworden.”

SP: kwart moties aangenomen

Ter vergelijking: de SP, die ook geen enkel akkoord met het kabinet sloot en op de flank van het politieke spectrum opereert, kreeg in de afgelopen drie jaar 18 procent van haar moties aangenomen.

Opvallend genoeg verschilt het sterk per PVV-Kamerlid of hij of zij iets voor elkaar krijgt. Sietse Fritsma, die het woord voert over immigratie en asiel, en Geert Wilders zelf, kregen in de afgelopen drie jaar geen enkele motie aangenomen. Ook niet vóór ze door de regeringspartijen in de ban werden gedaan. Maar anderen, Dion Graus voorop, krijgen nog best iets gedaan. Voor die dag in maart kreeg Graus negen procent van zijn moties door de Kamer, sindsdien is dat teruggelopen tot vier procent.

„De PVV is altijd tegengewerkt, maar sindsdien is het een ramp”, zegt Graus. Anderen willen zijn initiatieven niet steunen en kopiëren soms schaamteloos zijn ideeën, zegt Graus. Hij voert het woord over Economische Zaken, luchtvaart en dierenwelzijn. Onderwerpen die vaak niet zo controversieel zijn. Maar een motie van hem om te verbieden dat mensen met de nationaliteit van een islamitisch land in het zenuwcentrum van Schiphol mogen werken, zorgde ruim een jaar geleden voor ophef in de Kamer. En een unicum. Om een motie in te mogen dienen is steun nodig van vier andere Kamerleden. Wie in de zaal aanwezig is, steekt plichtmatig zijn hand op. Hier weigerden Kamerleden zelfs dat. Graus is er nog woedend over.

„Ik heb nog relatief veel goodwill bij andere fracties. Ik zit sinds 2006 in de Kamer en krijg als labrador meer voor elkaar dan als pitbull. Ik ben altijd bereid om de tekst van een motie aan te passen”, zegt Graus. „Ik ben een a-typische PVV’er.” 

Afgelopen zomer liep zijn frustratie zo hoog op dat hij zijn collega’s opriep zijn voorstellen op inhoud te beoordelen en hem niet te zien als „een tokkie van de PVV”. In een emotioneel interview in het AD vertelde hij slapeloze nachten te hebben van het feit dat er niet meer met hem samengewerkt wordt. Sinds dat interview zijn de contacten met andere fracties weer iets beter, zegt Graus. Hij bevestigt dat Wilders’ oproep zijn partij in het parlementaire werk meer kwaad dan goed heeft gedaan. Maar de partijleider vragen deze terug te nemen? Dat hoeft van Graus niet.

Volgens Attje Kuiken moet de partij niet klagen over de afgezonderde positie in de Kamer. „Zij zijn degenen die altijd groepen mensen tegen elkaar opzetten, dus dan moeten ze hier niet van opkijken.”

Dit artikel is tot stand gekomen met assistentie van ParlementaireMonitor.nl

    • Emilie van Outeren