Column

Food en voetbal

Het leek kleinzoon Hidde (8) wel leuk met zijn vader en mij de voetbalwedstrijd FC Utrecht – PEC Zwolle te bezoeken. FC Utrecht had alle basisschoolleerlingen in stad en omgeving een vrijkaartje beloofd en de begeleiders mochten mee tegen gereduceerd tarief.

Een kleinkind mag je, zoals bekend, nooit iets weigeren, en daarom treinde ik zondagmiddag van een druilerig, kil Amsterdam naar een druilerig, kil Utrecht. Tegenover mij zat een reiziger die weinig goeds beloofde. Het was een veertiger in een leren jack met lang haar en een ernstige huidaandoening in zijn gezicht, alsof het vlam had gevat. Hij zat zichzelf met bewegende lippen voor te lezen uit een ‘true crime-novel’, getiteld Undercover hooligan.

Onwillekeurig moest ik denken aan de Bunnikside, de tribune met de fanatiekste Utrecht-supporters, waar ze zulke nare liedjes over SS’ers en Joden hebben gezongen. Ik zou Hidde deze middag toch niets over dergelijke liedjes hoeven uitleggen?

Mijn ongerustheid werd bij stadion Galgenwaard niet onmiddellijk weggenomen. Een suppoost wees op mijn schrale papaplu en zei: „Die mag u niet mee naar binnen nemen, geeft u maar hier.” Hij pakte de paraplu aan en plantte hem achter zich tussen andere paraplu’s in een grote, onbewaakte bak. Die zie ik nooit meer terug, dacht ik, maar ik besloot mijn verlies sportief te aanvaarden.

Eenmaal binnen kregen we alleen wat te drinken als we eerst een ‘FC Utrecht betaalkaart’ aanschaften, want waarom zou je het de supporter gemakkelijk maken als het ingewikkeld kan?

Die supporters eten en drinken tegenwoordig wat af. Vóór de wedstrijd en in de rust wordt de loopruimte achter de tribune een soort foodhal, waar de klanten elkaar verdringen voor de stalletjes. Hidde wilde niet achterblijven en vroeg (en kreeg) een ferme hotdog waar hij zeker een kwartier van zat te genieten.

De speaker las de namen van alle uitgenodigde scholen enthousiast voor, na elke naam volgde uitbundig gejuich. In het programmaboekje schreef FC Utrecht-directeur Wilco van Schaik: „Vandaag verwelkomen we meer dan 5.000 kinderen met hun ouders en leraren. Nieuwe fans, die we hopelijk in de toekomst nog veel vaker hier mogen begroeten.”

De voetballers deden hun uiterste best, en toch wilde het maar geen boeiend spektakel worden. Het ontbrak aan creativiteit en scherpte, je begreep weer eens waarom het Nederlandse voetbal internationaal zo ver achterblijft. Ik telde twee aardige talenten bij FC Utrecht (Ayoub en Ramselaar, Haller viel me tegen) en nul bij PEC Zwolle. Het is te weinig om zo’n wedstrijd op niveau te houden.

Typerend: ‘man of the match’ werd een speler (Ruud Boymans) die een kwartiertje mocht mee doen en daarin één geslaagde, want doeltreffende kopbal afleverde, waarmee FC Utrecht op het nippertje met 1-0 kon winnen.

Hidde toonde zich na afloop tevreden, maar toen ik hem vroeg of hij voortaan naar elke thuiswedstrijd ging kijken, zei hij droogjes: „Nee, want ik wil ook graag op zondag vrij hebben.” Dus die kan directeur Van Schaik voorlopig afschrijven. Ik kon Hidde geen ongelijk geven. Er was zo weinig gebeurd. Zo’n middag kost je veel tijd en daarvoor wil je een enerverend schouwspel terugkrijgen.

Bij de uitgang lag mijn paraplu eenzaam op me te wachten. Goudeerlijke mensen, die Utrechters.