'Berechting daders MH17 wordt erg moeilijk'

Juristen kwamen in de Tweede Kamer met een sombere boodschap. Vervolging en berechting daders MH17 wordt een uiterst moeilijke zaak.

Prominente strafrechtdeskundigen achten de kans klein dat het binnen afzienbare tijd komt tot vervolging en berechting van de daders van het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines. Dit hebben zij vrijdag in verschillende toonaarden duidelijk gemaakt in een door de Tweede Kamer georganiseerde hoorzitting.

„Het kabinet heeft de verwachtingen te hoog aangezet. Het wordt tijd deze verwachtingen juridisch te temperen”, zei strafrechtadvocaat en hoogleraar internationaal recht Geert-Jan Knoops. Volgens de aan de Vrije Universiteit verbonden rechtsgeleerde Marieke de Hoon zijn alle oplossingen „gecompliceerd en zullen jaren duren”. In dit verband wees internationaal strafrechtspecialist Mischa Wladimiroff op het „glibberige pad” van vervolging van politiek verantwoordelijken. „Wees daarbij niet te ambitieus en beperk je tot de mensen die evident strafbaar zijn”, luidde zijn advies.

Opsporing en berechting van de schuldigen was één van de hoofddoelstellingen van het kabinet na de aanslag op de Boeing 777 van Malaysia Airlines boven Oost-Oekraïne op 17 juli 2014. Bij de ramp kwamen alle 298 inzittenden om het leven, onder wie 196 Nederlanders. In oktober vorig jaar concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat het vliegtuig was neergehaald door een Boek-raket van Russische makelij die was afgeschoten van Oost-Oekraïens grondgebied. Justitie doet nog steeds onderzoek naar de schuldigen.

Op dezelfde hoorzitting zei radardeskundige Piet van Genderen van de TU Delft dat er vrijwel zeker radars zijn geweest die de baan van de Boek-raket hebben waargenomen die rampvlucht MH17 trof. Er waren ten tijde van de crash vier civiele radars, onder meer een op het vliegveld van Loegansk, die het toestel binnen hun bereik hadden. Dat alle vier radarinstallaties niet werkten, bijvoorbeeld omdat ze in onderhoud waren, is onwaarschijnlijk en „vreemd”. Eerder liet onder meer de Onderzoeksraad voor Veiligheid weten dat die geen primaire radarbeelden had gekregen van Rusland en van Oekraïne, omdat die niet beschikbaar waren. Het kabinet liet donderdag weten dat het Openbaar Ministerie geen behoefte heeft aan aanvullende radar- of satellietbeelden. „Toch zijn die beelden wel degelijk belangrijk”, aldus advocaat en hoogleraar Knoops.