De politie moet even stoppen met radarcontroles, vindt de politiebond

Werkt de apparatuur voor radarcontroles wel goed? Politievakbond ACP denkt van niet en trekt aan de bel.

De politie moet tijdelijk stoppen met snelheidscontroles met nieuwe mobiele radarapparatuur. Daarvoor pleit voorzitter Gerrit van de Kamp van politievakbond ACP vandaag in het AD.

Van de Kamp zegt dat agenten zich zorgen maken over foutmetingen. Zo zouden vooral bussen en vrachtwagens met onwaarschijnlijke snelheden worden geflitst. „Ik krijg daar volop signalen van politiemensen over”, zegt Van de Kamp. „Die worden onvoldoende opgepakt door de korpsleiding. Als professionals aangeven dat zij twijfelen over de techniek waarmee ze moeten werken, dan moet er een pas op de plaats worden gemaakt.”

Een woordvoerder van de korpsleiding laat aan NRC weten dat de betrouwbaarheid van het systeem is gewaarborgd door middel van meting en certificering door het Nederlands Meetinstituut. Wel kunnen foute meldingen plaatsvinden doordat radarbundels reflecteren tegen een ander voertuig dat tegelijk de flitsapparatuur passeert.

Het is aan de daarvoor opgeleide agent om een foute meting handmatig te onderscheppen. De leverancier van de apparatuur en de politie zijn bezig met een upgrade van de herkenningssoftware, waardoor de agent meer hulpmiddelen heeft en de foutkans wordt verkleind. Intussen wordt doorgewerkt met deze apparatuur.

Een woordvoerder van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), dat justitie adviseert over verkeer en vervoer, zegt dat het „wel meevalt” met de signalen dat apparatuur niet werkt. „Dan zou je verwachten dat het veel beroepen oplevert tegen boetes. Dat is niet zo.”

Ook de woordvoerder van CVOM wijst erop dat het bij radarcontroles om mensenwerk gaat. „We weten dat je dit soort apparatuur goed in de gaten moet houden. De apparatuur is niet feilloos, maar mensen zijn dat ook niet.”