Ondanks Sisi's repressie is er online toch protest

Desillusie overheerst over de Egyptische opstand van 2011. Kritiek op president Sisi is levensgevaarlijk, maar verstomt niet geheel.

Het regime van president Sisi wil voorkomen dat de Egyptische revolutie van 2011 wordt herdacht. Virtueel, maar ook in het echt – zoals zondag op het Tahrirplein in Kairo. Foto Roger Anis/AP

Sinds enkele dagen is op Twitter in Egypte een nieuwe Arabische hashtag opgedoken: ‘Ik nam deel aan de Januarirevolutie’. Hij wordt gebruikt door Egyptenaren die hun herinneringen willen delen aan de volksopstand die deze maandag vijf jaar geleden begon, en die na achttien dagen leidde tot het ontslag van president Mubarak.

Sindsdien is de Moslimbroederschap door verkiezingen aan de macht gekomen, en omvergeworpen in een staatsgreep door legerleider Sisi, die vervolgens zelf tot president werd gekozen. De revolutie van 2011 – met het Tahrirplein in Kairo als middelpunt – is in het Egypte van Sisi een vervelende herinnering geworden, en elke verjaardag is aanleiding tot repressieve maatregelen.

Het lijkt niet veel: iets op Twitter zetten. Maar in het Egypte van Sisi is zelfs op sociale media schrijven niet zonder gevaar. Tien dagen geleden arresteerde de Egyptische politie nog de beheerders van 47 Facebook-pagina’s. Die zouden gelieerd zijn aan de verboden Moslimbroederschap en hebben opgeroepen tot straatprotest op de verjaardag van de revolutie.

Vijf jaar terug werd de Egyptische revolutie vaak de Facebook-revolutie genoemd, vanwege de rol van sociale media bij het organiseren van het straatprotest. Het huidige regime is dat niet vergeten.

Liet Egypte daarom eind december het Free Basics-project van Facebook stilleggen? Met dat project biedt Facebook gratis internet aan aan mensen in arme landen: in Egypte hadden al 3 miljoen mensen zich aangemeld, van wie één miljoen die nog geen toegang tot internet hadden. Ook in de echte wereld doen de Egyptische autoriteiten er alles aan om te voorkomen dat de revolutie van 2011 wordt herdacht. De voorbije weken is de politie op zo’n vijfduizend adressen in Kairo binnengevallen.

Oproep tot betoging

Een van de arrestanten was Taher Mokhtar, een activist die deelnam aan de revolutie van 2011 en zich nu vooral inzet voor een betere behandeling van de politieke gevangenen in Egypte. Mokhtar en twee anderen op hetzelfde adres worden ervan beschuldigd dat ze straatprotest zouden hebben willen organiseren op de verjaardag van de revolutie. Mokhtars advocaat, Mokhtar Mounir, noemde die beschuldiging in The New York Times bespottelijk. „Er heeft helemaal niemand opgeroepen tot betogen.”

De repressie in de aanloop naar 25 januari lijkt zelfs naar Egyptische normen buitensporig. De recente sluiting van Townhouse, een kunstgalerie in het centrum van Kairo, en de politie-inval bij uitgeverij Merit wekten alom verbazing. Waarom zo repressief optreden op een moment dat het animo voor straatprotest kleiner lijkt te zijn dan ooit?

Wat nog overblijft van de Moslimbroederschap is niet meer in staat veel volk te mobiliseren. De meeste leiders zitten in de gevangenis of zijn in ballingschap. Het protest van de jongere generatie Moslimbroeders, vooral aan de universiteiten, lijkt uitgedoofd, mede door de repressie.

Ook de seculiere activisten zijn gedesillusioneerd. Boegbeelden als Ahmed Maher, Alaa Abd el-Fattah, Ahmed Douma en Mohamed Adel hebben jarenlange celstraffen gekregen omdat zij in 2013 de omstreden antibetogingswet hadden overtreden. Weinig mensen hebben zin om hen daar gezelschap te gaan houden.

Uit een brief die Abd el-Fattah vanuit de gevangenis schreef naar aanleiding van de vijfde verjaardag van de revolutie klinkt vooral moedeloosheid. „Ik heb niets meer te zeggen: geen hoop, geen dromen, geen angst, geen waarschuwingen, geen inzicht, niets, absoluut niets”, schrijft hij.

Wat de autoriteiten misschien zorgen baart is dat zo’n vijftigduizend mensen zich hebben aangemeld bij een Facebook-pagina met de titel ‘Op 25 januari zullen wij de autocratie ten val brengen’.

Of die vijftigduizend deze maandag ook de straat op zullen gaan is twijfelachtig. Niemand is vergeten hoe vorig jaar Shaimaa al-Sabbagh om het leven kwam. Zij maakte deel uit van een klein groepje dat bloemen wilde neerleggen op het Tahrirplein om de doden van de revolutie van 2011 te herdenken. Al-Sabbagh werd doodgeschoten door een politieman. 17 omstanders die hadden aangeboden om te getuigen werden prompt zelf aangeklaagd wegens illegaal betogen.

Dat de repressie onder Sisi erger is dan onder Mubarak is een cliché geworden. Toch blijven mensen openlijk kritiek uiten. Eind december publiceerden zeventig prominenten, onder wie tv-komiek Bassem Youssef en de voormalige presidentskandidaten Hamdeen Sabbahi en Khaled Ali, een gezamenlijke verklaring op Facebook.

Veiligheidsdiensten controleren alles

„Het Egyptische regime gebruikt dezelfde tactieken die hebben geleid tot de glorieuze revolutie van 25 januari”, schreven zij. „De vrijheid wordt beknot, het pluralisme is afgeschaft, en de veiligheidsdiensten controleren alles.”

President Sisi bracht de revolutie van 2011 zondag zelf ter sprake in een toespraak. Hij erkende dat veel jongeren zich toen hebben opgeofferd voor een nobel ideaal. Maar hij voegde eraan toe dat de revolutie de „verkeerde weg” op ging, en dat de „revolutie van 30 juni” – het straatprotest in 2013 tegen president Morsi dat voorafging aan Sisi’s staatsgreep – een broodnodige „correctie” was geweest.

Een dag eerder had Sisi in een toespraak ter gelegenheid van de jaarlijkse Politiedag, die ook op 25 januari valt, nog gewaarschuwd dat elke vorm van onrust vandaag hardhandig zal worden onderdrukt. „Er wordt niet gespeeld met de veiligheid en de stabiliteit van naties.”