Mindful breien

In de jaren zeventig breiden we voor het resultaat, nu voor het gevoel.

Als we het willen doen, dan is dit het goede moment, dacht Gieneke Arnolli, conservator mode en textiel van het Fries Museum en initiatiefnemer van de expositie breien!, die tot en met komende zomer in Leeuwarden te zien is. „Er is een nieuwe generatie opgestaan die breien heeft ontdekt. Voor hen is het niet truttig of retro, maar iets nieuws.”

Zie bijvoorbeeld, zegt ze, het succes van de mutsen van Myboshi, een merk dat wol en patronen levert om kleurrijke mutsen mee te haken en te breien. Of dat van Stephen West, een Amerikaan die mede-eigenaar is van een wolwinkel in Amsterdam, over de hele wereld workshops geeft en breiboeken uitgeeft waarin hij uitlegt hoe je zijn kleurrijke sjaals, tassen en dekens kunt namaken.

Dat breien een trend wordt genoemd, is niet nieuw. Al sinds het begin van dit millennium lees je met enige regelmaat over de terugkeer van het handwerken in het algemeen en breien in het bijzonder. 

In de jaren zeventig en tachtig was breien en haken zo ongeveer onze nationale hobby, met name voor vrouwen. Overal zag je mensen in de weer met breipennen, tot in klaslokalen aan toe. Tussen 1976 en 1992 bracht Hema twee keer per jaar een breiboek uit, dat op het hoogtepunt een oplage had van 250.000.

De breirage kwam destijds voort uit de in de jaren zeventig ingezette folkloretrend. Zelf de pennen ter hand nemen paste daarbij, maar de populariteit van het breien had ook te maken met de prijs van truien. Tegenwoordig wordt niet alleen veel meer mode in de lagelonenlanden gemaakt, volgens Gieneke Arnolli is het ook veel gemakkelijker machinaal een trui te maken die er handgebreid uitziet. In de jaren zeventig en tachtig waren met de hand gemaakte truien nog behoorlijk kostbaar in de winkel, en losse wol was goedkoop. Reden dat je tot ver in de jaren tachtig jongens zag in door hun moeders gefabriceerde zwarte truien met geometrische motieven. Breien was dus grotendeels resultaatgericht. Toen de mode veranderde, verdween ook het breien, huiselijke creativiteit zich richtte zich veel meer op het interieur.

Kneuterig gevoel

Rond 2000 was wol uit het assortiment van Hema verdwenen, ook de meeste Nederlandse wolwinkels waren weg. En toen kwam de herwaardering van het handwerk weer op gang. Wederom als eerst in de mode. In 2002 waren patchwork en macramé opeens grote hits op de catwalk. De Amerikaanse ontwerper Marc Jacobs baseerde een collectie op het werk van Koos van den Akker, een Nederlandse, in New York wonende ontwerper die in de jaren zeventig en tachtig succesvol was met patchworkmode; hij is de man achter de beroemde ‘Cosby-trui’.

De opleving van handwerk herleidde hij destijds – Van den Akker overleed in 2015 – tot de aanslagen van 11 september.„Iedereen heeft opeens een kneuterig gevoel, alles moet rustig en gezellig”, zei hij. Door de jaren heen is de theorie over de populariteit van handwerk – ook in de mode de afgelopen jaren een tamelijk constante trend– veranderd. De laatste jaren wordt handwerk vooral gezien als een tegenhanger van de digitale wereld. Zoals Gieneke Arnolli zegt: „We willen weleens wat anders in onze handen hebben dan iets met een scherm.”

Het is onzin om te stellen dat het opeens weer stikt van de wolwinkels, maar de laatste jaren zijn er wel weer een paar handwerkwinkels bijgekomen in Nederland. Bijvoorbeeld Stephen & Penelope in Amsterdam, zes jaar geleden als Penelope Crafts opgericht door Malia Mather, die het soort moderne handwerkwinkel miste dat je in Denver, waar ze vandaan komt, wel had. Ze verkoopt er wol uit de hele wereld, inclusief Texel. Ook biologische wol. Sinds een paar jaar is eerder genoemde Stephen West mede-eigenaar van de winkel. Zijn breiboeken zijn er uiteraard te vinden, net als die van het populaire Noorse duo Arne & Carlos, en het hippe Engelse handwerktijdschrift Pompom.

In Den Haag heb je Cross & Woods (voorheen Woool, sinds 2003) en Insteken omslaan (2011), in Rotterdam Ja, wol (2010) en in Driebergen Trollenwol (2009). Zelfs bij Hema kun je weer wat bollen wol en haak- en breinaalden kopen, zij het niet in de grote hoeveelheden van vroeger.

Aanraken is weldadig

Het nieuwe breien heeft een andere functie dan het breien van vroeger. Een zelfgebreide trui is vaak duurder dan een gekochte. Breien gaat tegenwoordig vooral om het doen: niet alleen het aanraken van wol en pennen wordt weldadig gevonden, breien is ook een vorm van mindfulness geworden; er is zelfs al een boek verschenen dat de helende werking van het breien beschrijft, Knit for health and wellness (2014).

„Er is geen betere manier om je hoofd leeg te maken”, zegt Pauline Kettlewood van Cross & Woods. „Als je iets breit dat moeilijk genoeg is, moet je je concentreren op elke steek en is er geen ruimte voor iets anders. Ik ben binnen een half uur altijd alle stress kwijt.”