Inkomens in cultuursector fors lager

Volgens de Sociaal Economische Raad is de arbeidsmarkt in de cultuur door bezuinigingen en crisis bovengemiddeld verslechterd.

De arbeidsmarktpositie van mensen in de culturele sector is de afgelopen jaren door de economische crisis en door de forse overheidsbezuinigingen ernstig verslechterd. Dat blijkt uit een Verkenning die de Sociaal Economische Raad (SER) en de Raad voor Cultuur samen hebben gemaakt op verzoek van minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA).

Tussen 2009 en 2013 is het aantal banen in de cultuursector met 20.000 afgenomen. Het aantal banen is met 12,3 procent veel harder gedaald dan in de rest van de economie (2,5 procent).

Tegelijkertijd is het aantal zelfstandigen in de cultuursector, dat traditioneel toch al hoog is, tussen 2009 en 2013 met 20,4 procent veel sneller gestegen dan de 9,6 procent toename in de economie als geheel. Het aandeel zelfstandigen in de cultuursector is nu 42 procent, in de economie als geheel is dat 16 procent.

Bijvoorbeeld veel muziekleraren zijn door sluitingen van muziekscholen gedwongen tot een zelfstandig bestaan. Van de beeldend kunstenaars is 90 procent , van de acteurs 60 procent zelfstandige. Voor mensen die vanuit een vaste baan in het zzp-bestaan zijn gedwongen heeft dat tot inkomensverliezen tot 40 procent opgeleverd.

De helft van de mensen met een creatief beroep heeft een jaarinkomen dat lager ligt dan 30.000 euro (bij vergelijkbare beroepen is dat 20 procent). Het inkomen van de partner is nodig om een gemiddeld huishoudinkomen te hebben, stelt de Verkenning. De lage inkomens staan bovendien ook nog onder druk.

Tegen inkomensverlies door ziekte of arbeidsongeschiktheid zijn veel van deze zelfstandigen niet verzekerd, omdat het te duur is. Pensioenopbouw krijgt weinig prioriteit.

Door de nieuwe Wet Werk en Zekerheid zijn culturele instellingen minder geneigd om een contract aan te bieden, omdat hun eigen financiële situatie onzeker is. Ze kunnen het zich niet meer permitteren, constateren SER en de Raad voor Cultuur. Als de zelfstandigenaftrek zou wegvallen, wat nu nog in het kabinet wordt bediscussieerd, vrezen zzp’ers te moeten stoppen.

Het aantal vrijwilligers neemt sterk toe. Deels zijn dat nieuwe werkzaamheden, maar er zijn ook aanwijzingen dat vaste arbeidskrachten worden verdrongen. Daarnaast wordt meer gebruik gemaakt van stages en werkervaringsplaatsen.