‘Volgend jaar zijn we 12,5 jaar samen en gaan we trouwen’

Leila Prnjavorac (33) en Rudo Slappendel (34) ontmoetten elkaar bij FunX. Rudo spoorde Leila aan om te gaan ondernemen. „Nu zou ik niet meer anders willen.”

Leila: „Iedereen denkt dat Rudo allochtoon is en ik Nederlands. Maar het is dus andersom.”

Rudo: „Ik ben in 1981 geboren in India en geadopteerd door Nederlandse ouders. Ik was de enige donkere inwoner van Hazerswoude-dorp. Mijn opa, een groenteteler, was aanvankelijk boos op mijn ouders: een Indiaas kind zou toch nooit Nederlands kunnen leren? Maar dat sloeg snel om: al op de dag van mijn aankomst liet hij iedereen mijn foto zien.”

Leila: „Ik was negen jaar toen de oorlog begon in mijn geboorteland Bosnië-Herzegovina. Na anderhalf jaar zijn mijn ouders, broer en ik gevlucht voor de zuivering van onze stad. Als we daar waren gebleven, was het waarschijnlijk slecht afgelopen met ons. Onze buurman is mishandeld door de Serviërs en van drie hoog naar beneden gegooid, de buurvrouw werd verkracht. Door heel veel geld te betalen, hebben we met een konvooi Belgrado weten te bereiken, waar we vijf maanden ondergedoken hebben gezeten. Kinderfoto’s heb ik niet, we hebben alles achter moeten laten.”

Rudo: „Daarom maak jij nu zoveel foto’s van onze dochter.”

Leila: „In 1993 kwamen we naar Nederland. Hier zag ik voor het eerst gekleurde mensen. Heel grappig: iedereen denkt dat Rudo allochtoon is en ik Nederlands. Maar het is dus andersom. Hier kon ik na drie jaar eindelijk weer naar school. Ik was daardoor heel leergierig en leerde de taal heel snel.”

Rudo: „We hebben elkaar leren kennen bij FunX, een radiozender voor jongeren. Leila werkte daar als verslaggever en later als presentator van een talkshow.”

Leila: „Ik studeerde toen nog fulltime, maar had daarnaast een volledige baan. Ik greep alle kansen die voorbijkwamen. Ik had al zóveel gemist. Ik ben al aan mijn derde leven bezig, zo voelt het.”

Rudo: „Radiomaken zat er vroeg in. Op mijn veertiende zat ik op zolder ‘radiootje’ te spelen. Dan deed ik aankondigingen en nam ik bandjes op.”

Leila: „En je was al vroeg heel ondernemend.”

Rudo: „Ja, in groep 7 voerde ik al actie om het plaatselijke zwembad open te houden. Dat is gelukt.”

Leila: „En op je veertiende had je zes bijbanen.”

Rudo: „Ja, toen verdiende ik zo’n honderd gulden per week. Op vrijdag verkocht ik kip bij de poelier, ik vulde enkele avonden per week de SRV-wagen bij, ik had een folderwijk, waste een auto en paste op zondagmiddag op een hond. Dat ondernemende heb ik niet van mijn adoptieouders. Mijn biologische ouders ken ik niet. Ik ben te vondeling gelegd. Ik heb nooit de behoefte gehad om uit te zoeken waar ik vandaan kom. Ik ben zelfs nooit in India geweest. Ik ben gereformeerd opgevoed en voel me super-Nederlands. Ik ben zelfs kerkorganist geweest.”

Leila: „Hoewel ik uit een ondernemende familie kom, heb jij mij aangespoord om ondernemer te worden. Ik dacht altijd dat ik in loondienst zou blijven, maar nu zou ik niet anders meer willen.”

Een blonde, Hollandse jongen

Leila: „Mensen kijken ons als gezin wel eens vreemd aan. Een donkere man met een Nederlandse naam, een blonde vrouw met een Oost-Europese naam...”

Rudo: „Ze verwachten op basis van mijn naam altijd een blonde, Hollandse jongen te ontmoeten.”

Leila: „Mensen denken wel eens dat ik een Nederlandse ben die getrouwd is met een Pool ofzo. Of toen ik jonger was dat ik de oppas was van onze dochter India. Het gekke is dat mensen over mij vaak lovend doen als ze horen dat ik uit Bosnië- Herzegovina kom en dat Rudo vaker te maken heeft met een negatieve houding.”

Rudo: „Ik ben wel eens geweigerd bij een disco. En toen het alarm bij de Hema eens afging toen de mevrouw vóór mij passeerde, moest ík mee naar achteren. En een slager heeft eens tegen mij gezegd: het vlees voor mensen met uw budget ligt daar in die hoek. Maar ik heb een gladde rug, hoor, het interesseert me niks. Ik weet wie ik ben.”

Leila: „India is wel met haar afkomst bezig. Wij voeden haar tweetalig op en ze zei eens tegen me: ‘Mama, op straat moet je Nederlands tegen me praten’. Maar we gaan vooral heel positief met onze voorgeschiedenissen om. Die hebben ons gemaakt tot wie we nu zijn. Volgend jaar zijn we 12,5 jaar samen en gaan we trouwen. Je moet het leven vieren.”

Ze mag het met ons oneens zijn

Leila: „We nemen India regelmatig mee naar ons werk bij de radio en naar evenementen. We proberen haar te betrekken bij ons leven. Ze moet zich serieus genomen voelen. Zo ben ik ook opgevoed. Mijn moeder had in Bosnië-Herzegovina een kapsalon en ik leerde daar van alles van haar klanten.”

Rudo: „Ook minder fijne dingen proberen we met haar te bespreken. Bijvoorbeeld dat ik reuma heb of dat opa kanker heeft. En dat ik niet uit oma’s buik kom.”

Leila: „We houden niet zo van taboes voor kinderen. En ze mag het best met ons oneens zijn. Zo vorm je karakter.”