Is het korte-rokjesdenken voorbij?

Aanranding en seksuele intimidatie komen veel voor in Nederland, maar het probleem wordt vaak weggehoond.
Beethovenstraat 1967 foto Ed van der Elsken

Als een vrouw zich kleedt of gedraagt als een slet, mag je er lekker aan zitten, toch? Dat is volgens onder meer Anke Laterveer (35), die werd aangerand, nog steeds een veelvoorkomende gedachte. De vrouw wordt ook in het Nederland van 2016 nog als een gebruiksvoorwerp gezien dat niet altijd voor zichzelf kan denken, ervoer zij.

Die opvatting wordt niet door iedereen gedeeld. Na ‘Keulen’ zei minister Lodewijk Asscher op Facebook juist iets wat daar haaks op staat: „Het korte-rokjesargument is gelukkig allang niet meer acceptabel om seksueel geweld te bagatelliseren.” Breder getrokken: het idee dat een vrouw seksueel geweld kan uitlokken, speelt in Nederland écht niet meer.

Maar is dat ook zo?

Dat vrouwen vaak slachtoffer worden van seksueel geweld is gemakkelijk te staven met cijfers. Een op de vier vrouwen in Nederland heeft te maken gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag, blijkt uit onderzoek van kenniscentrum seksualiteit Rutgers. Het werd ook duidelijk door de #zeghet campagne, geïnitieerd door Laterveer, die eind vorig jaar succesvol werd en in de nasleep van de gebeurtenissen in Keulen opnieuw tot leven is gekomen. Vrouwen deelden op Twitter massaal hun ervaringen met seksueel geweld; aanranding, intimidatie en ook verkrachting.

De vrouwen krijgen veel steun, maar hun verhalen over ‘lichtere’ seksuele vergrijpen, zoals een tik op de billen, worden in het debat ook vaak weggehoond. En als een meisje een naaktfoto van zichzelf naar haar vriendje stuurt en die het op zijn beurt naar de hele klas appt, wordt het slachtoffer, de vrouw, vaak afgefakkeld, zegt ook Marianne Cense van Rutgers. De gedachte: had ze maar niet zo moeten poseren.

Dat veel vrouwen op de een of andere manier te maken krijgen met seksueel geweld, is een gedachte waar we „gewoon niet aan willen”, zegt Renée Römkens, directeur van Atria, kenniscentrum voor emancipatie. Steeds als er in de afgelopen decennia cijfers over seksueel geweld bekend worden gemaakt, vertelt zij, wordt gezegd dat het niet waar kán zijn.

Römkens: „Dat zoveel vrouwen te maken krijgen met mishandeling en seksueel geweld is blijkbaar ongeloofwaardig. Kennelijk zijn we niet in staat om te erkennen dat seksueel geweld epidemische vormen aanneemt.”

In hoeverre laten we het ‘korte-rokjesargument’ in Nederland nog gelden? NRC sprak met experts, denkers en ervaringsdeskundigen. Hoe denken zij erover?  

Genderrollen zijn hardnekkig

Marianne Cense (50) werkt bij kenniscentrum Rutgers. Haar specialisatie is jongeren en seksualiteit.

„We hebben aan jonge jongens en meisjes gevraagd wiens verantwoordelijkheid het is om de grens aan te geven van wat seksueel wenselijk is, en zowel meisjes als jongens vinden dat meisjes duidelijk moeten zijn. Dat vinden wij zorgelijk. Er blijkt uit dat genderrollen heel hardnekkig zijn. We zijn niet een compleet geëmancipeerde samenleving geworden Maar als je hoort hoe snel meisjes voor slet uit worden gemaakt als ze seksueel actief wervend gedrag vertonen, weet je dat we er nog lang niet zijn. „In ons onderzoek naar seksueel grensoverschrijdend gedrag, blijkt dat het zulk gedrag vaak voortkomt uit misverstanden. Het is aantrekkelijk om respectvol te zijn maar tegelijkertijd moet je ook stoer zijn, constateren jongens. Dat kan lastig zijn. Begin je gewoon te zoenen, of vraag je het eerst? Bij meisjes zit ook zo’n lastigheid: je moet sexy zijn maar niet te seksueel. Als die twee genderrollen elkaar ontmoeten, gemengd met de gedachte dat seks iets is waar je niet te veel over moet praten, is er een grote kans dat er iets misgaat. De jongen is niet duidelijk, het meisje is niet duidelijk. Ze praten in een codetaal tegen elkaar. Weinig wordt duidelijk benoemd.”

Het is géén vrouwenkwestie

Simone van Saarloos (25) is columnist, filosoof en feminist.

„Natuurlijk zeggen mensen ‘ja’ als je ze vraagt of een vrouw een kort rokje aan moet kunnen zonder lastig gevallen te worden. Maar dat wil niet zeggen dat ze zich ook zo gedragen. Onder de oppervlakte speelt nog van alles mee. Als prostituee het oudste beroep ter wereld is, dan is geweld tegen vrouwen het oudste probleem – en het is nog steeds niet opgelost. Waarschijnlijk benaderen we het probleem verkeerd. Draai de vraag eens om. Niet: kan een vrouw in Nederland zich uiten zonder seksueel geweld over zich af te roepen, maar: kan een man zich uiten zoals hij wil zonder zich daaraan schuldig te maken? Dan loop je al gauw aan tegen de ideeën die we over mannelijkheid hebben. We zijn geobsedeerd door de vrouw als kwetsbare groep. De man maakt zich schuldig aan van alles, maar we blijven het een vrouwelijke kwestie vinden. Wat kan ze wel, mag ze wel, kan ze niet, mag ze niet. Neem nu, dan bellen jullie mij over deze ‘vrouwenzaak’. Ik vertegenwoordig dan ineens ‘alle vrouwen’ die als groep te vrezen hebben voor de man. Waarom is dat geen mannenzaak? Toen ik op school zat kregen de meisjes lessen zelfverdediging, leerden we hoe je je beschermt tegen enge mannen. Maar wat leerden de jongens in de tussentijd? Die speelden buiten.”

Zelfs de politie reageerde zo

Anke Laterveer (35) werd aangerand. Ze liet de man zelf haar huis binnen en kreeg daar veel kritiek op.

„Ik had een date met een man bij mij thuis. Hij begon zijn en mijn kleren uit te trekken en aan me te zitten. Ik wilde dat niet, en zei dat. Hij bleef doorgaan, probeerde me te verkrachten. Toen ik er een paar maanden geleden een blog over schreef, verwachtte ik wel dat een deel van de twittergemeenschap zou vinden dat het deels mijn eigen schuld was. Maar dat de politie ook zo reageerde, verbaasde me. „Asscher zei dat we inmiddels de tijd wel voorbij zijn dat het ‘korte-rokjesargument’ wordt geaccepteerd, maar ik ben bang dat we nog niet zover zijn. We geven het slachtoffer nog vaak de schuld. „Sommige mensen ervaren een tik op de billen als iets invasiefs, anderen zien het als een compliment. Er zijn mensen geweest die aan mij vroegen: telt wat mij is overkomen als aanranding? Een oudere mevrouw had in de oorlog een bevrijder achterop haar fiets. Hij stak zijn hand in haar onderbroek. Ze denkt er nog vaak aan, maar ze wist niet zeker of het aanranding was. Ik denk dat er veel meer slachtoffers dan daders zijn. Omdat mensen zich vaak pas achteraf realiseren dat iets seksueel geweld was en de ‘dader’ dan vaak niet eens weet dat het slachtoffer dat zo ervaren heeft.”

Oppassen in het nachtleven

Dwight Kamp (32) is eigenaar van DKS Services, en zorgt voor de beveiliging van uitgaanslocaties in Amsterdam.

„Als ik zie dat een meisje een tik op haar bil krijgt – en dat gebeurt regelmatig – dan is het voor die man einde oefening. Hop, direct naar buiten. Ik beveilig met mijn bedrijf zo’n tien locaties per avond in het Amsterdamse nachtleven en al mijn mensen zijn daarop getraind. Ik doe dit al vijftien jaar, en ik heb niet het gevoel dat seksuele intimidatie vaker voorkomt dan vroeger. Of er nog vaak gedacht wordt dat het de schuld van het meisje is? Kijk, natuurlijk moet een meisje, of een jongen, alles aan kunnen trekken zonder problemen. Maar als zo’n meisje naar binnen komt in een rokje dat 20 centimeter boven haar knieën begint en een push-up bh waar haar borsten uitpuilen dan denk ik wel: ja, meisje, jij gaat de hele avond aangesproken worden. Soms leuk, maar soms ook vervelend. Daar doet ze het vast ook om, maar je moet wel oppassen. Ik heb wel eens een vrouw voor me gehad, die ging gekleed in een stocking. Als jij alleen een stocking aan hebt, zonder ondergoed, dan kun je ervan uitgaan dat het reacties gaat uitlokken, helemaal in het nachtleven, waar mensen dronken en ongeremd zijn. Vervelend, maar waar.”

Opletten ’s nachts

Anne Kodde (23) is praeses van de Utrechtse studentenvereniging UVSV.

„Ik vind zeker dat we de tijd van ‘kort rokje, eigen schuld’ voorbij zijn. Het argument dat je erom gevraagd zou hebben gaat nóóit op, en ik geloof niet dat we nog zo denken. Niet in de studentenwereld, in elk geval. Wij zijn een vereniging met alleen maar meisjes, dus we letten op risico’s. We hebben het erover met onze eerstejaars. Dat ze niet alleen naar huis moeten fietsen, opletten ’s nachts – maar dat gaat meer om zogenaamde ‘beroepsaanranders’ dan omgang met andere studenten. Dat gaat hier heel goed. Het zal vast weleens gebeuren, hoor, dat een meisje met een jongen heeft gezoend, dat hij verder gaat, zij niet wil en het toch uitloopt op seksueel geweld – maar eigenlijk horen wij daar maar zelden van. Dat lijkt me goed nieuws.”

Maryam El-Rahmouni, emancipatietrainer Geen vrijbrief

Maryam El-Rahmouni (29) traint docenten om taboes bespreekbaar te maken in de klas. „Laatst liep er vlak voor mij een vrouw in een kort rokje een trap op. Twee mannen die beneden stonden reageerden: ‘Je kon álles zien!’ zeiden ze lachend. In mijn omgeving hoor ik het vaker: als je sexy gekleed bent en aandacht krijgt, moet je niet piepen. Dat vind ik onzin. Onder mijn rokje kijken gaat niet lukken, ik kleed me vrij bedekt. Iemand op GeenStijl noemde mijn hoofddoek ‘antiverkrachtingsdoek’. Helaas blijft de manier waarop iemand zich kleed nog altijd een vrijbrief voor lelijke opmerkingen, maar dat mag het vind ik nooit zijn.”

Rajae El Mouhandiz, muzikant

Voed jongens op Rajae El Mouhandiz (36) is zangeres. Ze is van Algerijnse en Marokkaanse komaf. „Ik ben van mening: je moet niet vrouwen leren om zich qua kleding aan te passen. Nee! Jongens moeten beter opgevoed worden en geleerd worden – door hun moeders, hun vaders – en leren dat kleding geen uitnodiging is. Maar het is naïef om te denken dat iedereen in Nederland al zover is. „Ikzelf heb geen moeite met het aangeven van mijn grenzen. Dat komt, denk ik, door mijn opvoeding. Mijn moeder was een sterke vrouw, ze voedde in haar eentje vijf kinderen op. Bij ons thuis was er geen taboe hierover: zij leerde ons hoe je grenzen moet aangeven. Dat dat in Nederland in 2016 nog nodig is, is veelzeggend. Voor mensen die minder sterk in hun schoenen staan is dat een stuk moeilijker.”