Als de overheid zich hufterig in plaats van schappelijk opstelt

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Carola Schouten, stiekemgate en ‘De Doofpot’. Ofwel: waarom kan een redelijke bevinding niet meer op redelijke reacties rekenen?

Tekst Tom-Jan Meeus / Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Dat was weer lekker schelden deze week. Heerlijk losgaan. De Kloof tussen burger en politiek vieren. ‘Nepkabinet’, ‘corruptie’, ‘criminelen’, las ik op de website van De Telegraaf. De Kloof als wapen.

En dit alleen omdat een onderzoekscommissie uit de Tweede Kamer, het was te voorzien, geen fractievoorzitters kon vinden die deze krant in 2014 zouden hebben geïnformeerd over vergaderingen van de ‘commissie-stiekem’.

Dat moest dus wel doorgestoken kaart zijn. Honderden onderzoeken naar lekkende politici en ambtenaren, vaak kleine krabbelaars in de dorpspolitiek, hadden in het recente verleden steeds dezelfde uitkomst: zelden of nooit leverden ze sluitend bewijs op.

Praat met rijksrechercheurs en ze zeggen: een onderzoek naar een lek is de ergste opdracht denkbaar. Heel soms, door keepersgeluk of een domme verdachte, komt een zaak rond. Die andere gevallen: tijdverspilling en nutteloos getob.

Dit is al decennia de praktijk, en ik vond het wel knap dat zoveel mensen dit deze week helemaal vergeten waren. Zo zei een cabaretière in zo’n praatprogramma dat deze uitkomst natuurlijk „een blamage” was. Ja, roept u maar.

Ook commissievoorzitter Carola Schouten (ChristenUnie) kon er weinig aan doen. Zij zoekt het nooit in overdrijving of andere mateloosheid. Maar toen ze bleef benadrukken dat er zelfs niet het begin van bewijs tegen enige fractievoorzitter was, werd ook zij geafficheerd als lid van de verdorven Haagse claque.

Het was gekker: zelfs Raymond de Roon van de PVV, partij van het nepparlement, onderschreef als commissielid de bevindingen volledig. Wilders wil dat namen van fractievoorzitters die bij het OM „in beeld” waren naar buiten komen – ze lekken vast nog uit –, maar ook zijn eigen fractielid stond dus gewoon achter het rapport. Het knappe was alleen dat de doofpottheoretici ook daar geen boodschap aan hadden.

Het bood, alles bijeen, een even fascinerend als onrustbarend inzicht. Zelfs een totaal redelijke bevinding, van redelijke politici, kan dus niet meer op een redelijke reactie van het publiek rekenen.

Je kunt dit politici verwijten. Maar zelf dacht ik: blijkbaar is er bij burgers ook behoefte aan onredelijkheid. Een verlangen naar de Kloof – omdat burgers niet meer zonder kunnen.

In dit geval zal meegespeeld hebben dat stiekemgate al een megaschandaal was nog voordat enig feitelijk inzicht bestond.

In essentie was het hele gevalletje het product van een ruzietje tussen fractievoorzitters. Dat ging om de vraag of het kabinet, nadat Ronald Plasterk in 2013 flauwekul verkocht over de grootschalige verzameling van metadata, de commissie-stiekem hierover informeerde – voordat Plasterk zelf met zijn flater naar buiten trad.

Dit was alles. En het stuk dat NRC-redacteur Derk Stokmans hierover in 2014 op basis van talrijke bronnen schreef, toonde aan dat het kabinet ‘stiekem’ wel degelijk had geïnformeerd, zij het summier en terloops.

De politieke lading was beperkt: Plasterk had al een vertrouwensvotum overleefd. En het ging hier niet om staatsgeheimen: dit waren politieke geheimen. Ook de collectieve afkeer van lekken was curieus: politici lekken nu eenmaal zoals groenteboeren groenten verkopen.

Het conflict escaleerde omdat de relatie van enkele fractieleiders vergiftigd is: formeel doen ze zaken, tegelijk kunnen ze mekaars bloed wel drinken. De aangifte van lekken was de continuering van dit conflict via het strafrecht.

Geen van die fractievoorzitters had natuurlijk verwacht dat dit, anders dan bij die honderden eerdere lekonderzoeken, ook tot iets zou leiden. Pas nadat De Telegraaf eind vorig jaar meldde dat de Rijksrecherche „voldoende aanknopingspunten [heeft] gevonden om te overwegen tot vervolging over te gaan”, ontstond er paniek.

Helemaal toen het OM daarna meedeelde dat „één of meer fractievoorzitters” in dit onderzoek „in beeld” waren. „In beeld” is in de justitiële praktijk een zeer vage verdenking, je kon voorvoelen dat dit weinig voorstelde, maar die nuance ging verloren in de kakofonie over wie, in de tv-versimpeling, Het Lek zou zijn.

Interessant was wel dat de Kamer, via de commissie-Schouten, eigen ervaring met het strafrecht mocht opdoen. Kamerleden zeggen graag dat justitie ‘boeven moeten vangen’, maar in de praktijk is dat niet zo simpel. Een vermoeden is geen bewijs, en slimme boeven zijn vaak überhaupt niet te vangen – net zomin als slimme politici.

Critici zeiden dat de commissie meer onderzoekswerk had kunnen doen. Klopt. Maar Schouten merkte dat het OM in achttien maanden onderzoek amper iets op tafel had gekregen: dat „in beeld” van „één of meer fractievoorzitters” was alleen gebaseerd op metadata (contactgegevens, geen taps) en zulke gegevens bewijzen niets: een contact is niet per definitie een lek.

Zo was Schoutens onderzoek bijna meteen dood. Onvermijdelijk werd haar conclusie dat elk bewijs ontbrak. Een alleszins redelijke uitkomst, ook al betekende dit een schappelijke behandeling van de eigen fractievoorzitters.

Het bevestigde natuurlijk het vermoeden dat ze elkaar in Den Haag de hand boven het hoofd blijven houden.

Maar ik denk ook dat er een laag onder zit, die meer zegt over de stand van de natie: de schappelijkheid waarmee politici elkaar behandelen, staat in geen enkele verhouding tot het wantrouwen waarmee de overheid de eigen burgers tegemoet treedt.

Vooral burgers aan de onderkant, waar PVV, SP en 50Plus populair zijn, ervaren de overheid al jaren als vijand, en niet zelden als hufter erbij.

Voorbeelden genoeg. De Nationale Ombudsman publiceerde ruim een jaar terug een lange serie beklemmende bevindingen over de zogenoemde Fraudewet.

Die moet misbruik van uitkeringen tegengaan, een loffelijk streven, maar in de uitwerking liep dat uit op permanente onbeschoftheid van de overheid voor burgers met een uitkering.

Zo concludeerde de Ombudsman dat de meerderheid van mensen met een uitkering die een boete kregen, niet doelbewust fraude pleegde. Het enige dat de overheid die mensen bood was administratief ongeduld.

Als je een verhuizing niet tijdig opgaf, bij voorbeeld omdat het aangevraagde DigiD-wachtwoord er niet was, kon je zomaar een paar honderd euro boete krijgen. Hufterigheid in plaats van schappelijkheid.

Minister Asscher heeft de uitvoeringspraktijk na dit rapport veranderd, maar de wettelijke aanpassingen laten nog op zich wachten.

Ook is de overheid al jaren berucht door de eigen incassopraktijken. Mensen met een laag inkomen en schuld, vaak door online aankopen, worden om de haverklap het moeras ingeduwd omdat de Belastingdienst oude vorderingen inhoudt bij de uitbetaling van toeslagen. Ze komen met hun inkomen dan ruim onder het minimum terecht, waarmee de overheid zelf ze terugduwt in een cyclus van groeiende schulden.

Alweer: hufterigheid in plaats van schappelijkheid.

Staatssecretaris Klijnsma kondigde hiervoor eind vorig jaar in Reporter Radio een wetswijziging aan, al reageerden deskundigen sceptisch: ze vrezen dat de wijziging op zijn vroegst volgend jaar ingaat, zodat de bestaande praktijk nog wel even doorgaat.

Kan dit anders? Natuurlijk. Mildheid, redelijkheid, belangstelling, begrip: normale eigenschappen in het sociaal verkeer die de overheid zelf, in haar hang naar zuinigheid en zakelijkheid, uit het oog verloren heeft. Maar voor politici geldt hetzelfde als voor gewone mensen: je krijgt wat je geeft.

Maar als gewone mensen standaard een totaal gebrek aan empathie ervaren, kun je moeilijk verwachten dat zij wél begrip tonen wanneer politici in de problemen komen. Een overheid die wantrouwen voor burgers als uitgangspunt neemt, zal wantrouwen oogsten.

De Kloof is dan geen probleem voor burgers meer, maar een uitlaatklep, een alibi, een bezit: het bewijs dat de overheid zelf niet deugt.