Maat en de kunst van flauwekul

April vorig jaar gaf de Leidse emeritus hoogleraar George Maat college aan Maastrichtse studenten. Het ging over zijn rol als forensisch anatoom in het team dat de MH17-slachtoffers identificeerde. Wie wil weten hoe het eraan toeging tijdens dat college, kan de uitgebreide reconstructie raadplegen in de Maastrichtse universiteitskrant Observant van 10 september 2015.

Daarin valt te lezen dat het een lezing voor een besloten gezelschap was: studenten Gezondheidswetenschappen. Zo werd het trouwens ook aangekondigd. Maat informeerde vooraf of er wellicht nabestaanden in de zaal zaten. De beelden die hij vervolgens toonde, waren geanonimiseerd. Voor het overige was de strekking van het college vaktechnisch van aard; de toon steeds “discreet, respectvol, eerbiedig”, om een van de studenten te citeren.

Aanwezig waren ook twee journalisten van RTL. Ze deden zich voor als studenten. Een van hen schreef zich onder een valse naam in voor de lezing. Eenmaal binnen maakten de twee stiekem geluidsopnames. Later die maand bracht RTL het nieuws naar buiten dat Maat tijdens een openbare lezing met foto’s van slachtoffers zou hebben rondgestrooid. Met dat nieuws zocht RTL ook nabestaanden op. Het deed denken aan Willibrord Fréquins enscenering van de illegale handel in schedels, die in de kelders van de Nederlandse ziekenhuizen welig zou tieren. Het vak van professor Maat leent zich nu eenmaal voor griezelig nepnieuws.

Minister Van der Steur reageerde per ommegaande. Hij vond het „walgelijk” en oordeelde dat Maat „indiscreet en onzorgvuldig” was geweest. Hij zette Maat uit het onderzoeksteam. In de dagen die volgden, grepen allerlei Kamerleden de hoax aan om zich te manifesteren. VVD-kamerlid Ten Broeke: „Professor Maat is zijn boekje ver te buiten gegaan. Hij heeft onnodig veel leed veroorzaakt. Onbegrijpelijk en ongepast.” PvdA-er Servaes: „Ik vind het respectloos en misselijkmakend. Ik ga vragen hoe dit heeft kunnen gebeuren en wie waarvoor precies toestemming gaf.” D66’er Sjoerdsma: „Schokkend en buitengewoon ongepast tegenover de nabestaanden.”

De politici betoonden zich lange tijd doof voor tegengeluiden, ofschoon die er vrijwel onmiddellijk waren. Deze krant publiceerde bijvoorbeeld al op 30 april 2015 de ingezonden brief van de Leidse geneeskundestudent Merlin Weeda („Professor Maat is een ware inspiratie voor ons als studenten”). Ze beargumenteert daarin waarom Maats colleges belangrijk zijn voor aankomende medici. Weeda schrijft: „Bij goed onderwijs hoort het tonen van de werkelijkheid. En dat zijn vaak geen eenhoorns met regenbogen.”

In zijn essay On Bullshit (2005) legt de Amerikaanse filosoof Harry G. Frankfurt uit wat het betekent als je vrijmoedig oordeelt over dingen waar je niets vanaf weet. Frankfurt: bullshitten – lullepotten, zeggen ze in corporale kringen – is anders dan liegen. Wie liegt, snapt dat er ook zoiets als de waarheid bestaat en dat het de voorkeur verdient om binnen de kaders van het feitelijke te blijven. Wie bullshit verkoopt, geeft blijk van een postmodernistisch wereldbeeld, waarin de waarheid niet bestaat en het enkel aankomt op het ventileren van sterke opinies.

In de affaire-Maat ontpopten Van der Steur en een parade van Kamerleden zich als ware bullshit artists. Zulke artists met macht zijn een risico voor de academische vrijheid. Om hun stoerheid te etaleren, zullen ze eisen dat wetenschappers als Maat eerst een toestemmingsformulier invullen, voordat er college mag worden gegeven. Ze zullen „in het belang van het lopende onderzoek” willen weten wat Maat en zijn collega’s tijdens hun lezingen zoal gaan vertellen. En ze zullen er hun hand niet voor omdraaien om in het kader van „feitenonderzoek” de politie af te sturen op studenten die een lezing organiseren over een „gevoelig” onderwerp.

Dat is namelijk wat er allemaal dreigde te gebeuren in de nasleep van het Maastrichtse college. Het bracht een internationale groep van onderzoekers ertoe om een brief te schrijven aan de President van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Daarin vroegen ze aandacht voor het probleem dat ontstaat als politici forensische wetenschappers gaan voorschrijven voor wie en waarover er college mag worden gegeven.

Vorige week bood Minister Van der Steur professor Maat zijn excuses aan. De vertoning maakte een wat bescheten indruk en och, echt belangrijk was het niet. Belangrijker lijkt me de vraag hoe het toch kan dat minister en Kamerleden de moralistische kaart uitspeelden, zonder de context van Maats Maastrichtse college te kennen. De wanverhouding tussen dadendrang en feitenkennis in de hoofden van mensen die dit land besturen, is zorgelijk. Dáár hadden de Kamerdebatten over moeten gaan. Dan hadden Ten Broeke, Servaes, en Sjoerdsma ook de hand in eigen boezem kunnen steken.

Wat valt er verder nog over te zeggen? Dat de Leidse universiteit ouder is dan de Tweede Kamer, dat er in dit land al langer college wordt gegeven dan dat er Kamervragen worden gesteld en dat professor Maat snel maar weer eens een lezing moet komen geven in Maastricht.