Brieven

Tweede van der Helst

Het commentaar Cruciaal: oude literatuur lezen (21-1) bracht mij terug in de jaren zeventig van de vorige eeuw toen ik een bibliotheekopleiding volgde. Het was de tijd waarin men zich afvroeg waarom je eigenlijk nog kennis uit een boek zou moeten halen.

Dat kostte maar tijd, het was stomvervelend en ‘je kon toch alles opzoeken’. De leraar Nederlandse literatuur had een broertje dood aan die mentaliteit.

Zo ging hij met zijn leerlingen een wandeling maken door een wijk in de stad. Bilderdijkkade, Elisabeth Wolffstraat of een andere wijk Elegaststraat, Heer Halewijnstraat. Hij zei geen ‘Fuck de canon’ maar achtte het van belang dat de kennis van deze straatnamen werd doorgegeven aan een nieuwe generatie. Tijdens de wandeling hoopte hij een nieuwsgierigheid op te wekken waarbij je meer zou willen weten. Op de Gortersweg vertelde hij hoe Herman Gorter na zijn lange gedicht ‘Mei’ aan Alphons Diepenbrock schreef: „Het ding is af”. Andere tijden maar ik kan nog ontroerd raken als ik denk hoe deze man de moeite nam de wereld van de literatuur door te geven aan een nieuwe generatie. Natuurlijk moesten de leerlingen van de opleiding niet denken dat ze nu een compleet beeld hadden gekregen van de Nederlandse literatuur omdat er een straat vernoemd was naar de schrijver.

De uitsmijter was altijd: „Gerard Reve zei toen hij in Amsterdam woonde: ‘Wie weet nog wie Tweede van der Helst was’?”

voormalig bibliothecaresse Amsterdam

Levenseinde

Praat, sta ervoor open

Echt praten over levenseinde lastig (16/01). Daar ben ik me maar al te zeer van bewust. Mijn vader was 79 en al drie jaar depressief. Hij was echt klaar met leven. Toen hij dat zei, begrepen wij het niet. Mijn jongste kind was net geboren. Hoe kon hij daar geen vreugde uit putten? Pas toen hij verdwenen was en later bleek dat hij de dood een stukje tegemoet was gezwommen, begrepen we hoe diep zijn verlangen naar het einde was. Nog steeds heb ik verdriet. Om de gedachte dat hij dat laatste stukje eenzaam door een stormachtige nacht is gegaan. Wat ik nu weet, had ik toen graag geweten: als een dierbare wil praten over zijn doodsverlangen, práát met hem, sta ervoor open.

C. Goedhart

    • Cora Duin
    • C. Goedhart