Column

In welke uithoek begint de implosie?

In Joseph Roths boek Radetzkymarsch bespreken twee onderdanen van het Habsburgse keizerrijk de actualiteit. Vraagt de een: „In welke uithoek van de Rijk denk jij dat de implosie begint?” Het is fictie. Het speelt honderd jaar geleden. Maar je kunt het moeilijk lezen zonder de link te leggen met het doemdenken over de Europese Unie. Afgelopen jaren dachten sommigen al dat de banken, en later Griekenland, Europa de afgrond in zouden trekken. Nu, in de vluchtelingencrisis, wordt de stemming bijna apocalyptisch.

Robert Kaplan schrijft in The Wall Street Journal dat Europa teruggaat naar een versplinterde „middeleeuwse landkaart”. In Brussel speculeren sommigen over een ‘romp-Europa’ dat overblijft als de rest afhaakt. De vaste opmerking dat „Europa altijd vooruit gaat door crises” klinkt steeds fletser. Nationalisme floreert, iedereen scheldt op iedereen. Op een nieuwjaarsreceptie zei iemand: „Klinken we op het laatste jaar?”

Het heeft iets van de sfeer bij Roth. Een waas van ondergang hangt over Europa. In welke uithoek, vragen steeds meer Europeanen zich af, zal de implosie beginnen?

Er zijn overeenkomsten tussen de EU en de laatste decennia van het Keizerrijk. Ook het Rijk was een complexe multinationale constructie die, door grenzen neer te halen en geld rond te pompen, stabiliteit en welvaart wilde brengen. Ze hadden een interne markt. Elk volk had zijn eigen arrangement met Wenen. De Habsburgse bureaucratie was goed ontwikkeld, evenals die in de EU.

Ook de Habsburgers breidden hun rijk liefst uit door overtuiging of uithuwelijking. Ze verfoeiden wapengekletter. Kleine volkeren voelden zich veilig in het Rijk: het gaf ze bescherming en gelijke rechten. Otto van Habsburg, de zoon van de laatste keizer (Karel), zat in het Europees Parlement en was tot zijn dood in 2011 overtuigd Europeaan.

Anders dan de EU was het Habsburgse Rijk een staat, met een leger. Het hield, in diverse gedaantes, zo’n vijfhonderd jaar stand. De laatste decennia was het totaal in zichzelf gekeerd. Lees de romans van de Hongaarse politicus-schrijver Miklós Bánffy, Stefan Zweigs autobiografie, Musils Der Mann ohne Eigenschaften: de bestaande orde draaide vierkant. Iedereen voelde dat er een nieuw systeem moest komen, maar de heersende elite was niet bij machte om de transformatie uit te denken of uit te voeren.

Die stagnatie leidde tot cynisme en huichelarij. Niets was wat het leek; daar hebben Oostenrijkers hun voorliefde voor theater, bals en politieke maskerade aan over gehouden. Bovenal heerste onzekerheid, over alles. Toen keizer Frans Jozef het leger eens moest inzetten, bromde hij tegen een generaal: „Deze zullen we ook wel weer verliezen.” Precies zo praten Europese functionarissen vaak over hún projecten: „Dit zal ook wel weer niet werken.”

De constante roep van lidstaten om een betere ‘deal’ met Brussel en om wijzigingen in het Europese verdrag lijkt op het gemier in de Hofburg honderd jaar geleden. De Hongaren vroegen en kregen meer rechten. Vervolgens eisten de Tsjechen onderwijs in eigen taal. Daarna begonnen de Kroaten, over weer iets anders. Elke aanpassing leidde tot nieuwe ontevredenheid en meer gesleutel. De Eerste Wereldoorlog, die weinigen verwachtten en niemand wilde, betekende de doodsklap.

Twee jaar geleden hield de Weense denktank IWM een seminar over de ineenstorting van grote multinationale staten. Conclusie: ze bezwijken in het centrum, niet in de periferie, en vaak op onverwachte momenten. Is de vluchtelingencrisis zo’n moment? Het centrum, is dat Duitsland? Niemand weet het. Alle reden om het hoofd koel te houden.