Woest pacifisme op modeweek Parijs

Bij de mannenshows op de Parijse modeweek is de mode tot nu toe vaak relatief rustig en klassiek.

Vanboven naar onder: ontwerpen van Dries Van Noten, Raf Simons enWalter Van Beirendonck. Foto’s François Guillot/AFP

Het mode-Parijs van 2016 is niet meer dat van 2015. De bussen die bezoekers van show naar show vervoeren zijn zelden vol, omdat veel moderedacteuren en inkopers sinds de aanslagen niet meer durven te komen. Bij de ingang bij alle shows gaan metaaldetectors langs het lichaam en worden tassen gecontroleerd. In de Parijse modeweek staat ditmaal van vrijwel geen enkele show de locatie vermeld.

Eenmaal binnen is het bij de Parijse mannenmodeshows voor najaar 2016 business as usual, al is de mode tot nu toe vaak relatief rustig en klassiek. Als zelfs Ann Demeulemeester en Rick Owens – merken die bekend staan om hun stoere, tikje gothic stijl – colberts in stemmige herfsttinten laten zien, weet je dat er iets speelt.

Raf Simons nam dit najaar afscheid als hoofdontwerper van Christian Dior, en had voor het eerste in lange tijd (vóór Dior was hij verantwoordelijk voor Jil Sander) zijn handen helemaal vrij voor zijn eigen mannenmerk, wat te merken was aan de sterke collectie. De modellen, die door een labyrint liepen waarin het publiek tegen de muren stond gedrukt, verdwenen bijna in hun superoversized (dons)jassen en gerafelde collegetruien, die werden gedragen met smalle broeken en witte overhemden. Het was bijna alsof het kinderen in veel te grote afdankertjes waren, die hun weg zochten uit een duistere plek – David Lynch was een inspiratiebron.

Dries Van Noten hield zijn show in de Opéra Garnier, een lang gekoesterde wens; vijftien jaar heeft hij gewacht op toestemming. Hij deed dat niet op, maar achter het podium, tussen de rekwisieten. De feestelijke zaal met de rode pluche stoelen verwerd daardoor tot decor.

Een aantal kledingstukken leek gemaakt voor een avondje theater: glanzende pakken en jassen met licht-psychedelische dessins, fluwelen shorts en jasjes, sjaals van kunstbont.

Maar het grootste deel van de van de collectie was gebaseerd op legerkleding: officiersjassen, parka’s, kistjes. Badges en strepen waren zo overvloedig opgebracht dat ze de draak leken te steken met legerrangen, jassen waren ‘doorgeknipt’ waardoor het onderste gedeelte een rok werd, op de borst gedragen schilden waren van katoen en dus nutteloos. Op sommige stukken waren speciaal voor de show gemaakte sixties-tekeningen van Wes Wilson, de Amerikaanse kunstenaar die in de jaren zestig de psychedelische letter ontwierp, aangebracht. Streetwise outfits voor „peacock peaceniks”, zoals het huis het zelf omschrijft.

Walter Van Beirendonck is al heel lang een van de meest geëngageerde modeontwerpers. Maar voor het eerst, zei Van Beirendonck – die meermalen heeft geshowd in Le Bataclan, de concertzaal waar in november 89 mensen om het leven kwamen – voelde hij „een bepaalde agressie tijdens het ontwerpen”: „Ik ben van nature een pacifistisch persoon.” Woest, heette zijn collectie dan ook, al was dat niet een-twee-drie terug te zien in de kleren; op een combinatie van een zwart bomberjack met een zwarte broek na, was de collectie kleurrijk en elegant. Op leren jacks zaten afbeeldingen van Afrikaanse maskers, enkellange, wijde pantalons waren gemaakt van rijke stoffen, de veterschoenen met rode hakken behoren tot de sierlijkste die Van Beirendonck heeft laten zien. Alle modellen droegen goudkleurige, aan Nederlandse klederdracht ontleende oorijzers. Alleen de poppen die aan veel van de kledingstukken bungelden, vormden een wat macaber element.

Een serie die de Nederlandse fotograaf Philip Vogelenzang in 2014 maakte van het mannelijke model Jelle in vintage kleding van Fong-Leng, was het uitgangspunt voor de extreemste en vrolijkste ontwerpen die tot nu toe te zien waren tijdens de mannenmodeweek: broekpakken in panterprint met uitbundige volants.