‘Incidenten asielzoekers apart melden stigmatiseert’

Burgemeester van Katwijk

Zijn dorp heeft al jaren een azc met 600 mensen, nu zelfs 1.200. „Ik zeg bij een verdachte nooit wat diens achtergrond is.”

Jongen op skelter in het asielzoekerscentrum in het Noord-Hollandse Crailo.

A4’tjes vol met cijfertabellen liggen op het bureau van Jos Wienen (CDA), burgemeester van Katwijk. Wienen wilde het zeker weten, na Keulen. Vonden hier de afgelopen jaren ook zedendelicten plaats?

Katwijk heeft al jaren een asielzoekerscentrum (azc). Er wonen zeshonderd mensen, veelal gezinnen. In januari vorig jaar kwamen daar nog eens 600 asielzoekers bij, vooral jonge mannen uit Syrië en Eritrea.

Conclusie van de politie: nul zedendelicten. In 2013 niet, in 2014 niet, in 2015 niet. Wel hebben er andere incidenten plaatsgevonden waarbij asielzoekers een rol speelden. Neem vorig jaar. Zes keer overlast door een verward persoon. Zeven keer een ‘ruzie/twist zonder gevolgen’. Eén keer ‘mishandeling’. Opgeteld komt de politie op 35 noemenswaardige incidenten in 2015, op 1.200 asielzoekers.

Elk incident is één te veel, zegt Wienen. Maar kijk eens – hij pakt er een andere tabel bij - naar de cijfers voor heel Katwijk. „Bijna 2.100 misdrijven op een bevolking van 62.500.” Per persoon zijn dat zelfs iets méér misdrijven dan per persoon in het azc. „En vergelijk je Katwijk met gemeenten in de regio, of het nu Leiden is, Gouda of Lisse, dan zijn de misdaadcijfers daar hoger. Terwijl wij een azc hebben en zij niet.”

Toch heeft u het lijstje met Katwijker incidenten niet gepubliceerd. Waarom niet?

„Ik heb op basis van de lijst gezegd dat er geen zedendelicten zijn. Als reactie op Keulen. De reden waarom ik niet het hele lijstje publiceer is omdat ik denk: jongens, wij gaan toch ook niet van een willekeurige straat zeggen wat voor incidenten daar plaatsvinden? Dat is stigmatiserend.”

Waarom dan die lijst?

„Omdat je wordt ingehaald door de praktijk. Er is zoveel desinformatie over het gevaar dat asielopvang met zich zou meebrengen. Als ik iedere keer reageer met de opmerking ‘joh, er is hier helemaal niets aan de hand’ maar ik heb geen cijfers om dat te staven, dan zijn er nogal wat mensen die zeggen: ‘jajaja, we weten allemaal hoe het echt zit.”

U kunt ook zeggen: dan publiceer ik deze lijst, dan laat ik het zien.

„Je kunt dit lijstje lezen en terecht concluderen: een azc zorgt niet voor meer misdaad. Maar je kunt het ook anders lezen.” Wienen pakt het lijstje erbij en zegt, met een lichtelijk plat accent: ‘Joh, moet je hier eens zien, overlast, mishandeling, huiselijke twisten. Ik verzin dit niet, dit zijn officiële cijfers van de gemeente !’”

Amsterdam gaat elke maand rapporteren over de delicten waar asielzoekers bij betrokken zijn. Verstandig?

„In Katwijk zie ik daar geen aanleiding voor, maar voor Amsterdam begrijp ik het. Daar waren in het afgelopen half jaar twee zedendelicten. Ik snap dat dat wat meer onrust oproept, en dat de politiek er daardoor bovenop wil zitten. Los van Amsterdam: ik denk dat het verstandig is om meer informatie te geven over incidenten en asielzoekers. Plan is ook om landelijk met cijfers te gaan komen (Wienen is ook voorzitter van de asielcommissie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red). Daar praten we nu onder meer met de politie en het COA over: wat brengen we naar buiten, en hoe?”

Hoe moet die informatie naar buiten? Vindt u dat het expliciet benoemd moet worden, als een verdachte een asielzoeker is?

„Dat lijkt me niet verstandig. Ik zeg bij incidenten nooit wat de achtergrond van de verdachte is. Dat wél doen omdat iemand asielzoeker is, is stigmatiserend. Dan roep je op wat ik niet wil, namelijk verkeerde beeldvorming. Want dan komt elk incident met een asielzoeker in de krant, hoe weinig van dat soort incidenten er in verhouding ook zijn. Belangrijk is dat de feiten voorop komen te staan, en niet de verhalen en geruchten over hoe erg het allemaal is. Dan komt er een moment dat je als overheid op basis van heldere cijfers moet zeggen: dat klopt niet, dit is wat er echt aan de hand is.”