Kunstenaar vaak onderbetaald of werkeloos

„De zwakste schouders, de makers, dragen de zwaarste lasten.” Raad voor Cultuur en anderen reageren op zorgelijk SER-rapport.

Het is nu officieel: de onderbetaling van kunstenaars is door de cultuurbezuinigingen van Rijk, provincies en gemeenten (totaal 500 miljoen euro) en door de economische crisis verder toegenomen. De werkloosheid is zwaar gestegen en nog meer mensen in de kunsten zijn in een zzp-bestaan terechtgekomen.

Voor niemand binnen de cultuursector zullen die conclusies uit de Verkenning Arbeidsmarkt Cultuursector die de Sociaal-Economische Raad en de Raad voor Cultuur vrijdag op verzoek van minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA) uitbracht, echt als een grote verrassing zijn gekomen. De ‘Verelendung’ was al tijden zichtbaar, maar het grootste deel van de mensen werkt door uit liefde voor hun vak.

Nog even kort de belangrijkste cijfers: meer dan de helft van de mensen in de creatieve sector heeft een inkomen dat lager is dan 30.000 euro, het aantal banen is met 12 procent veel harder gedaald dan in de rest van de economie en 42 procent werkt nu als zelfstandige.

„We hoorden wel dat het niet goed ging, maar wisten nog niet dat de impact van de bezuinigingen op de arbeidsmarkt deze grote omvang had”, zegt voorzitter Joop Daalmeijer van de Raad voor Cultuur. „Nu hebben we de harde cijfers en kunnen we echt aantonen dat de zwakste schouders, de makers, de bezuinigingen dragen en niemand anders.”

Mariëtte Hamer, voorzitter van de SER, noemt als meest zorgwekkend: „We zagen eerst een verschuiving van vast naar flexibel werk, nu zet de trend zich door naar onbetaald werk door vrijwilligers en stageairs. Moeten we dat met zijn allen wel willen?”, vraagt zij zich af. „Vooral omdat mensen nadat zij hun vaste baan verliezen, als zzp’er tot veertig procent minder gaan verdienen en zich daardoor niet kunnen verzekeren of een pensioen kunnen opbouwen. Dat is geen goede ontwikkeling.”

Casper de Kiefte van vakbond FNV Kiem noemt de arbeidsmarktpositie van de makers dramatisch verslechterd. „Cultuur moet echt weer veel meer geld krijgen.” Ook dringt hij aan op verbetering van de onderhandelingspositie van makers, waarover de Verkenning opmerkt dat die zwak is, vooral doordat makers zo gedreven zijn voor hun vak.

Erik Akkermans, voorzitter van werkgeverskoepel Federatie Cultuur stelt dat met deze cijfers duidelijk wordt „dat het vorige kabinet een destructieve reorganisatie heeft ingezet en niet zomaar bezuinigingen. Dat wordt natuurlijk nooit goed gemaakt met de 2 miljoen euro die minister Bussemaker inzet voor reparatie van de arbeidsmarktpositie”. Maar net als anderen verwacht hij niet dat de politiek meer geld in cultuur zal steken. „We moeten gezamenlijk kijken hoe we het verdienmodel kunnen veranderen. Bijvoorbeeld met een masterplan voor intellectueel eigendom. Daarvan moet meer naar de makers.”

Daalmeijer wil bij de beoordeling van de aanvragen die nu bij de Raad voor Cultuur binnenkomen voor de volgende vierjarige subsidieperiode, bekijken of culturele instellingen bezuinigingen niet afwentelen op medewerkers en makers. „Als de minister ons daarom vraagt, dan zullen wij ook daarop beoordelen en zo nodig aandringen op verbeteringen.”