Perfect groen voor erbij

Het probleem doet zich het vaakst voor als ik Aziatisch kook; heb ik net verzonnen wat ik wil gaan eten, moet er nog iets bij. En dan ben je voor je het weet langer aan het nadenken over een simpel groentegerecht dan over een hoofdgerecht. Tenminste, zo werkt het nogal eens bij mij – ja ik weet dat groenten eigenlijk de hoofdrol zouden moeten krijgen en dat je daar dan een klein stukje vlees of vis bij verzint, en ik ben daar groot voorstander van, maar laten we eerlijk zijn, het gaat toch nog vaak andersom.

Bij vrijwel ieder Frans gerecht passen sperzieboontjes (kort gekookt en daarna even gestoofd met een uitje en een spekje bijvoorbeeld), bij vrijwel ieder Italiaans gerecht kan venkel (lekker langzaam gegaard en een beetje gekaramelliseerd in de oven) en het moet gek lopen wil bij een Midden-Oosterse of Noord-Afrikaanse schotel geen bloemkool passen (gehusseld met olijfolie en komijn en geroosterd in de oven).

Maak ik echter een pittige lamscurry, een kom noedels, Chinezig gekruid varkensvlees, of zoiets als zeebaars met vissaus, limoen, gember en lente-ui, dan vind ik het dus best lastig om te verzinnen wat daar voor groens bij past. Je wilt iets dat de smaak van het hoofdgerecht niet overvleugelt, maar dat er ook niet helemaal bij in het niet valt. De smaken mogen niet botsen, ze moeten min of meer in elkaars verlengde liggen. Iets toevoegen, maar niet te veel.

Meestal, als ik niet weet wat voor groente ik ergens bij moet serveren – niet weer die boontjes, venkel of bloemkool! –, is groene sla de oplossing. Alleen zijn in de Aziatische keuken niet zo gek veel groene salades te vinden, althans niet zoals we ze in het Westen kennen: rauwe bladgroenten met een dressing. Een bak kropsla of rucola met een vinaigrette naast een pan nasi heeft toch altijd iets van een fremdkörper. Het kan, maar het wringt wel een beetje.

En toen husselde ik op een dag in het wilde weg wat blaadjes en een handje taugé met een mengsel van gembersiroop en limoensap. Verre van authentiek, maar het werkte zo perfect dat ik die salade sindsdien vaker maak bij allerhande oosterse maaltijden. Het zuur van de limoen, het zoet van de gembersiroop, het zout en de kruiden zorgen samen voor een verrassend effect. Heel fris, zonder te overheersen. Et voilà, een ideale salade voor bij Aziatisch eten.

Hoewel het bijna te eenvoudig is voor in de krant, wil ik dit recept vandaag met u delen. Gewoon, omdat ik me zomaar kan voorstellen dat u ook weleens tegen dit probleem aan loopt.

Janneke Vreugdenhil