Die ‘gouden’ schaatsen, dat kon echt niet meer

Michel Mulder

De terugval als olympisch kampioen voelde slecht. Is de bodem van zijn inzinking al bereikt? „Ik sta achteraan, net als vijf jaar geleden.”

Sprinter Michel Mulder bespeurt langzaam maar zeker verbeteringen. „Ik word weer egoïstischer.” Foto David van Dam

Nee, opnieuw had Michel Mulder geen trek in interviews, na twee teleurstellende races op de eerste dag van het NK sprint. Net als bij de NK afstanden eind december sprong hij vrijdag boos de trappen op in de catacomben, om Thialf zo snel mogelijk te verlaten. De altijd zo aimabele sprintkampioen van Sotsji zwijgt. „Leuk en aardig om mezelf weer naar beneden te praten in interviews maar dat gaat mij niet helpen”, gaf hij eerder deze week al aan. Geen commentaar? „Ik was er helemaal klaar mee.”

En toch. In de aanloop naar het NK sprint had hij juist een paar dagen eindelijk weer lekker geslapen. Vorige week reed de oudste van de tweeling Mulder in de anonimiteit van een bijna leeg Thialf een snelle 1.09,82 bij een trainingswedstrijdje over duizend meter. „Ik juichte. Eindelijk weer een keer met gebalde vuisten, dat was voor mijn gevoel al zo lang geleden. Ik weet wel dat ik heel mooie dingen heb meegemaakt. Maar ik heb in een trainingswedstrijd niet vaak harder gereden. Dit had ik zo nodig. Het zit er nog, dat is wat ik nu weet.”

Hoe het NK sprint vrijdag en zaterdag ook zou verlopen, niets zou hem nog echt uit zijn evenwicht brengen, gaf Mulder in de aanloop naar het toernooi aan. „Ik ben zoekende”, beseft hij. En die vijf magische cijfertjes van vorige week vertellen dat hij ondanks alle tegenvallers op de goede weg is. „Ja, achter die 1.09,82 zit een heel verhaal.”

Peilloos diep leek het dal nog geen maand geleden. Van olympisch kampioen op de 500 meter plotseling gedegradeerd tot een figurant in de B-groep bij de wereldbeker. Vlak na Kerst kansloos achtste op ‘zijn’ 500 meter bij de NK afstanden, niet eens in de buurt van kwalificatie voor de WK afstanden. En dat terwijl uitgerekend na dit seizoen zijn lucratieve contract bij de ploeg van Beslist.nl afloopt.

„Laat maar zitten”, dacht hij na de mislukte NK afstanden over de rest van het seizoen. „Daarom startte ik ook niet meer op de duizend meter. Ik wist dat ik mezelf niet ging helpen door weer aan de start te gaan staan.”

Sinds hun successen in Sotsji gelden Michel (goud en brons) en Ronald (brons) bij de fans als de meest sympathieke schaatsers, becijferde onderzoeksbureau Repucom afgelopen week nog. Tweeling uit een groot gereformeerd gezin, samen naar de top. Record voor de een, titel voor de ander. Schaatsen of skeelers, dat maakte niet uit. Maar dan die vertwijfelde uitroep, na zijn afgang bij de wereldbeker in december. ‘Hoe heb ik hier ooit 34,31 kunnen rijden?’, vroeg Michel Mulder zich hardop af. „Het was een soort wanhoop, zo van: waar moet ik het zoeken? Ik ben altijd eerlijk, bij mijn eerste wereldtitel heb ik ook gewoon gezegd dat het niet te doen was met al die zenuwen. Dat meen ik dan. Nu ook. Ik had toen in Thialf echt even geen idee meer hoe ik het ooit gedaan heb.”

Modus van de goede jaren

Zijn wanhoopsgevoel was het begin van een intensieve zoektocht, stelt Mulder (29) aan de vooravond van de NK sprint, vrijdag en zaterdag in Heerenveen. „Ik was down na de wereldbeker, toen heb ik ook de zwaarste klap gehad. Vooraf dacht ik: een grote wedstrijd, ik ga ervoor en het komt wel goed. Je denkt nog in de modus van de goede jaren. Dat was echt confronterend. Dat je ziet: het gaat niet goed en het komt ook niet zomaar goed.”

Misschien sloop het verval er vorig jaar al in, denkt hij achteraf. „Ik snap nog niet hoe ik toen nog zulke goede resultaten haalde. Begin januari werd ik in Collalbo in de training gelost door de jongens op een 600 meter. Ik dacht: wat is dit, ik ben het helemaal kwijt. Maar dan deden we een wedstrijd en was het er ineens weer. Zilver bij de WK afstanden, met tijden van 34,7 en 34,8. Top. Mooi dat het me toen nog is gelukt. Maar het was al anders dan in het jaar van de Spelen. Ik was al ietsje minder. Waar dat in zit, weet ik niet.”

Geen quiz of spelletje op televisie zonder de goedlachse broers Mulder, in het na-olympische jaar. „Natuurlijk was het in het begin te druk om me heen. Misschien is dat een reden dat het vorig jaar ietsje minder was, heb ik wat te gek gedaan. Maar ik heb er ook van genoten. Ronald en ik hebben dat zelf gegenereerd, we merkten dat we na die olympische 500 meter interessant werden voor media en sponsoren. Maar afgelopen zomer heb ik juist minder gedaan buiten het schaatsen. Ik had echt weer de drive om hard te trainen. Het is te makkelijk om dit als de enige oorzaak te geven voor mindere prestaties.”

De luxe van een goed contract, na jaren van hard werken voor weinig geld? „Voor geld schaatsen is nooit mijn doel geweest, maar ik ga niet ontkennen dat het een leuke bijkomstigheid is. Dat contract geeft ook geen extra druk. Goed, ik heb een huis gekocht na de Olympische Spelen, dat speelt mee. Alleen: dat maakt mij niet tot een betere of mindere schaatser. Ik heb wel eens gedacht: had ik maar weer in een flatje gewoond, gewoon basic leven, zonder gedoe. Maar dat is het ook niet. Het is gewoon lekker om ergens thuis te komen waar je je goed voelt. Daar heb ik meer behoefte aan dan voor de Spelen, omdat er meer drukte is.”

Spotlights konden Mulder in crisistijd gestolen worden. „Als het goed gaat, is aandacht leuk. Ik weet nog dat ik in het olympisch jaar bij een trainingswedstrijdje dacht: een camera, top, ik voel me goed vandaag. Dan reed ik zomaar 34,9. Maar als het minder gaat, is het irritant. Afgelopen zaterdag zag ik in Thialf iemand met een camera staan. Ik dacht: wat doet die hier, het is maar een trainingswedstrijd.” Om zich na afloop te realiseren dat hij nu totaal anders reageerde dan twee jaar terug.

Motivatieproblemen? „Na Sotsji hoorde ik verhalen van anderen: ‘Ik moet er een jaartje tussenuit’. Wat een onzin, dacht ik dan. Maar toch sluipt het er wel een beetje in. Niet dat ik niet gemotiveerd was. Meer de vraag van: wat is het volgende doel? Ik begreep het toen zelf niet.”

Na de deceptie bij de wereldbeker was dit het eerste dat hij moest doen: het stellen van een nieuw doel. Het had geen zin om zich geforceerd te richten op de NK afstanden of sprint, besliste hij met coach Gerard van Velde. Dit seizoen is alleen nog een opbouw naar volgend jaar. „Dan wil ik er weer staan op de 500 meter bij de WK afstanden. En het liefst winnen.”

Ik word weer egoïstischer

Eerzucht kan het probleem niet zijn. „Ik heb altijd een enorme hekel gehad aan verliezen, daar komt uiteindelijk mijn motivatie voor het grootste deel vandaan. Ik voel dat ik het gewoon nog ontzettend leuk vind om heel goed te zijn. De enige weg is terugkomen in mijn eigen wereld, volledige focus hebben op de training. Ik merkte ook dat ik weer dingen loslaat, dat ik egoïstischer word. Je moet het gewoon onder ogen zien zoals het is.”

Wat Mulder zoekt, is alleen terug te vinden op het ijs. „Ik moet op nul beginnen en er het beste van maken. Als ik naar mijn eigen ploeg kijk, sta ik gewoon weer achteraan. Zoals ik vijf jaar geleden begon.”

Hij verving zijn ‘gouden’ schaatsen van Sotsji. „Het kon echt niet meer, ik moest een nieuwe start maken. Op nieuwe buizen, waarmee ik het kan doen tot en met de volgende Spelen.” En hij vertrok met de ploeg naar een trainingskamp in Collalbo. „Heerlijk rustig, niet steeds de confrontatie met ‘het gaat niet lekker’. Ik merk dat ik weer voor mezelf op het ijs sta. Ik wil dit graag, dit is mijn proces.”

Natuurlijk, de eerste dag van het NK sprint viel hem vrijdag vies tegen. Onder druk was hij toch weer vervallen in oude technische fouten. Maar zwart op wit staan die vijf cijfertjes uit de training: 1.09,82. En alle zekerheden van oude wereldtitels en olympische medailles. „Al heb ik nu soms het idee: ik berg ze liever even op zolder op. Maar het staat allemaal gewoon op mijn harde schijf. Dat ga ik echt wel weer terug vinden.”