Is opvang van elke peuter haalbaar?

Werkgevers steunen een vergaand plan voor bredere kinderopvang. Het is een voorzet voor de volgende verkiezingscampagne.

Basisschool en kleuterschool in Rotterdam. Foto Robin Utrecht

Bijzonder eensgezind roepen werkgevers en vakbonden dat de komende jaren „gericht geïnvesteerd” moet worden in de ontwikkeling van peuters. Maar alleen als de overheid er meer voor gaat betalen.

Dat blijkt uit het advies van de Sociaal Economische Raad (SER), het adviesorgaan van sociale partners en onafhankelijke kroonleden, dat vandaag naar het kabinet gaat. Het is een opvallend advies – na een lange discussie over de opvang.

De SER pleit voor een basisrecht van 16 uur kinderopvang per week voor àlle 2 en 3-jarigen in Nederland, ook van ouders zonder werk. Op lange termijn moeten alle kinderen van 0 tot 4 jaar toegang krijgen tot kinderopvang, peuterspeelzalen, vroeg- en voorschoolse educatie. Voor kinderen met een taal- of leerachterstand moeten extra stimuleringsprogramma’s komen, ook van 16 uur per week.

Nu hebben alleen werkende ouders recht op een inkomensafhankelijke kinderopvangtoeslag. In 2014 zaten gemiddeld 638.000 kinderen uit 418.000 huishoudens in de opvang.

BOinK, de belangenvereniging voor ouders in de kinderopvang noemt het SER-advies een „doorbraak”. Nederland zet hiermee een stap naar het Zweedse, Vlaamse, Duitse en Britse model. Die landen richten zich meer op de ontwikkeling van jonge kinderen, niet alleen op de arbeidsparticipatie van ouders.

„Kinderen, ouders en maatschappij hebben er baat bij”, zeggen werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland. Het idee is dat kinderen meer kansen krijgen als ze spelend leren en achterstanden sneller inhalen. Ouders van kinderen met taal- en leerproblemen die niet vrijwillig hulp zoeken, moeten zelfs „minder vrijblijvend” benaderd worden, vindt MKB-voorzitter Michaël van Straalen.

Coalitie onderling verdeeld

Vraag is of het plan een kans maakt. Volgens de SER is het logisch dat de overheid meer betaalt als de opvang zich meer op de ontwikkeling van kinderen gaat richten. Het kabinet zou de „in internationaal opzicht relatief hoge werkgeversbijdrage” moeten heroverwegen. Ook ouders moeten blijven meebetalen aan de basisopvang, maar de eigen bijdrage moet volgens de SER wel betaalbaar zijn.

Werkgeversvoorzitter Van Straalen wil er nog niet op vooruitlopen wie precies wat zal moeten betalen. „Het is logisch om de discussie over de werkgeversbijdrage te voeren.”

Het is niet waarschijnlijk dat het kabinet Rutte II er nog een beslissing over neemt. Van VVD en PvdA worden geen grote hervormingen meer verwacht en de twee partijen zijn het over dit onderwerp oneens. Maar het advies is goed getimed in de voorbereiding op de volgende kabinetsperiode. Partijen zijn nu bezig hun verkiezingsprogramma’s te schrijven.

De PvdA noemt het „een belangrijk en goed advies” en „een vuist tegen de tweedeling”. De VVD moet er weinig van hebben. Kamerlid Anne Mulder (VVD) zegt dat hij de wetenschappelijke onderbouwing mager vindt voor een idee „dat zo een miljard euro kan kosten”.

En: „Wij zeggen: laat het wetenschappelijk bewijs zien, maar je hebt ook partijen die gelóven het gewoon. En ik vraag me af: moet een kind van twee nu ook al voorbereid worden op school?” Steven van Weyenberg van D66, die om het SER-advies had gevraagd, noemt het idee „ambitieus” voor een „goed arbeidsmarktperspectief”. Het CDA wil het rapport eerst bestuderen.