De toekomst is sciencefiction

Stel je een metershogere zeespiegel voor. Wonen we dan hutjemutje in de bergen? Sciencefiction schrijven is een populaire methode om de toekomst te verkennen.

Illustratie Veronique de Jong

Stel, er komt een vliegende auto. Dat is nogal waarschijnlijk, want er staat er al een op zicht in de showroom van Munsterhuis Sportscars in Hengelo. Bedrijf PAL-V is met de verkoop van de eerste editie gestart. Hij kost nu nog 499.000 euro euro, maar over vijftien jaar is hij veel goedkoper, want zo is het tot nu toe met alle technologie gegaan. Hoe ziet de wereld eruit als vliegen normaal wordt? Daken worden parkeerplaatsen. Er komt een nieuwe categorie instructeurs want een rijbewijs is niet langer voldoende om aan het verkeer deel te nemen, daar hoort een vliegbrevet bij. Technische universiteiten en hogescholen moeten gaan opleiden voor een nieuwe richting in de transportindustrie. We staan niet meer in de rij bij de drive thru van McDonald’s, maar de fly thru. Nee, wacht, die McDonald’s zetten we niet in het verhaal. Liever iets gezonders onderweg. Een gezonde-broodjesservice in het luchtruim.

„Goedemorgen, u mag het zeggen.” „Mag ik van u een volkoren puntje met gegrilde groenten, en mag ik daarbij een…” Uh, stel dat het hele handeltje uit mijn handen valt als ik hem van de cassière aanpak, vallen er dan gewonden? En hoe betaal ik? Hang ik uit mijn raam? Therapieën tegen hoogtevrees worden vast populair in de toekomst.

Deze manier van fantaseren heet sciencefictiondenken; het neemt een paar wetenschappelijke ‘zekerheden’ als uitgangspunt, en verzint daaromheen een verhaal. Het is voor bedrijven een populair wordende methode om de toekomst te verkennen. Google verkent op deze manier prototypes. Het creative lab, onder leiding van Robert Wong, schrijft fictieve scenario’s naar aanleiding van technische ontwerpen die in hun beginstadium zijn, verfilmt die, brengt zo in kaart wat de behoeften zullen zijn van toekomstige gebruikers, en gaat met die informatie weer terug naar de technici. Voor de ontwikkeling van Google Glass deden ze of de slimme bril al klaar was. Ze schreven een scenario over de lotgevallen van een doorsnee burger die zo’n bril een dag op had. Waar gebruikte hij hem voor? Wat had hij nog nodig? Die film lieten ze aan de ingenieurs zien, die vervolgens hun ontwerp aanpasten. Zo geven ideeën en fantasieën de toekomst vorm.

Siemens en Intel gebruiken dezelfde strategie om de mogelijkheden voor mobiliteit en robotica te verkennen, dat heet „sciencefiction prototyping”. De vader van dit genre, sciencefictionauteur Brian David Johnson, is als futurist verbonden aan Intel. Een van zijn sciencefictionprojecten is 21st century robot, een open source project met een gelijknamige website waarbij iedereen wordt uitgenodigd mee te fantaseren over de toekomst van kunstmatige intelligentie.

Middelbare scholieren

Scienfictiondenken hoeft niet alleen maar over technologie te gaan. Er is ook een zachte variant die toekomstige maatschappijen verbeeldt. Andrea Wiegman is historicus en ‘foresight expert’ (ander woord voor ‘toekomstdenker’) en organiseert sinds 2012 samen met collega’s uit Los Angeles en New York workshops sciencefiction schrijven. Ze doet dit met name voor het bedrijfsleven, maar ook met leerlingen van middelbare scholen. „Het is hún toekomst die we nu bouwen.”

Die workshops beginnen met het in kaart brengen van trends, noteren wat er al vaststaat en daaromheen tot in detail een toekomstige wereld verzinnen. „Een uitgangspunt kan zijn: wat betekent het als er water op Mars is gevonden?”, zegt ze. „Wat zijn dan de kansen en mogelijkheden? Probeer dat eens door te trekken naar de verre toekomst. Of stel dat de steden in verband met de stijgende zeespiegel naar het midden van continenten verschuiven, wat betekent dat voor de transportindustrie, voor huisvesting en voedselvoorziening?”

Ze wijst erop dat we in ons dagelijks leven heel veel dingen gebruiken die ooit in sciencefictionverhalen zijn bedacht. Zo was de communicator van Captain Kirk uit Star Trek voor een medewerker van Motorola aanleiding de eerste mobiele telefoon te ontwikkelen. E-boeken zagen we voor het eerst in A Space Odyssey (2001), drones in Minority Report (2002).

Jolie for President

Een voorbeeld van sciencefictiondenken is ook de fictieve campagne die Wiegman en een Amerikaanse collega zijn begonnen: Angelina Jolie for President in 2024 (#JOLIE24).

Wiegman denkt dat er tegen die tijd behoefte zal zijn aan een vrouw die ervaring heeft met publieke optredens, weet hoe ze met mensen van verschillende culturen moet omgaan, kennis heeft van de grote uitdagingen van deze tijd, verstand heeft van internationale betrekkingen, maar ook van opvoeden en gezondheid, en die partijloos is. „Het gaat niet per se om Jolie, het kan ook een andere vrouw of man zijn, maar door middel van zo’n fictieve campagne kunnen we die toekomstige wereld verkennen: hoe ziet die er uit, wat voor instituten hebben we tegen die tijd nodig, wat voor type leiders, wat voor bedrijven, hoe kleden we ons dan? Je kunt ver gaan met zo’n manier van speculeren. Je creëert een nieuwe context en stelt dan de vraag: wat zou er in die wereld nodig zijn? Op deze manier leer je op een andere manier naar de toekomst kijken. Je maakt de toekomst open. Je hebt zo’n visie nodig om te innoveren, anders blijft het schieten in het wilde weg. En vanuit die visie kun je direct aan de slag gaan.“

Persoonlijke toekomst

Scifidenken kan volgens Wiegman ook een manier zijn om je persoonlijke toekomst te verkennen. „Je neemt drie elementen die vaststaan, bijvoorbeeld drie dingen die je in de toekomst wilt doen. Vanuit die elementen ga je schetsen hoe jouw leven en werk er in 2025 uitzien”, zegt ze. „Daarmee zet je een stip aan de horizon en vanuit daar werk je terug naar vandaag. Dan is het niet erg om je nog een tijdje in ‘de oude wereld’ te bewegen, want je bent al op weg naar de nieuwe.” Het kost wel wat oefening om de verbeelding richting de toekomst te sturen. „Iedereen zit zó vast in wat we kennen”, zegt Wiegman. „Maar er zijn duizenden toekomsten mogelijk. Het voordeel van scifidenken boven andere methodes die de toekomst onderzoeken, is dat er nog iets te sturen valt. We rennen zo niet blind achter trends of trendwatchers aan. Hoe meer scenario’s we hebben, hoe ruimer de toekomst wordt. Zonder visie wordt de toekomst schraal. We hebben nu veel te weinig van die toekomstverhalen. We hebben meer en betere verhalen nodig.”