Angst voor twitterend rapalje

De politie gaat bij twitteraars langs. Beter hadden ze een gemeenteambtenaar gestuurd, aldus Maarten Huygen.

foto istock

Als je in de jaren zestig en zeventig een demonstratie wilde organiseren, had je een stencilmachine nodig en een club gelijkgestemde mensen. Op een schrijfmachine werd een waslaag op een doorlaatbare plaat beschreven en indien nodig hier en daar weer dichtgesmeerd met correctie. Die tekst werd in een drukmolentje honderden malen gekopieerd op vellen met wat vlekkerige letters. Die vellen moesten worden bezorgd door gelijkgestemden op pleinen, universiteitshallen en onder kennissen.

‘Kom in verzet’, een vaak gestencild parool.

Tegenwoordig schrijf je een tweet op je telefoon en verspreid die in een seconde onder je volgers. Slaat het zinnetje aan, dan vermenigvuldigen zij die tweet, soms naar duizenden. Van het jaren-zestigcliché ‘kom in verzet’ maak je #kominverzet, een hashtag die nog verder wordt verspreid via andere tweets over dit onderwerp. En zo kan een enkel zinnetje binnen tien minuten exploderen.

Als elke burger zo’n machtig publiciteitswapen in handen heeft, dan zouden de jaren tien moeten zinderen van activisme. Geen sprake van. Mensen hebben misschien honderd volgers en de meeste mededelingen blijven daar hangen. Het engagement blijft meestal beperkt tot het telefoonschermpje, demonstreren met de duimen. Hoe later het is, des te bezopener de uitingen. Van de honderdduizenden duimdemonstraties per dag zie je maar weinig terug op straat.

Maar nu zijn er opstootjes en geweldplegingen tegen de komst van asielzoekerscentra en de overheid maakt zich nu bezorgd over wat er digitaal passeert. De berichtjes zijn met trefwoorden en speciale programma’s gemakkelijker te onderscheppen dan papier. Heftige gevoelens worden direct kenbaar voor de politie. Er is al heel wat opgespoord. IS en zijn Nederlandse bondgenoten die proberen via internet strijders in Syrië te mobiliseren. Racistische oproepen of beledigingen. Die zijn ook wel door de rechter bestraft. Maar de politie kijkt ook naar legaal verzet.

En zo kwam het dat Mark Jongeneel, eigenaar van een incassobureau, zelf een streng bezoekje kreeg. Van twee politieagenten, onder wie de wijkagent. In een tweet had hij geschreven: „Het college van #Sliedrecht komt met het voorstel om de komende 2 jaar 250 vluchtelingen op te vangen. Wat een slecht plan! #KominVerzet.” Hij had er niet bij gezegd „met hooivorken”. Toch kwam het gezag langs. Hij moest op zijn toon letten. Demonstreren kan alleen met vergunning.

Het was een goede impuls van de overheid om in het echt te reageren op een duimdemonstrant. Die ziet voor het eerst echte, fysieke gevolgen van het toetsen op zijn schermpje in plaats van andere berichtjes. De overheid verschanst zich niet achter een anoniem 0900-nummer maar voert een echt gesprek. Alleen had Sliedrecht de verkeerde functionaris ingezet. Jongeneel, jurist, had geen wet overtreden, maar slechts ingeduimd wat hij op dat moment dacht over een centrum voor 250 asielzoekers in het 25.000 inwoners tellende dorp Sliedrecht. 

Een politieagent is er alleen voor wetsovertredingen. Daar was hier geen sprake van. Als het gezag toch iemand wil sturen, kan dat beter een vertegenwoordiger van de gemeente zijn. Die kan hem aanspreken op zijn verantwoordelijkheid als volwassen dorpsgenoot: „Wat is uw probleem? Hoe zou u dat dan willen oplossen?” Zulke gesprekken zijn belangrijk omdat uit peilingen van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat vooral laagopgeleiden in meerderheid moeite hebben met immigratie en moslims. Uit het sturen van politie spreekt angst voor rapalje. Maar met de wensen van laagopgeleiden moet ook rekening worden gehouden.

Een gelijkwaardig gesprek thuis kan geweld en opstanden tegen asielzoekers voorkomen. De gemeentelijke democratie is zwak. Benoemde burgemeesters moeten uitvoeren wat het rijk heeft gevraagd. Gesprekken in kleine kring werken beter dan een massabijeenkomst met camera’s erbij.

Na het bezoek van de politie tweette Jongeneel dat hij #kominverzet beter niet had kunnen gebruiken. Ook al mag het. Het was beter geweest als zijn bezoekers geen pet op hadden.