Niet bang voor een beetje ruzie

In mijn eerste baan had ik vaak pittige discussies met collega’s. Juist daarom denk ik er met veel plezier aan terug. Een beetje bakkeleien kan heilzaam zijn. Luid en duidelijk laten merken wat je vindt en vervolgens, al strijdend, samen ergens komen.

Ik dacht hieraan toen voor de zoveelste keer in de krant het VW-schandaal voorbijkwam. Stel dat een paar medewerkers in Wolfsburg flink boos waren geworden. Dat ze op hoog volume hadden laten weten dat die sjoemelsoftware onacceptabel was. Stel dat ze desnoods naar buiten waren gegaan met hun verhaal. Dat zou het bedrijf veel ellende en veel geld hebben bespaard.

Hoe komt het dat de meeste medewerkers hun zorgen, twijfels en kritiek liever voor zich houden? Ook als ze weten dat er hele foute of domme besluiten worden genomen? In het nieuwste nummer van de Harvard Business Review leggen twee onderzoeksveteranen op dit gebied, James Detert en Ethan Burris, uit hoe dit werkt.

De eerste reden dat medewerkers zich niet uitspreken is angst voor de consequenties ervan. Angst om voor schut te staan, geïsoleerd te raken, slechte beoordelingen te krijgen of ontslagen te worden.

De rol van de direct leidinggevende blijkt cruciaal. Wanneer deze zich consistent en fair gedraagt en zelf ook vrijuit spreekt over zijn zorgen en twijfels, wordt het makkelijker om je te uiten als medewerker.

De tweede reden is het gevoel dat het zinloos is. In veel bedrijven heerst onder medewerkers het gevoel dat het geen enkel verschil zal maken, wanneer je je zorgen of twijfels duidelijk maakt.

Ook hier is het essentieel wat de direct leidinggevende doet. Gaat hij met jouw zorgen de organisatie in? Vertelt hij vervolgens ook in het team wat dit al dan niet heeft opgeleverd? Dat vergroot de kans dat medewerkers zich uitspreken.

Wanneer medewerkers zich vrij voelen om de discussie aan te gaan, leidt dat volgens Detert en Burris niet alleen tot het voorkomen van kleine en grote problemen, maar ook tot betere financiële resultaten en minder personeelsverloop. Een aantal suggesties om de ‘ervaren vrijheid van meningsuiting’ in bedrijven te stimuleren:

• Wacht niet af. Zeg niet ‘mijn deur staat altijd open’, maar vraag actief om meningen. Zet het onderwerp ‘twijfels en verbeteringen’ regelmatig op de agenda van het werkoverleg. Vraag ook om feedback in een-op-een gesprekken.

• Wees duidelijk. Ideeën en kritiek zijn altijd welkom, niet af en toe. Maak het niet ingewikkeld met allerlei procedures. En bedank medewerkers wanneer ze zich uitspreken.

• Wees transparant. Zeg vooraf wat je zult doen met ideeën of kritiek. En koppel ook altijd terug wat dit heeft opgeleverd. Niet terugkoppelen draagt sterk bij aan het gevoel dat het zinloos is om je uit te spreken.

• Hang niet de baas uit. Hoe meer autoriteit je toont, hoe minder open de communicatie. Laat in plaats daarvan zien dat je zelf ook kritiek durft te uiten naar de mensen boven je.

Heel kort samengevat: wees niet bang voor een beetje ruziemaken. Als de sfeer op je werk te harmonieus is, juist dan zou je wel eens serieuze problemen kunnen hebben.