Hoed u voor de wafelijzermoraal

Wie vrouwenmishandeling in andere culturen niet durft te benoemen, gaat voorbij aan de slachtoffers, schrijft Maarten Boudry.

Het wafelijzer is, behalve culinair erfgoed van België, ook een symbool voor haar institutionele absurditeit. Bij ‘wafelijzerpolitiek’ wordt het beschikbare budget netjes over de verschillende landsdelen verspreid, teneinde het communautaire evenwicht te bewaren. Als er aan de ene kant geld wordt uitgegeven, dan moet er evenveel geld aan de andere kant belanden. Doel is niet om middelen te besteden waar ze nodig zijn, maar om geen enkele partij te benadelen. Resultaat: verkwisting, nutteloze investering, prestigeprojecten.

Er bestaat ook een ‘wafelijzermoraal’, zo besefte ik toen ik voor De Morgen met Dyab Abou Jahjah (oprichter en voorman van de Arabisch-Europese Liga), in debat ging in het Grand Café in Brussel. Een aanhanger van de wafelijzermoraal is bereid om problemen aan de ene kant van het ijzer te erkennen, maar alleen op voorwaarde dat er evenveel deeg aan de andere kant terecht komt. Als je wil praten over problemen met de Arabische cultuur, of met de islam, of met allochtonen, zo luidt de redenering, moet je ook in één adem evenredige problemen erkennen met het Westen, de Europese cultuur, het christendom. Bij Abou Jahjah gaat het om een misplaatste defensieve reflex ten overstaan van ‘zijn’ Arabische cultuur en godsdienst (alhoewel hij zelf ongelovig is). Bij veel progressieve westerlingen die dezelfde wafelijzermoraal hanteren, gaat het om een vorm van morele zelfkastijding.

Wafelijzermoraal verblindt in beide gevallen voor reële culturele, politieke en institutionele verschillen. In het Engels spreekt men van ‘whataboutery’: die verkrachtingen in Keulen, allemaal goed en wel, maar hoe zit het dan met het Oktoberfest? Als de Arabische cultuur misogyn is, waarom de Belgische dan niet pedofiel? Het morele wafelijzer is een vorm van cultuurrelativisme: elk huisje heeft zijn kruisje, elke samenleving kent zijn problemen, elke religie is inwisselbaar, en wie zijn wij om te zeggen dat ‘wij’ beter zijn?

Natuurlijk is het in België ook geen paradijs voor vrouwen en zijn patriarchale reflexen en ‘victim blaming’ nog niet helemaal uitgebannen. Maar we moeten hemelsbrede verschillen durven erkennen, in plaats van krampachtig het wafeldeeg gelijkmatig te verdelen. Geen enkel Arabisch land haalt de top 100 van de Gender Gap Index van de World Economic Forum. Een ruime meerderheid van de moslims in de Arabische wereld vindt dat vrouwen altijd hun man moeten gehoorzamen (93% in Tunesië, 85% in Egypte). Een vrouw behoort zich volgens de traditionele islamitische cultuur zedig te sluieren om zich tegen begeerlijke mannenblikken te beschermen. Macho-culturen in de Arabische wereld en in Latijns-Amerika doen expliciet aan ‘victim blaming’. Draagt een vrouw een kort rokje of loopt ze onbedekt rond, dan gedraagt ze zich als een prostituee en moet ze achteraf niet komen klagen. In Egypte geeft 99,3% van de vrouwen aan dat ze ooit seksueel zijn aangerand. Die verkrachtingen worden inderdaad ‘ernstig genomen’: niet zelden wordt het slachtoffer door de eigen familie bestraft of zelfs vermoord, om de schande uit te wissen. In sommige Arabische landen voorziet de wet nog steeds de mogelijkheid om een verkrachter zijn schuld kwijt te schelden, als hij bereid is om met het slachtoffer te trouwen. Wie denkt dat die ‘straffeloosheid’ van dezelfde orde is als de (reële) problemen hier in Europa, lijdt aan morele myopie.

Dat het zo lastig is om dat hemelsbrede cultuurverschil te erkennen, komt voort uit een morele reflex die op zich nobel en begrijpelijk is. Een vreemde cultuur op de korrel nemen, lijkt op een koloniale mentaliteit, op zelfgenoegzame borstklopperij. Wie echter terugdeinst om wantoestanden bij andere culturen te benoemen, uit angst om van onfrisse ideeën verdacht te worden, stelt zijn persoonlijke morele smetteloosheid boven het reële lijden van slachtoffers. Progressieve denkers die overal het morele wafelijzer hanteren, plegen verraad aan de principes waarvoor ze beweren te staan.