Onthutsende details over Poetin

Rechter schreef thriller. Robert Owen zegt dat Poetin een moord arrangeerde en sluit niet uit dat hij pedofiel was.

Het graf van de vermoorde ex-KGB-agent Alexander Litvinenko op Highgate Cemetery in Londen, 21 januari 2016. Foto Toby Melville/Reuters

De Poetin sekstapes: volgens Aleksandr Litvinenko hebben ze echt bestaan. En erger: volgens de vermoorde FSB-agent had de huidige Russische president een voorkeur voor minderjarige jongens.

Dit jaar is het tien jaar geleden dat Litvinenko in een Londens ziekenhuis overleed, nadat hij thee had gedronken die was vergiftigd met het radioactieve polonium-210. Toch baarde het Britse onderzoek deze week opzien. Volgens onderzoeksrechter Sir Robert Owen is het „waarschijnlijk” dat de Russische president Poetin zijn fiat gaf voor de moord. Welke bewijzen Owen heeft, zal misschien nooit bekend worden: het rapport leunt voor een deel op geclassificeerde documenten van de inlichtingendiensten en heeft behalve een openbare ook een geheime versie.

Maar het openbare document is spannend genoeg. Sommige feiten waren al bekend. Andere details komen nu voor het eerst boven water. Een kleine bloemlezing uit een rapport dat leest als een thriller.

‘Poetin is een pedofiel’

Litvinenko’s conflict met de Russische staat gaat terug tot 1998, toen hij met enkele collega’s een geruchtmakende persconferentie gaf waarin hij de inlichtingendienst FSB beschuldigde van corruptie en banden met de maffia. In 2000 ontvluchtte hij Rusland, maar zijn kritiek op het regime verstomde niet en zijn aanvallen op Poetin werden steeds persoonlijker.

In juli 2006 schreef Litvinenko een artikel op de website Chechenpress, waarin hij de president beschuldigde van pedofilie. Na zijn diploma aan de KGB-school trad de jonge Poetin niet toe tot de diplomatieke dienst (ondanks zijn goede Duits), maar kreeg hij een lage positie op een KGB-kantoor in Leningrad. Volgens Litvinenko is er een verklaring voor deze ‘zwarte vlek’ in Poetins cv. „Kort voor zijn afstuderen ontdekten zijn superieuren dat hij pedofiel was. Dat zeggen enkele mensen die Poetin kenden als student aan het Instituut.” Toen Poetin in 1998 werd benoemd tot hoofd van de FSB, schrijft Litvinenko, ging hij op zoek naar belastend materiaal over zichzelf. „Onder de zaken die Poetin aantrof waren videobanden, waarop te zien was hoe hij seks had met minderjarige jongens.” Beschuldigingen „van de ergste soort”, schrijft Owen, die niet ingaat op de vraag of de beweringen kloppen. Daarvoor is geen enkel bewijs.

De mislukte aanslag

Litvinenko stierf kort nadat hij op 1 november 2006 thee had gedronken met de ‘zakenlieden’ Andrej Loegovoj en Dmitri Kovtoen in de bar van het Millennium Hotel in Londen. Volgens het rapport was dat niet de eerste moordpoging. Forensisch onderzoek van Litvinenko’s haar heeft aangetoond dat hij al eerder is blootgesteld aan polonium-210 – in een veel kleinere dosis. Volgens het rapport is de radioactieve stof waarschijnlijk toegediend tijdens een ontmoeting die Litvinenko, Loegovoj en Kovtoen hadden op 16 oktober bij het beveiligingsbedrijf Erinys International in Londen. Bij onderzoek in het kantoor van Erinys bleken hoge doses straling.

Bedreiging met een T-shirt

Op 15 juli 2010 loopt secretaris Michael Cotlick het kantoor binnen van Boris Berezovski, ooit een der rijkste en machtigste mannen van Rusland. In 2001 was Berezovski uitgeweken naar Londen na een conflict met Poetin. Berezovski onderhield en ondersteunde Litvinenko financieel.

Als de secretaris Berezovski’s kantoor binnenkomt, ziet hij dat zijn baas in het gezelschap is van twee Russen. Op Berezovski’s bureau ligt een zwart T-shirt, dat Loegovoj heeft meegenomen uit Moskou. Op het zwarte shirt staat het wapen van voetbalclub CSKA Moskou met daarin een vreemd symbool: het waarschuwingsteken voor radioactieve straling. ‘Polonium-2010 – Londen, Hamburg’, staat er op het shirt: ‘to be continued’. Op de achterkant staat: ‘CSKA Moscow. Nuclear death is knocking your door’.

Loegovoj is fan van CSKA. Toen hij Litvinenko op 1 november 2006 ontmoette, was hij met zijn familie in Londen voor de wedstrijd Arsenal-CSKA. Hamburg was de woonplaats van de tweede moordverdachte: Dmitri Kovtoen. Het shirt, schrijft Owen, was duidelijk „een dreigement aan het adres van meneer Berezovski”. En: „Het t-shirt kan ook worden gezien als de erkenning van de heer Loegovoj dat hij de heer Litvinenko heeft vergiftigd.”

In 2007 verzocht de Britse justitie uitlevering van zowel Loegovoj als Kovtoen, maar Rusland heeft dat verzoek tot nu toe naast zich neergelegd. In datzelfde jaar werd Loegovoj gekozen in het Russische parlement.

De ontboezemingen van Kovtoen

Kovtoen (geboren in 1965) is een vreemde figuur in het Litvinenko-dossier. Over Kovtoen is weinig meer bekend dan dat hij begin jaren negentig – toen hij militair was in de voormalige DDR – vluchtte naar Hamburg. Op basis van getuigenissen (onder meer van zijn Duitse ex-vrouw Marina Wall) schetst het rapport het beeld van een drinker, die veel tijd doorbracht op de Reeperbahn en carrière wilde maken als pornoacteur. Loegovoj kende hem van vroeger. Maar of de ex-KGB’er er goed aan deed zijn jeugdvriend te betrekken in zijn plannen is de vraag.

Volgens Duitse getuigen deed Kovtoen een aantal belastende uitspraken. Op 30 november, de dag voor de moord in Londen, ging Kovtoen met een aantal vrienden stappen in Hamburg. Volgens anonieme getuige ‘D3’ kwam Kovtoen te spreken over Litvinenko en vroeg hij hem of hij een kok kende in een Londens restaurant. „Deze kok moet voor mij vergif doen in zijn eten of drinken”, zei Kovtoen.

Ook na de moord bleef Kovtoen nogal onvoorzichtig. Tegen zijn ex-vrouw vertelde hij dat hij ziek was geworden na zijn trip naar Londen.

„Hij vertelde mij dat hij waarschijnlijk wat van het gif had binnengekregen dat Litvinenko had gedood”, zei Wall in haar getuigenverklaring. „Letterlijk zei hij: die klootzakken hebben ons waarschijnlijk allemaal vergiftigd.”