Belegger, kijk eens in de spiegel

Na een paar rampzalige weken op de beurs, is de vraag: moet ik iets doen?

Handelaren op de beurs van New York.

Beurzen kronkelen al dagen omlaag en dan weer wat omhoog. De eerste drie weken waren de slechtste start van het jaar ooit.

Wat moet u doen met uw beleggingen? Afwachten en de storm uitzweten, of is het al tijd om koopjes te jagen? Zes overwegingen om bij stil te staan. Voor spaarders, voor aarzelende aandeelhouders, voor bange beleggers en voor nieuwkomers én veteranen op de beurs.

1. Timing

Als u nooit heeft belegd is een koerval niet het beste moment om er maar eens mee te beginnen. Wanneer zoals nu de risico’s van beleggen opeens stijgen en de angst van bestaande partijen in de markt snel toeneemt, kunt u zich beter gedeisd houden. Markten én beleggers worden beheerst door angst en hebzucht. Beteugel de hebzucht.

U was tevreden met uw spaargeld, al deed u dat misschien knarsetandend omdat de rente richting een half procent zakt. En president Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) suggereerde donderdag dat de geldautoriteiten wel nieuwe maatregelen kunnen nemen om de economie te stimuleren. Dat kan beteken: de lage rente houdt aan. De aandelenmarkten sprongen meteen omhoog. Dat illustreert het zenuwslopende zigzagkarakter van de aandelenmarkten.

Wilt u toch beginnen, beleg dan met mate. Spreid aankopen over de tijd en neem een breed gespreid beleggingsfonds met mondiale of Europese bedrijven. En lees toch even verder voor de vragen die anderen bezighouden.

2. Schommelingen

Bent u al een belegger in aandelen, dan is de vraag of u de laatste drie weken geschrokken bent. Of misschien ligt u er wakker van. In dat laatste geval is het de vraag of u er goed aan doet te beleggen. Het ongemakkelijke feit van aandelenbeleggingen is dat zij op langere termijn wel een mooie opbrengst geven (met de kennis van nu), maar dat de rendementen van jaar tot jaar drastisch kunnen verschillen. Koersen gaan zelden in een rechte lijn omhoog, maar soms wel in een bijna rechte lijn omlaag. In 1987 was er een grote beurskrach, in 1989 een kleine, in 1994 was er een implosie op de obligatiemarkten, in 2001/2002 een internetaandelencrash en in 2008 een totale kredietcrisis.

3. Leergeld

Bent u geschrokken en blijft u zich de gevangene in een achtbaan voelen? Dan is de enige vraag: kunt u de verliezen hebben? Zo ja, beteugel dan uw angst en kijk de zaken even aan. Staat u voor een financieel debacle en heeft u het geld nodig, bijt dan door de zure appel heen. Leergeld. Niet fijn. Vermijd de komende tijd verjaardagen waar het over beurssuccessen gaat.

4. Beleggingsmix

Bent u niet geschrokken, maar wel een beetje nerveus? Dan is het een goed moment om naar uw complete financiële positie te kijken. Heeft u naast aandelen andere beleggingen (obligatiefonds, groenfonds) of een eigen woning? Uit de gegevens over vermogensbezitters komt steevast naar voren dat beleggingen geconcentreerd zijn bij mensen met hogere inkomens, die ook een eigen huis en een eigen bedrijf hebben. Ouderen beleggen meer dan jongeren. Het zou best kunnen dat u op andere beleggingen of een huis vermogenswinst heeft, bijvoorbeeld doordat de huizenprijzen in uw regio weer stijgen. En dat deze opbrengsten (deels) opwegen tegen de beursverliezen van de laatste weken.

5. Horizon

Bent u niet geschrokken, maar vraagt u zich af: wat nu? Dan zijn dit de momenten waarop een belegger in de spiegel moet kijken en zichzelf vragen: waarom beleg ik eigenlijk? Welke termijn heb ik voor ogen? Eén jaar? Vijf jaar? Wanneer heb ik het vermogen nodig dat nu is belegd?

Als u al langer belegt op de beurzen, dan is het best mogelijk dat u per saldo op winst staat. U kunt, zoals een beleggingsadviseur eens tegen mij zei, op zo’n moment gewoon laf zijn en de helft van uw winst veiligstellen door aandelen te verkopen. Dan houdt u uitzicht op herstel van de markten, want hé, een aandelenbelegger moet op langere termijn een optimist zijn.

6. Risico’s

Bent u inderdaad die beleggingsoptimist? Als u extra geld in aandelen steekt, weet u in elk geval dat u daarmee extra risico’s gaat lopen. Dan zijn drie vragen van belang. Staat tegenover dat extra risico ook extra rendement? Heeft u geld achter de hand, bijvoorbeeld spaargeld, dat u bij een verdere koersdaling kunt missen? Of heeft u dat geld niet en wilt u geld lenen?

Dat laatste moet ik u met klem ontraden. Te veel risico. Daar komt bij: zelfs de meeste professionele beleggers slagen er niet in op het goede moment in en uit de markt te stappen. Ken uzelf en wees niet bang voor nederigheid. Raadpleeg desnoods uw partner.

Datzelfde geldt als u spaargeld wilt gebruiken om aandelen bij te kopen. Zijn de argumenten voor de aandelen die u bezit nog steeds van kracht, koop die dan bij. Zoals superbelegger Warren Buffet ooit zei: een belegging die u eerder koopwaardig vond en nog steeds de moeite waard vindt, is na een koersdaling alleen maar goedkoper geworden.

Nog een Buffet-credo: als prijzen van producten dalen, willen mensen meer kopen, behalve bij aandelen. Als de prijzen (lees: koersen) stijgen willen mensen kopen, als ze dalen juist niet.

Ziet u nu koopjes op de beurs? Kan ik me indenken. Een dividendrendement (dividend als percentage van de beurskoers) van Shell van meer dan 9 procent lijkt een buitenkansje. De koers van ABN Amro zakte eerder deze week bijna terug naar de koers bij de introductie op de beurs. Het dividendrendement naderde 5 procent.

Bedenk wel: tegenover extra rendement staat doorgaans extra risico. In dit geval: het risico dat het dividend wordt verlaagd. Maak het uzelf makkelijk en stel een doel: bij 20 procent winst of 10 procent verlies zonder aarzelen uw aandelen verkopen. Waarom deze verhouding 20/10 procent? Beleggers hebben een grotere hekel aan verlies dan dat zij vreugde aan een vergelijkbare winst beleven.