2.200 liter onbruikbaar gif in Irakese bommen

Microbioloog Rihab Taha en collega's hebben jarenlang gevangen gezeten in Camp Cropper bij Bagdad. foto ap

Waarom produceerde Irak voor het uitbreken van de Golfoorlog in 1991 onder dodelijke biowapens als antrax en botuline ook bommen geladen met aflatoxinen? Daarover ging het vorige week. Aflatoxinen zijn helemaal niet zo extreem gevaarlijk. Het zijn stoffen die worden uitgescheiden door schimmels (Aspergillus-soorten) die zich kunnen ontwikkelen op mais, pinda’s, rijst, vijgen, dadels en nog veel meer. De toxinen werden in 1960 ontdekt toen in het VK een massale sterfte optrad onder kalkoenen die beschimmeld pindameel uit Brazilië hadden gegeten. Kalkoenen zijn erg gevoelig voor aflatoxinen.

Maar onder mensen is acute sterfte aan aflatoxine zeldzaam. Wel kan langdurige opname de kans op leverkanker vergroten. Aflatoxinen zijn dus kankerverwekkend, maar het kan tien tot twintig jaar duren voor de kanker levensbedreigend is. Wat er voor militair voordeel is te behalen uit het gebruik van een wapen met zo’n laat effect is niet te begrijpen.

Vorige week ging het over de rol van Rihab Taha die de leiding had over het Iraakse programma voor biologische wapens. Ze deed tussen 1980 en 1984 op de University of East Anglia een promotie-onderzoek aan bacterietoxinen die planten aantasten. Het staat vast, zegt haar begeleider emeritus hoogleraar John G. Turner, dat Taha naar het Westen was gestuurd om know-how op te doen voor productie van biowapens. Liever had ze dan ook onderzoek gedaan aan toxinen die gevaarlijk zijn voor de mens, maar dat stonden de Britten niet toe.

Het moest wel Taha geweest zijn die de aflatoxinen als wapen had geïntroduceerd, ze had ervan gehoord in het VK, maar wat ze ermee wilde bereiken is nooit duidelijk geworden. Ook voormalig VN-wapeninspecteur Raymond Zilinskas liet desgevraagd weten het nooit te hebben begrepen. Misschien ging het haar echt om leverkanker, misschien had ze een extragiftige toxinevariant gevonden of misschien produceerde ze het goedje om de kliek van Saddam Hoessein tevreden te houden.

Afgelopen week kwam de oplossing. Zilinskas had contact opgenomen met Rod Barton, een Australische microbioloog/biochemicus die net als hij wapeninspecties in Irak had uitgevoerd. Barton had zowel Rihab Taha als Emad Diyab, een van haar collega’s, uitgebreid verhoord tijdens de gevangenschap in 2003-2005. Toen het Iraakse biowapenprogramma rond 1988 goed op dreef was met antrax, botuline en ricine, had een technisch coördinator willen weten waarvan je nog meer een biowapen kon maken. Taha had schimmelgiffen geopperd en prompt was Emad Diyab ‘uitgenodigd’ om die suggestie uit te werken. Ook Diyab had in het VK gestudeerd. Hij kreeg opdracht om trichothecenen te produceren, dat zijn schimmeltoxinen van een aanmerkelijk gevaarlijker karakter dan aflatoxinen. Ze hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog veel slachtoffers gemaakt onder de Russische bevolking van het district Orenburg toen die uit wanhoop graan at dat de hele winter op het veld had gestaan en zwaar was beschimmeld. In de jaren tachtig kregen de trichothecenen bekendheid als het – vermeende – kwaadaardig bestanddeel van ‘yellow rain’, een strijdmiddel dat door de toenmalige heersers van Laos en Vietnam tegen het bergvolk Hmong zou zijn gebruikt. Het gelige goedje zou vanuit vliegtuigen of door mortiergranaten over de opstandige Hmong zijn verspoten. Amerikaanse militaire autoriteiten waren ervan overtuigd dat de Sovjet-Unie de trichothecenen voor de substantie had geleverd. Er heeft jarenlang fel debat over gewoed. Uiteindelijk is door wetenschappers als Rod Barton en een beroemdheid als Matthew Meselson aangetoond dat de gele regen bestond uit uitwerpselen van hoog vliegende bijenzwermen. Er zaten vooral pollenkorrels in, een deel daarvan was beschimmeld en bevatte trichothecenen, maar ook aflatoxinen.

Emad Diyab moest schimmels (Fusarium-soorten) gaan kweken die flink veel trichothecenen zouden vormen. Maar, schrijft Barton, hij had weinig ervaring en kreeg de kweek niet onder de knie. (Hoewel, maar dit terzijde, het Nederlandse TNO in 1985 in detail had gepubliceerd over het produceren van trichothecenen met behulp van Fusarium in Applied and Environmental Microbiology ). Als de dood voor de gevolgen van zijn falen, Saddam Hoessein kende geen genade, besloot Diyab dan in hemelsnaam maar aflatoxinen te produceren. Dat lukte hem wel.

Rihab Taha vermoedde wel dat Diyab waardeloze troep zat te brouwen maar was te druk met eigen werk om hem te corrigeren. Bovendien hadden de twee een grondige hekel aan elkaar en vermeden ze zoveel mogelijk contact. Zo is uiteindelijk 2.200 liter onbruikbaar gif in bommen terechtgekomen.

Omdat Irak het verdrag tegen biologische wapens nooit had geratificeerd, hadden Taha en Diyab in feite niets strafbaars gedaan. De Amerikaanse wetenschapsorganisatie AAAS heeft daarom krachtig aangedrongen op beëindiging van hun detentie-zonder-aanklacht. In december 2005 vloog de CIA Taha en haar dochtertje naar Jordanië. Vandaar vertrok ze naar Jemen waar ze uiteindelijk hoogleraar microbiologie werd aan de universiteit van Sanaa.

„Ik heb na haar vertrek uit Engeland nog jarenlang contact gehad met Rihab”, zei John Turner deze week, „maar ze heeft me nooit om technische informatie gevraagd. Ik heb Taha leren kennen als een goed en vriendelijk persoon. Ze heeft mijn sympathie.”

„Ik hoop dat ze haar capaciteiten op den duur niet wéér inzet voor misdadige doeleinden”, zegt Raymond Zilinskas.