'Kans op ‘ja’ bij GeenPeil is klein'

De kans op een ‘ja’ bij het referendum op 6 april over het associatieverdrag met Oekraïne is uiterst klein. Dat zeggen politici die betrokken waren bij de campagne voor het vorige referendum, over de Europese Grondwet in 2005, vandaag in NRC.

„Het zal een schier onmogelijke krachttoer vergen om te winnen”, zegt VVD’er Hans van Baalen, destijds Tweede Kamerlid, tegenwoordig europarlementariër. André Rouvoet, die in 2005 als ChristenUnie-leider campagne voerde tegen de Europese Grondwet maar deze keer neigt naar een voorstem, denkt het „heel ingewikkeld gaat worden om op 6 april nog een ‘ja’ te krijgen”. Nico Wegter, in 2005 woordvoerder van de Europese Commissie in Den Haag, zegt: „De grondhouding in Nederland tegenover Europa is dermate kritisch dat argumenten niet meer werken.”

Bij het referendum in juni 2005 wees 61,5 procent van de Nederlandse kiezers de Europese Grondwet af. Uit een rondgang langs de hoofdrolspelers van destijds blijkt dat velen de kansen van het ja-kamp op 6 april opnieuw somber inzien. Als reden geven ze onder meer het eurokritische klimaat in Nederland, de weinig enthousiaste houding in het ja-kamp en het feit dat referendumcampagnes vaak over heel andere zaken gaan dan de vraag op het stembiljet. Volgens VVD’er Van Baalen kunnen de tegenstanders van het Oekraïne-akkoord „ongestraft leugens verkopen, terwijl de voorstanders netjes met feiten en argumenten moeten komen”. Van Baalen noemt het referendum „een staatsrechtelijke en politieke ramp”.

D66-leider Alexander Pechtold is een van de voorstanders van het Oekraïne-verdrag die wel optimistisch is. „Ik heb echt het gevoel: deze campagne wordt ‘m”, zegt hij. „Er heerst nu zo’n sfeer van: het wordt een afstraffing voor het ja-kamp. Dat geeft juist de gelegenheid om door te hollen als het tij een beetje keert.” D66 heeft 50.000 euro uit de eigen partijkas gereserveerd voor een ja-campagne.

De stembusgang op 6 april werd afgedwongen door de organisatie GeenPeil, die 427.939 geldige handtekeningen verzamelde. Het gaat om een raadplegend referendum: het kabinet is niet verplicht de uitslag over te nemen. Het referendum is rechtsgeldig bij een opkomst van 30 procent of hoger.