Kantoormannengebakje

Bas van Putten ziet in de nieuwe Astra een waardig lid van de familie Doorsnee.

De Opel Astra 1.0 turbo Innovation bij Orange Motors in Rotterdam met verkoopadviseur Stephan van Brakel.

De beurswaarde van een automerk meet je op straat, waar je de doelgroepen ziet in- en uitstappen. Twee huizenblokken verderop staat een dorpsgenoot, een autoliefhebber, zijn Opel aan de buren uit te leggen.

Hij heeft een Insigna diesel gekocht, een tweedehands station in nieuwstaat. Nieuw was die auto wat begrotelijk en te gelikt voor doorsnee Opel-klanten. Maar nu zijn nieuwerwetsheid door de concurrenten is gedegradeerd tot oude meuk, vergrijst de uitgediende blikvanger alsnog tot die tevreden suffe Echte Opel, betaalbaar trekpaard dat wat hulpeloos voldoet aan alle burgerlijke eisen. Kijk, een Opel mag niet pralen, hij hoeft alleen maar goed genoeg te zijn.

We hebben dus gespreksstof in ons dorp. Drents merk eigenlijk, kop ik in. Bij ons rijden veel Opels rond, VW’s zijn meer iets van het westen, voor mensen die er geld bijlappen voor dat beetje glans, dat zieke woord ‘uitstraling’. Ga weg, de Drent is geen slag dat te koop loopt.

Precies, beaamt de koper, geen poespas. Dat de diesel minder stil loopt dan zijn vorige, een Peugeot, is voor mannen zonder poespas juist een aanbeveling. In zo’n korzelige turbodiesel knarst de grondtoon van de Drentse ziel, stug maar goudeerlijk, die de Opel-man in Opels zocht; zijn evenbeeld.

Dat was net wat er aan Opels al een tijdje schortte. Het merk wilde hogerop, de premiumdomeinen binnendringen waar het kansloos was. Het leek uitgekeken op de kleurloos prijsbewuste aanhang, die terugsloeg door massaal naar Kia- en Hyundai-showrooms af te druipen. Met de rug tegen de muur moest het zich herbezinnen op de echte Opel, een auto die het volk niet voorhield dat het zelf te min was. Dat had vóór zijn tweede leven als occasion de Insignia gedaan; die had kopers het gevoel gegeven dat ze een pretentieuze bijna-BMW voor losers reden. Het concept van de auto berustte op een psychologische wreedheid die het huis fataal had kunnen worden.

Maar was er een weg terug naar het slaapverwekkende verdienmodel van Opeltjes voor de gewone man?

Onsterfelijk normaal

Sinds de onsterfelijk normale Kadett had de Opel-populatie immers óók een transformatie ondergaan. De Opel-gemeenschap, hoe gek genoeg gewoon ook gebleven, is zelf moderner en modegevoeliger geworden. Dat Opeltje van vroeger, auto voor mensen met eenvoudige behoeften, ontkomt niet meer aan fancy schermpjes en een bluetooth telefoonverbinding. Maar zolang er Hollanders bestaan, zijn er herstelkansen voor het verweesd geraakte merkgevoel. Op voorwaarde dat Opel er in slaagt de obligate gadgets te serveren met de deemoed van weleer, en wel zo dat de klant zijn materiële noden niet uit hoeft te leggen aan jaloerse buren. De nieuwe Astra toont dat het bedrijf de weg heeft teruggevonden. Dit is weer zo’n eerlijke, pretentieloze Opel.

De Innovation die ik rijd, met een kittig driecilindertje dat je meer kracht toedicht dan de 105 pk die Opel opgeeft, schiet qua hebbedingetjescultuur de ambitieuze tegenstrever Golf bijna voorbij. Behalve een automatische airconditioning, modieus bemoeizuchtige veiligheidssystemen en een wifi-hotspot heeft hij OnStar, een online meldpunt dat je helpt gestolen Astra’s terug te vinden en na een crash een automatisch noodsignaal opvangt – maar dat je ook, waarschijnlijk zonder resultaat, kunt laten googlen naar een veganistisch restaurant in Bergschenhoek.

Dat kan een Golf niet. Terwijl die kwieke, handelbare Astra, stukken lichter dan de vorige, niet minder prettig rijdt. De afwerking is van vergelijkbaar niveau, de stoelen zijn misschien zelfs beter, de ruimte achterin is groter, op de bagageruimte na. Maar hij is enkele duizenden euro’s goedkoper dan een vergelijkbaar uitgeruste Golf, die de dertig mille-grens zou passeren.

Ziedaar het Opelachtige dat hem, long time no see, tot waardig lid van de familie Doorsnee maakt. Hij brengt zijn overdaad geraffineerd als democratiseringsoffensief naar de gewone hardwerkende burger toe, het beetje meer met het excuus dat het aanvaardbaar maakt; de prijs. Goedkoopte als het medicijn tegen de gêne voor kapsones die de Astra-commercial zo gesmeerd schaakmat zet door de verkwistingsangst tot guilty pleasure op te blazen: „Schandalig veel luxe”.

Dit kantoormannengebakje wordt de schitterende comeback van de middenklasse met de kleine, degelijke dromen. Over zes jaar staat er twee huizenblokken verder een te glanzen, dieseltje. Buur, zal ik zeggen, gouden koop, waar voor je zure centen. Want je kunt een man niet blijer maken dan met een welgemeende buiging voor zijn wagen. En helemaal als het een Opel is.