Gewone beweging is het ware oerdieet

Lang geleden, tien à twintig jaar geleden, sloegen concepten als microbeweging en obesogene leefomgeving als een bom in bij de NRC Wetenschapsredactie. Er was toen een kwestie of het Voedingscentrum niet minder calorieën moest gaan aanbevelen, omdat de gemiddelde Nederlander zo weinig bewoog dat hij zelfs ‘normale’ porties calorieën niet meer kon verbranden.

Het was ook de tijd dat onderzoekers proefpersonen volhingen met bewegingsmeters en daarna verbluft meldden dat dikke mensen twéé uur per dag langer bleken stil te zitten dan slanke mensen. In de strijd tegen dikte bleken de ooit dagelijkse bewegingen als traplopen, afwassen, was opvouwen, een vrolijk huppeltje maken, boodschappen doen en de hond uitlaten eigenlijk veel belangrijker dan de veel geprezen uitputtende sportbeoefening.

Maar kijk om u heen: in welk openbaar gebouw is de trap nu uitnodigender dan de lift? Waar wordt roltrapgebruik ontmoedigd? Wie loopt nog naar de tv om hem harder te zetten? Wie draait nog onelektrisch zijn autoraampje open? Sinds deze bewustwording mijdt onze redactie de lift als de pest. Want ziekmakend.

Het belang van de gewone beweging is sindsdien alleen maar groter geworden, zoals blijkt uit het mooie verhaal over voeding en spieren van Sander Voormolen verderop in deze bijlage. Het is een stuk met spannende nieuwe inzichten over de samenhang tussen voeding en beweging. En het blinkt ook uit in krachtige oneliners van spieronderzoeker Luc van Loon. Geef nooit iemand te eten die in bed ligt. Bewegen is essentieel voor iemand die ziek is. En eiwitten worden zo snel omgezet in spierweefsel dat een mens letterlijk is wat hij zojuist gegeten heeft.

Dit zijn belangrijke zaken in een land waarin de meeste deuren in openbare gebouwen vanzelf open gaan, overal roltrappen draaien, nieuwe woonwijken worden ingericht op autoverkeer en de groenten en de kaas al voorgesneden gekocht worden. Wie maalt hier nog zijn eigen koffie?

Vergelijk dat eens met ons verre voorouders. Die deden álles te voet. Aan die bewegingswereld is ons lichaam biologisch aangepast. Dat zijn we vergeten.