‘Kunstkinderen’ krijgen meer vrijheid om op te treden

Met de nieuwe regels krijgen kinderen meer mogelijkheden om in bijvoorbeeld films te spelen.

Stijn (R) en Floris uit Billy Elliot dopen met producent Albert Verlinde de Billy Elliot Tulp in de Keukenhof. Foto Remko de Waal / ANP

De regels voor kinderen die werken in de kunsten worden versoepeld. Dat maakte minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) maandag bekend. Kinderen jonger dan 13 mogen vanaf april maximaal 24 dagen per jaar optreden. Repetities en audities worden niet meer meegeteld.

In de huidige situatie mogen kinderen van 7 tot 13 jaar in principe niet meer dan twaalf dagen per jaar werken. Officieel kon “in zeer uitzonderlijke gevallen” toestemming gegeven worden voor 24 dagen per jaar. Dat aantal wordt nu de standaard. Kinderen jonger dan 7 jaar mogen minder werken: hooguit zes dagen per jaar.

Meer kunstkinderen

Kinderen tot 13 jaar mogen bij wet niet werken; kinderarbeid is verboden. Uitzondering zijn “uitvoeringen van culturele, wetenschappelijke, opvoedkundige of artistieke aard”. Hierdoor mogen musicals, films en kookprogramma’s bijvoorbeeld wel met kinderen werken, mits de producent een ontheffing heeft en voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Zo moet tijdens het werk begeleiding aanwezig zijn en zijn extra eisen aan werktijden en het aantal vrije dagen.

Het aantal kinderen in speelfilms, televisieseries en theatervoorstellingen is de laatste jaren explosief gegroeid. Uit cijfers van Inspectie SZW (voorheen: Arbeidsinspectie) blijkt dat in 2010 nog 1774 ontheffingen van de wet werden toegekend, in 2014 waren dat er al 2952. Cijfers over 2015 zijn nog niet beschikbaar. Van de veertig Nederlandse speelfilms die jaarlijks in de bioscopen verschijnen, zijn vijftien familie- of jeugdfilms.

Conceptplan aangepast

Voor theater- en filmproducties werd in de praktijk al zeer regelmatig toestemming gegeven voor 24 dagen. De jongens die in de musical Billy Eliot de hoofdrol vertolkten kregen zelfs toestemming om veertig keer op te treden. Ook werden de repetities beschouwd als trainingen, net als voetbaltraining of pianoles, waardoor de jongens nog vaker het podium op mochten.

Op een eerder voorstel dat het ministerie vorige zomer presenteerde kwam daarom ook veel kritiek. Voor de helderheid zou het maximum aantal dagen op achttien komen te liggen, tussen de ‘standaard’ van 12 en de ‘uitzondering’ van 24 in. Filmproducenten waren ontzet en waarschuwden dat in achttien dagen geen film met een kind in de hoofdrol zou kunnen worden gemaakt. De internationaal hoog aangeschreven Nederlandse kinderfilm zou hiermee in gevaar komen. Laat staan tv-series.

Na gesprekken met de sector is het ministerie van dat plan teruggekomen. “De nadruk komt meer te liggen op de begeleiding van kinderen”, laat een woordvoerder van Sociale Zaken weten. Ook moeten de ouders of verzorgers actiever in de gaten houden of het werk in het belang van het kind is. Zo niet, dan kunnen zij daar producenten beter op aanspreken.

Producenten opgelucht

Directeur van de Vereniging van Vrije Theaterproducenten (VVTP) Jort Vlam is “erg blij” met de uiteindelijke regels. Ook directeur van Filmproducenten Nederland (FPN) Marjan van der Haar is opgelucht:

“Deze verheldering en transparantie van de regels biedt betere handvatten voor producenten.”

Toch denkt de branche dat kinderen meer aankunnen. VVTP-directeur Vlam: “Kinderen kunnen best vaker dan 24 keer per jaar spelen, als schoolprestaties er niet op achteruit gaan.” Volgens FPN-directeur Van der Haar is een limiet van 30 dagen “prettig”, omdat dan tijdens filmopnames minder druk ligt op het kind.

Brancheverenigingen zullen een protocol voor kinderbegeleiding ontwikkelen. Daarnaast zal het ministerie laten onderzoeken welke druk kinderen ervaren tijdens het werk.