Domheid bepaalt de mens

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Ze was een Nederlandse Amy Winehouse: de sprankelende, woest getalenteerde prima ballerina Olga de Haas (1945-1978). Als Amsterdams meisje volgde ze balletlessen bij de legendarische Sonia Gaskell, die haar nog voor haar twintigste tot eerste soliste van het Nationale Ballet liet uitgroeien. Maar haar schitterende carrière was van korte duur. Olga de Haas ging ten onder aan eet-, drank- en drugsproblemen en stierf op 33-jarige leeftijd aan levercirrose. Haar dramatische leven is invoelend en spannend beschreven door Opzij-journaliste Femke van Wiggen (1978) in de biografie Olga [1].

Als leerling van de Nationale Balletacademie ervoer Van Wiggen als elfjarige aan den lijve hoe ballerina’s in de dop worden gedwongen om op gewicht of liever gezegd onder gewicht te blijven. Toch, zo blijkt uit dit goed gedocumenteerde boek, was anorexia niet de enige oorzaak van Olga’s ondergang. Wat haar opbrak was eenzaamheid die niet gecompenseerd werd door haar al te ambitieuze vader, verkeerde minnaars en grootscheepse media-aandacht.

Dankzij archiefonderzoek en gesprekken met talrijke collega’s, vrienden en familie van de ooit zo gevierde soliste krijgen we een genuanceerd beeld van de hele Olga en haar scene.

Gek genoeg lijkt de tijd waarin Olga de Haas haar ondergang tegemoet danste veel dichter bij de onze te staan dan de periode die historica Eva Vriend (1973) beschrijft in De helpende hand [2]. Haar moeder kreeg in 1978 kanker en werd in het huishouden vervangen door wat toen een ‘gezinsverzorgster’ heette. Eva’s vader was de enige kostwinner van een traditioneel boerengezin. Aan de hand van haar eigen ervaringen met gezinsverzorgsters en de geschiedenis van haar moeder die voor ze trouwde datzelfde beroep uitoefende, vertelt Eva Vriend de geschiedenis van de gezinszorg sinds de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal waarin persoonlijke en algemene geschiedenis prachtig samengaan, geeft weinig reden tot heimwee naar tijden dat het gezin de hoeksteen van de samenleving vormde, maar laat ook zien dat de uitgeklede ‘thuiszorg’ van nu geen goed alternatief is.

De ‘wetenschappelijke’ geschiedschrijving is maar een deel van het verhaal over het verleden. Overleveringen, bouwwerken, romans, speelfilms en in toenemende mate computergames en ‘re-enactments’ zijn niet-academische verbeeldingen van datzelfde verleden. Deze genres vormen op hun beurt een studieobject van cultuurhistorici als emeritus hoogleraar Peter Rietbergen. Hij behandelt in Clio’s stiefzusters [3] de verhouding tussen de geschiedschrijving als wetenschap en allerlei populariserende verbeeldingen van het verleden. De stiefzusters van Clio, de muze van de geschiedschrijving, gaan verder waar de vakhistoricus ophoudt. Veel ‘verledenverbeeldingen voorbij de geschiedswetenschap’ – denk ook aan monumenten en herdenkingen – spelen een rol in de vorming van groepsidentiteiten. Propaganda en commercie blazen hun partij mee. Dramatische visuele presentaties van de geschiedenis komen tegemoet aan het verlangen naar sentimentalisering van het verleden. Rietbergen staat kritisch tegenover de tv-serie In Europa van Geert Mak en is een fan van Andere Tijden. Zoals het moeizame begrip ‘verledenverbeeldingen’ al doet vermoeden, is dit in academische stijl geschreven boek geen lichte kost.

Elk onderwerp leent zich voor geschiedschrijving. Zo ook de domheid, waar ‘domgeer’ Matthijs van Boxsel zijn levenswerk van maakt. Hij onderscheidt drie periodes: de klassieke domheid (‘Heer, zij weten niet wat zij doen’), de moderne domheid (‘Heer, zij weten niet wat zij doen, en dat is maar goed ook...’) en de postmoderne domheid: ‘Heer, zij weten wat ze doen en doen het toch.’ De draagbare encyclopedie van de domheid [4] is een bloemlezing uit de vele werken over domheid die Van Boxsel sinds 1986 publiceert, culminerend in de driedelige Encyclopedie van de domheid. Domheid definieert de mens, betoogt Van Boxsel met talloze anekdotes, boutades en citaten. Domheid is de grondslag van de beschaving. Terecht wordt jaarlijks de Darwin Award toegekend aan mensen die een onschatbare bijdrage leveren aan de evolutie door op buitengewoon stompzinnige wijze hun zwakke genen uit het reproductieproces te verwijderen. Van Boxsels favoriete winnaar is de astroloog die de datum van zijn eigen dood had gewicheld, en op de betreffende dag zelfmoord pleegde. Duizelingwekkend is het aantal in deze compilatie beschreven ‘domdaden’. Naadloos gaan eruditie en ironie in elkaar over.