Zo’n huisbezoek is niet zo onschuldig als het lijkt

Mag de politie dan nooit bij twitteraars op huisbezoek gaan? Alleen als de uiting strafbaar is, stelt Wouter Hins.

De Nederlandse politie lijkt een nieuw instrument te hebben ontdekt om op te treden tegen ongewenste uitingen op sociale media. Tegenstanders van asielzoekerscentra kregen in Sliedrecht, Leeuwarden, Enschede en Kaatsheuvel een huisbezoek van enkele agenten, nadat zij zich kritisch hadden uitgelaten over de komst van vluchtelingen (NRC 20 januari j.l.). Met tien ‘realtime intelligence-eenheden’, oftewel groepen van digitale rechercheurs, worden Facebook-pagina’s en Twitter-accounts in de gaten gehouden. Het huisbezoek dient ertoe de burger ervan te doordringen wat voor effect een post of tweet op internet kan hebben, aldus een woordvoerder van de Nationale Politie. Wat is er mis met deze praktijk? Ik neem aan dat de agenten netjes hebben gevraagd of zij mochten binnenkomen. In de reële wereld komt het bovendien vaker voor dat de politie praktisch te werk gaat. Niet meteen het Wetboek van Strafvordering erbij pakken, maar potentiële relschoppers even in de ogen kijken en laten weten dat je ze in de gaten houdt.

Probleem is echter dat hier de vrijheid van meningsuiting in het geding is. Onze Grondwet is daar heel duidelijk over. Sancties vanwege de inhoud van een uiting zijn alleen mogelijk als de wetgever de inhoud uitdrukkelijk verboden heeft. Zo kent het strafwetboek verschillende uitingsdelicten: opruiing, aanzetten tot haat, smaad en belediging. De politie mag door de straten patrouilleren, hangjongeren aanspreken die kattenkwaad in de zin lijken te hebben of een dronken schreeuwer naar huis begeleiden. Daar is geen specifieke wet voor nodig. Voor het opleggen van sancties naar aanleiding van een meningsuiting wel. Dat komt omdat een democratische rechtsstaat ervan uitgaat dat ongewenste uitingen het best bestreden kunnen worden door andere uitingen. De enige macht die respect verdient is de macht van het argument. Zelfs onjuiste beweringen, mits te goeder trouw gedaan, hebben een nuttige functie. De voorstanders van een heersende leer worden zo gedwongen hun eigen standpunt steeds opnieuw te overdenken.

Voorstanders van de huisbezoeken kunnen zeggen: Hoezo, een sanctie? De politie gaat toch juist een debat aan? Wat voor een kwaad kan dit? Late we ze alle drie even doornemen. In de eerste plaats is een huisbezoek niet zo onschuldig als het lijkt. Er zullen maar drie geüniformeerde politiemannen bij je op de stoep staan. Niet iedereen weet dat je op grond van artikel 12 van de Grondwet het recht hebt hen zonder nadere uitleg weg te sturen. Bovendien is niet iedere politieambtenaar even schuchter en bescheiden. De tegenwerping dat het bezoek ertoe dient een debat aan te gaan, is evenmin overtuigend. Het is niet aan de overheid om burgers te overtuigen van hun ongelijk als het gaat om politieke vraagstukken. Dat moeten andere burgers doen. Alleen al het feit dat de overheid kan beschikken over belastinggeld, maakt dat de discussie niet gevoerd wordt gelijke wapenen. We hebben het immers niet over volksvertegenwoordigers, die voor zichzelf of namens hun partij spreken, maar over ambtenaren van de uitvoerende macht.

En dan de derde vraag: wat voor een kwaad kan het eigenlijk? Mijn antwoord zou zijn dat willekeur op de loer ligt. Het is volstrekt onmogelijk om tegen iedere dubieuze uitspraak op het internet in actie te komen. Zelfs als de politie zich zou beperken tot uitingen die waarschijnlijk een strafbaar feit opleveren, moet zij selectief zijn. Dat vereist rationele criteria. In de NRC van 21 januari jl. stond een verhaal dat de risico’s illustreert. De politie van Schiedam twitterde deze zomer dat ze aan de deur waren geweest bij „een man die het nodig vond om ons te beledigen via social media”. De man, die niet bij naam genoemd werd, heeft de tweet verwijderd en zijn excuses aangeboden. Op Twitter vroegen mensen de politie vervolgens om een toelichting. De reactie was simpel: „Wij tolereren geen beledigingen, ook niet online”. Dit is niet alleen willekeur, maar ook nog rechter spelen in eigen zaak.

Mag de politie nooit op huisbezoek na een ongewenste uiting? Laten we daar niet dogmatisch in zijn. Stelt dat een uiting onmiskenbaar strafbaar is. Een openbare oproep om op zaterdagavond om 20.00 uur stenen door de ruiten van het stadhuis te gooien, is een voorbeeld van strafbare opruiing. Vast staat dat een strafvervolging mogelijk is.

Of van die mogelijkheid gebruik zal worden gemaakt mag in Nederland het Openbaar Ministerie beslissen. Er is weinig op tegen dat het OM soms kiest voor een huisbezoek door de politie als alternatief. Dat is goedkoper, milder voor de verdachte en wellicht even doeltreffend. Door de beslissing te leggen op een hoger niveau dan de politie zelf, te weten bij de officier van justitie, neemt de kans op willekeur af. Of een vermanend gesprek met een felle tegenstander van de opvang van vluchtelingen zal helpen, is overigens de vraag. Uit berichten van de laatste dagen blijkt dat sommige twitteraars na het huisbezoek extra gemotiveerd waren om zich niet ‘de mond te laten snoeren’.