Recht & Onrecht

De Togacolumn: Guantánamo ondermijnt het internationale recht

Het Amerikaanse gevangenenkamp in Guantánamo Bay bestaat deze maand veertien jaar. Er zitten nog bijna honderd mannen vast. Enkelen worden berecht voor terroristische misdrijven. Voor een aanzienlijke groep is jaren geleden al vastgesteld dat er geen bewijs is om hen te berechten en dat er ook geen redenen zijn om hen nog langer vast te houden. Zij zijn ‘cleared for release’, zoals dat heet. Het Amerikaanse Congres heeft echter bepaald dat zij Amerika niet in mogen. Omdat zij niet veilig terug kunnen naar hun land van herkomst zitten zij vast in Guantánamo, wachtend op een land dat hen wil opnemen. Velen van hen zijn eerder in hun Amerikaanse gevangenschap gefolterd.

Tientallen andere gevangenen worden te gevaarlijk geacht om vrij te laten. Maar berecht worden zij ook niet. Onder hen bevond zich bijvoorbeeld Mustafa Aziz Al Shamyri. Hij is nu 37 jaar oud en zit sinds zijn 23e in Guantanamo: meer dan dertien jaar. In 2015 maakte de Amerikaanse overheid bekend dat de belangrijkste beschuldigingen tegen hem berusten op een persoonsverwisseling. Vorige week werd bekend dat zijn status is gewijzigd van ‘te gevaarlijk om vrij te laten’ in ‘cleared for release’.

België, Duitsland, Ierland, Engeland en meer dan vijftig andere landen hebben de afgelopen jaren vrijgelaten gevangenen uit Guantánamo opgenomen om hen een nieuw leven te geven. De verhalen die zij vertellen over hun tijd in Guantánamo en daarna zijn tragisch. Shaker Aamer, bijvoorbeeld, zat meer dan vijfduizend dagen gevangen zonder aanklacht en maakte na zijn vrijlating voor het eerst kennis met zijn jongste zoon. Die werd geboren toen zijn vader in Guantánamo aankwam. Ook de film Road to Guantánamo geeft een indringend beeld, net als het dagboek Guantánamo Diary.

In Nederland bestaat brede politieke overeenstemming dat Guantánamo een Amerikaans probleem is waar wij niets mee te maken hebben. De Amerikanen moet het zelf maar oplossen. Met hetzelfde morele gezag kun je zeggen dat de uithongering van Madaya een Syrisch probleem is dat de Syriërs zelf maar moeten oplossen. Een verstandig standpunt is het ook niet voor een muis die zich dagelijks achter zijn vriend de olifant verschuilt. En chic evenmin na alles wat Amerika voor ons in Europa gedaan heeft.

Harry van Bommel weet nog te melden dat Nederland door het opnemen van gevangenen ‘onderdeel van het probleem zou worden dat alleen de Verenigde Staten zelf kunnen oplossen’. Hogere weigerwiskunde: je kunt een einde maken aan jarenlange illegale detentie door als land iemand te accepteren, maar dat weiger je om niet ‘onderdeel van het probleem’ te worden. Zodat de persoon in kwestie nog langer vast blijft zitten.

Ik snap best dat het opnemen van Guantánamo gevangenen geen populair thema is voor een politicus in een tijd van grote zorgen over jihadistisch terrorisme. En natuurlijk moet je daarbij niet over een nacht ijs gaan maar een zorgvuldige analyse maken van de risico’s en mogelijkheden. Maar juist in deze tijd zou Nederland zich sterk moeten maken voor respect voor het recht. Juist in tijden van geweld en extremisme is rechtsstatelijkheid van groot belang. De pogingen van Obama om nog voor het einde van zijn termijn Guantánamo te sluiten verdienen daarom alle steun.

Wie zonder grond van zijn vrijheid wordt beroofd en wordt gemarteld is een slachtoffer, ook als dat door een westers land gebeurt. De argumenten vanuit de Tweede Kamer om het opnemen van slachtoffers uit Guantánamo af te wijzen klinken hol. Uiteindelijk is onze boodschap nu gewoon dat wij slachtoffers van ernstige mensenrechtenschendingen alleen in procedure willen nemen als zij zich zelf tot over onze landsgrenzen hebben weten te slepen. Als mensen voor onze ogen maar buiten onze grenzen wegkwijnen in illegale gevangenschap zijn wij blijkbaar niet bereid te helpen.

Eerder hebben advocaat Bart Stapert en Eerste Kamer leden Nico Schrijver en Hans Franken betoogd dat ook Nederland gevangenen uit Guantánamo zou moeten opnemen. Ik ben het geheel met hen eens. Guantánamo Bay is een menselijke tragedie en een voortdurende ondermijning van het internationaal recht waar Nederland zich traditioneel sterk voor maakt. Dat Nederland botweg weigert bij te dragen aan een oplossing daarvoor is een tragedie in een tragedie.

Ward Ferdinandusse is officier van justitie (landelijk parket, Rotterdam) en bijzonder hoogleraar internationaal strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat of een officier van justitie.

 

 

Blogger

Ward Ferdinandusse

Ward Ferdinandusse studeerde rechten in Amsterdam, waar hij promoveerde op de toepassing van internationaal strafrecht in nationale rechtbanken. Hij schreef voor het studentenblad Propria Cures en het voetbaltijdschrift Hard Gras. Ferdinandusse werkt als officier van justitie bij het Landelijk Parket in Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Internationaal strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als officier was hij betrokken bij strafzaken, uitleveringsprocedures en onderzoeken naar internationale misdrijven zoals genocide, oorlogsmisdrijven, foltering, piraterij en (internationaal) terrorisme.