Eén toon wordt krachtiger met stilte

De binnenhuisarchitecten van i29 grossieren in prijswinnende interieurs. Deel 7 in een serie gesprekken met spraakmakende ontwerpers.

Jeroen Dellensen (links) en Jaspar Jansen

Hoe doe je dat, een succesvol interieurbureau opzetten? Jeroen Dellensen: „Twaalf jaar geleden zijn we heel klein begonnen. Het eerste project was een tafeltje voor mijn moeder.”

Jaspar Jansen: „Vrienden en kennissen gunden ons kleine projecten. In het begin deden we alles zelf: ontwerpen, bouwen, fotograferen – we werkten heel hard, verdienden heel weinig en liepen tegen grenzen aan. Is ons bureau wel levensvatbaar, vroegen we ons af.”

Jeroen: „Keerpunt was de eerste grote klus: het interieur van het Calandlyceum in Amsterdam-Osdorp, in 2004. Daarmee wonnen we meteen de Nederlandse Designprijs. Dat gaf ons het vertrouwen dat we grote projecten aankonden. En die prijs gaf nieuwe klanten het gevoel dat ze bij ons aan het goede adres waren.”

Jaspar: „Ik zie ons nog met die aannemer van het lyceum aan tafel zitten. Een gespannen situatie. De binnenhuisarchitect van zijn voorkeur was gepasseerd ten faveure van ons en hij vroeg zich nog net niet hardop af wie die twee jongetjes bij hem aan tafel waren. Maar die opdracht eindigde mooi. En grappig: de aannemer van de school plaatste de foto’s van ons interieur op zijn eigen website, zo blij was hij met ons werk.”

Hoe verdelen jullie de taken?

Jaspar: „We zijn niet zo efficiënt. We werken overal samen aan en nemen voor elke opdracht ruim de tijd.”

Jeroen: „Het is een samenspel: we dagen elkaar uit en kaatsen ideeën heen en weer. Vaak is onduidelijk wie de aanzet tot iets gaf. Natuurlijk zijn we het ook weleens oneens. Dan gaat het erom wie het meest overtuigend vasthoudt aan zijn eigen idee.”

Jaspar met een lach: „We hebben veel vertrouwen in elkaar.”

Waaraan herken je een goed uitgangspunt?

Jaspar: „Aan de eenvoud. En dat alles op zijn plek valt. Neem ons interieur voor de pop-up store van het tijdschrift Frame. Die winkel kwam in Felix Meritis in Amsterdam, een monumentale, achttiende-eeuwse ruimte die al heel sfeervol van zichzelf was. Daar hebben we meubels voor ontworpen die we met spiegelglas beplakten. Die meubels losten op in die schitterende ruimte en tegelijkertijd versterkten ze haar, maakten ze alles haarscherp. Dat is waar we naar streven: een groot gebaar met een extra dimensie.”

Vat jullie ontwerpstijl eens in een paar zinnen samen.

Jeroen: „Met weinig middelen proberen we een maximale beleving te creëren. En dat het liefst met eenvoudige materialen.”

Jaspar, lachend: „Zeg dat nou niet. Ik zou best eens met gouden kranen willen werken.”

Jeroen: „Beperkingen in budget, ruimte of materialen halen het beste in ons naar boven.”

Jaspar: „We houden ook van radicale oplossingen. We hebben eens een interieur voor een reclamebureau gemaakt met meubilair van Marktplaats. Die oude meubels hebben we van een donkergrijze, rubberachtige coating voorzien waardoor ze opeens één familie werden. Die keuze sloot ook aan bij de identiteit van dat bedrijf – een creatief bureau dat wel van een grap houdt. Praktisch was het ook: extra meubels kunnen zo uit kringloopwinkels worden gehaald. Met die grijze coating eroverheen past elke stoel of tafel naadloos bij de rest.

„Helderheid in een interieur bereik je door strenge keuzes te maken. Eén toon wordt krachtiger met stilte, niet met ruis eromheen.”

Jeroen: „Het is ook belangrijk dat een interieur prikkelt en dat je als bezoeker niet helemaal begrijp hoe het zit.”

Jaspar: „Een klant in Parijs vroeg ons in zijn appartement een keuken te maken in een kleine kamer met oude lambriseringen. Wat moeten we hier nou, vroegen we ons af. Een gedecoreerde keuken die aansloot bij die stijlkamer? We hebben een metalen, bijna transparant kookeiland gemaakt dat perfect in die ruimte past en tegelijk niet meedoet. Vrienden van de opdrachtgever die kwamen kijken naar de nieuwe keuken vroegen waar ze was. Ja, de spoelbak is maar een paar centimeter diep, daar moet je eerst een teiltje inzetten.”

Jeroen: „Onlangs kregen we nog een mailtje uit Parijs. In die keuken worden kookworkshops gegeven met twintig deelnemers. Ze functioneert perfect.”

Jullie hebben beiden de meubelvakschool doorlopen. Hebben jullie baat bij die praktijkkennis?

Jaspar: „Aan die opleiding ontlenen we het vertrouwen dat dingen technisch haalbaar zijn, zeker als we de grenzen opzoeken van wat mogelijk is.”

Jeroen: „Aannemers en interieurbouwers zijn snel geneigd te zeggen dat iets niet kan. Als je een weerwoord hebt, kan er vaak meer.”

Hoe ziet het er bij jullie thuis uit?

Jaspar: „Er wordt weleens gezegd dat bij de meubelmaker thuis de deuren kraken. Dat geldt voor ons ook: we zijn druk, we hebben weinig tijd voor ons eigen interieur.”

Welke fout maken interieurarchitecten vaak?

Jeroen: „Ze kiezen te veel meubels uit catalogi en ze ontwerpen te weinig zelf.”

Jaspar: „Tussen productontwerpen en architectuur bestaat een groot verschil. Een ontwerper probeert een stoel te maken die in allerlei omgevingen functioneert. Architectuur gaat over ruimtes maken, dat is heel specifiek. Daar horen vaak op maat gemaakte meubels bij.”

Jeroen: „Ook belangrijk: we ontwerpen niet voor een museum, maar voor mensen. Het gaat om ruimtes die gebruikt worden.”

Wie is de ideale opdrachtgever?

Jeroen: „Iemand met een eigen mening die zijn hart volgt en durft te kiezen. Geen mening kan alles betekenen – zo’n opdrachtgever bezorgt je het gevoel dat het niet uitmaakt wat je doet, dat het allemaal onbelangrijk is.”

Wat staat er nog op het verlanglijstje om te ontwerpen?

Jaspar: „Een groot hotel met een wellnessruimte. We hebben zó veel interieurs voor kleine woningen ontworpen waarop we op de vierkante centimeter moesten werken.”

Jeroen: „Met slimme oplossingen kun je in een hotel voor een maximale beleving zorgen en een krachtige uitspraak doen.”